Door: Frans Groenendijk
Gepubliceerd: dinsdag 16 februari 2010 15:06
Update: dinsdag 16 februari 2010 15:15
Het spijt mij dat ik onze afspraak moet afzeggen maar onze
veiligheid en die van pers en genodigden woog nu eenmaal zwaarder dan de
presentatie van mijn boek. Ook al ben ik er nog zo trots op. Wel wrang
overigens, dat alleen al de titel van het boek “Islamofobie? Een nuchter antwoord” bij de zaalverhuurder zodanige
angstvisioenen opriep, dat het evenement moest worden afgelast. Zouden wij de
enigen zijn die niet aan islamofobie lijden?
Na de verkiezingsoverwinning van de PVV bij de Europese
Verkiezingen, richtte u zich middels een open brief in de deze krant tot “u die op de PVV stemt”. Ik verbaasde
me er over dat u van mening leek te zijn dat mensen die op de PVV stemmen
volgelingen zijn van de heer Wilders. In een goed functionerende democratie zijn
parlementsleden immers vertegenwoordigers van het volk. Van hen mag verwacht
worden dat ze een goed onderbouwde, inspirerende, mogelijk leidende rol
vervullen in het politiek debat, maar de kiezers zijn niet hun volgelingen. Alleen
al om dit misverstand uit de wereld te helpen, wilde ik op uw uitnodiging
ingaan. Daarnaast vond ik het van politieke moed getuigen dat u, geheel tegen
de partijstroom inroeiend, opriep PVV stemmers niet als xenofoben en racisten
weg te zetten.
Ons gesprek had een verbazingwekkend openhartig karakter en
beviel me om die reden uitstekend. Dat laatste gold blijkbaar ook voor u, want
u vroeg zelf of ik ideeën had voor een voortzetting van onze dialoog. Daarop
spraken we af dat u een eerste exemplaar in onvangst zou nemen van het boek dat
ik aan het afronden was. Een boek over het merkwaardige maar politiek
uitzonderlijk belangrijke begrip “islamofobie”.
Hoe je het ook wendt of
keert: het dossier waar we hier over spreken is overduidelijk verbonden met
zeer heftige emoties en behoeft dringend een nuchter antwoord.
Spanningen tussen mohammedanen en
niet-mohammedanen manifesteren zich in Nederland gelukkig niet in de vorm zoals
ze dat in Thailand, Nigeria, Egypte, Irak, Pakistan etc doen. Maar ook hier
nemen de spanningen toe en die toename gaat gepaard met angsten.
Er zijn mensen die vrezen dat de
aangroeiende kritiek op de mohammedaanse ideologie onontkoombaar gevolgd zal
worden door geweld tegen mensen die zichzelf moslim noemen. Anderen zijn van
mening dat jongeren door die kritiek of door het benoemen van de
oververtegenwoordiging van jongens van Marokkaanse afkomst in de misdaad- en
werkloosheidsstatistieken, slechter gaan presteren in het onderwijs, op de
arbeidsmarkt en in de wijk.
Weer anderen vrezen juist dat
toegeven aan een groeiende invloed van het mohammedanisme onontkoombaar een
steeds assertievere of zelfs ronduit imperialistische opstelling onder
mohammedanen aanmoedigt. U stelde in uw
brief dat “...de dreiging van de radicale
islam voor mij net zo groot is als voor u”. Dat klopt, maar de angst voor bedreiging,
en daar hebben we het inmiddels over, is zo mogelijk nog groter. En dat houdt
niet alleen voor u en mij een gevaar in, het bedreigt de gehele maatschappij.
Het noodgedwongen afblazen van onze ontmoeting is daarvan een schrijnend
voorbeeld.
Het motto van het boek ‘Islamofobie? Een nuchter antwoord’
luidt: “de boel uit elkaar houden, dat is het dus”. Fundamentalistische
predikers en mohammedaanse politici met dubbele agenda moeten genadeloos het
vuur aan de schenen worden gelegd om hun gezag bij de ‘culturele mohammedanen’
te ondermijnen; het wij-zij-denken dat besloten ligt in het venijnige
oemmaconcept, moet worden tegengegaan. Een kloof tussen democratisch gezinde
mensen met een mohammedaanse en/of Marokkaanse achtergrond en andere
vrijheidslievende mensen, moet echter zeer beslist voorkomen worden.
Graag had ik u deze week een exemplaar overhandigd maar
zoals gezegd, directeur Michiel Middendorf van het zalencomplex had de droeve
taak mij te melden dat “…[ik] uw verzoek om een boekpresentatie te houden in
het World Forum niet kan honoreren. Ik kan de veiligheid van mijn collega’s, uw
gasten en u zelf niet garanderen en om die rede is het, mijns inziens, niet
verantwoordelijk om dit evenement plaats te laten vinden.”
Een bijeenkomst voor
pers en genodigden nota bene!
Ik wil u daarom iets vragen. Bent u bereid om samen met mij
niet alleen te strijden tegen racisme en mohammedaans extremisme, maar ook tegen
het gevaar dat groter is dan die beiden samen: het gevaar dat schuilt in deze
ziekelijke angst. De angst die in de jaren 70, ten tijde van de oliecrisis,
bedrijven er toe bracht niet-Joodverklaringen af te geven om hun lucratieve
contracten met Arabieren niet in gevaar te brengen.
De angst die werkgevers er toe bracht Wilders
aansprakelijk te willen stellen voor eventueel exportverlies vanwege Fitna. De
angst die zelfs het overhandigen van een boek onmogelijk maakt.
Nog concreter: wilt u met mij op zoek naar een exploitant
die het wel aandurft ruimte te verhuren voor een bijeenkomst waarop ik aan
u, een ex-moslima van Marokkaanse
afkomst en aan een autochtone linkse
blogger een eerste exemplaar van mijn boek overhandig in aanwezigheid van pers
en genodigden?