Door: Floris Jan Bovelander » Meer columns van Floris Jan Bovelander
Gepubliceerd: donderdag 29 januari 2009 23:08
Update: donderdag 29 januari 2009 23:08
In de favela’s van het Gooi en de achterbuurten van Wassenaar werd de Sportweek deze week met luid gejuich ontvangen. Een hockeyster in de tophonderd van de meest verdienende sporters. Zomaar een hockeyster tussen al die dikverdienende voetballers, tennissers en halve Amerikanen, fantastisch. Voorheen prijkten de namen van hockeyers alleen in prestatielijsten, maar nu ook in de financiële tophonderd.
Hoera! Dat is mooi nieuws voor deze geteisterde gebieden, de crisis heeft hier immers harder toegeslagen dan waar dan ook. De depressiviteit van de laatste maanden waait langzaam over.
Dank aan Fatima en dank aan de Rabobank. De armoede voor de hockeyers lijkt voorgoed voorbij. Een jaarinkomen van vier en een halve ton, thuis noemen wij dat nog een miljoen gulden, daarmee staan we definitief op de kaart. Met als gevolg dat hockeymakelaars als paddenstoelen uit de grond schieten, hockey is big business. Maar belangrijker is dat er weer hoop is voor de kinderen in de getroffen gebieden van Bloemendaal. Als de straatschoffies van Rio de Janeiro waar voetbal de enige uitweg is, heeft onze jeugd hier ook haar uitweg gekregen. Nooit meer achter de kassa bij de Albert Heijn, nooit meer die koude krantenwijk. Balletje hooghouden en aan de techniek werken is het devies. En wat een zegen, nooit meer gezeur over ‘je school af maken’ en nooit meer stress over magere studiepuntjes. Hockeyer wordt mijn beroep! Eindelijk een geldig excuus om te spijbelen, ouders schrijven briefjes tot ze er bij neervallen, niet op school maar op het hockeyveld wordt er immers aan de toekomst gewerkt.
Oude schuurtjes worden massaal omgetoverd tot moderne fitnessruimtes, tuinen bedekt met kunstgrassprieten en mentale ooms worden van stal gehaald om de jonge spruiten naar de top te praten. Videosystemen zijn geïnstalleerd en voor het slapen gaan worden geen boekjes gelezen maar er wordt opgedrukt. Pasta, pasta, pasta, alles voor het kind. Op de brink in Laren zag ik Petr Krajicek met een map onder zijn arm lopen. Logisch want als iemand weet hoe je talenten moet klaarstomen is hij het wel. Liefde is niet de weg, een straffe hand leidt naar de top.
Mij hoor je niet meer klagen over te fanatieke ouders. Ik zal zwijgen over plezier boven prestatie bij de jeugd en geen fout woord over de broodtrainers die de spelvreugde van onze kleinsten ontnemen. Vier en een halve ton, het is een dikke vette worst die de hockeyjeugd en hun ouders wordt voorgehangen. Er is weer hoop, er is weer hoop in Bloemendaal!
*Floris Jan Bovelander is oud-hockey-international.