Door: Maaike Boersma
Gepubliceerd: donderdag 20 september 2007 22:50
Update: donderdag 20 september 2007 22:54
De strijd tegen mensenhandel in Nederland is nog lang niet gestreden. Er is gebrek aan controle, capaciteit en uitvoering.
Ze is een kleine, nette verschijning. Gekleed in een chique jurkje, hippe laarzen en met een dure blingbling armband om staat ze in haar kamer aan de Haagse Prinsessengracht. Na achttien jaar als officier van justitie en kinderrechter te hebben gewerkt, is de 57-jarige Corinne Dettmeijer sinds twee jaar Nederlands nationaal rapporteur mensenhandel. Elk jaar brengt ze verslag uit aan de overheid over de situatie van de mensenhandel in Nederland.
Hoe groot die mensenhandel in Nederland precies is, blijft een raadsel. ‘Zelfs schattingen zijn in deze sector buitengewoon ingewikkeld, maar de 530 slachtoffers van vorig jaar zijn slechts het topje van de ijsberg.’ Dettmeijer wil zich vooral voor hen inzetten. ‘Zij zijn het allerbelangrijkste, daar doen we het toch voor? Nu worden slachtoffers die illegaal in Nederland zijn soms nog opgesloten in vreemdelingenbewaring. Daar moeten we echt vanaf. Volgens een internationaal rapport zijn sommige slachtoffers nog erger getraumatiseerd na de aangifte dan daarvoor. Of de situatie in Nederland ook zo slecht is? Daar moeten we naar kijken. Maar ze moeten met respect behandeld worden en dat gebeurt nu niet altijd.’
Nederland laat in zijn aanpak van mensenhandel nog flink wat steken vallen. ‘Er is te weinig controle op zowel legale als illegale prostitutie. Dat moet veranderen en daarvoor is meer politie nodig.’ Ook moet de escortbranche volgens Dettmeijer veel harder worden aangepakt. ‘Doordat gemeenten nu zelf bepalen welk seksbedrijf wel of niet een vergunning krijgt, moeten escortbureaus in de ene gemeente wel een vergunning hebben maar in de andere niet.’ Gevolg is dat de escortbureaus zich verplaatsen naar die gemeenten waar ze geen vergunning hoeven te hebben. Om deze verschuiving tegen te gaan wil Dettmeijer dat er een landelijke kaderwet komt die alle gemeenten verplicht dezelfde regels op te stellen. Daarbij moeten alle escortbedrijven voortaan een vergunning hebben.
De groei van de escortbranche en de illegale prostitutie is volgens critici vooral te wijten aan de opheffing van het bordeelverbod zeven jaar geleden. ‘De doelstelling ervan om prostitutie uit het criminele veld te halen onderschrijf ik, maar het idee dat we mensenhandel kunnen uitroeien lijkt erg onwaarschijnlijk. We zien dat er ook in de legale sector nog steeds veel slachtoffers van mensenhandel zijn. Het zit overal al wel tussen de oren, bij de politie, het OM en andere partners, maar wat op papier staat moet nu echt uitgevoerd worden. Er moet nog veel gebeuren om echt een vuist te kunnen maken.’
Om mensenhandel goed aan te pakken moet er volgens Dettmeijer ook op internationaal gebied meer gebeuren. ‘Landen wisselen nu wel veel informatie uit maar hebben geen gezamenlijke opsporingsteams. Al jaren wordt die wens geuit omdat mensenhandel grensoverschrijdend is. Dat is tot nu toe echter nog niet gelukt omdat er verschillen zijn in de nationale wetgevingen.’
Om mensenhandel in Nederland onaantrekkelijker te maken moeten de straffen volgens Dettmeijer zwaarder worden. ‘Als je bedenkt dat het vaak om jarenlange uitbuiting en verkrachting gaat vind ik de straf van zes jaar die nu op mensenhandel staat, niet bepaald hoog.’ Behalve het zwaarder straffen van de mensenhandelaren wordt ook wel geopperd om klanten van illegale prostituees strafbaar te stellen. ‘Als de vergunde sector echt ‘schoon’ is, kun je de klant erop aanspreken als hij buiten dat ‘gebied’ gaat. Maar of het juridisch ook haalbaar is, weet ik eigenlijk niet.’
Met nog zoveel op de agenda zou je je kunnen voorstellen dat Dettmeijer wel eens moedeloos wordt van haar baan. ‘Moedeloosheid moet omslaan in de drang om dingen te veranderen. Dit is een tak van sport waar mensen met veel passie hun werk doen.’
Kritische noten
Eerder dit jaar verscheen een lijvig rapport van Dettmeijers hand. Dat laat zien dat we er in Nederland nog lang niet zijn met onze aanpak van mensenhandel. Zo is na de legalisering van de prostitutie zeven jaar geleden de internetprostitutie toegenomen, heeft er een verschuiving plaatsgevonden naar ‘nieuwe’ seksbedrijven, zoals massagesalons, Turkse koffiehuizen, sauna’s en Chinese kapsalons. Ook in het legale circuit worden na zeven jaar nog steeds misstanden aangetroffen, al is onduidelijk hoe vaak precies omdat politie en gemeente hierover geen gegevens bekendmaken. De politie controleert vooral de bedrijven met een vergunning, waardoor het illegale circuit volgens het rapport juist een ‘uitwijkplaats voor mensenhandel’ wordt.
Een andere misstand is het gebrekkige optreden van de gemeenten. Zij zijn verantwoordelijk voor de controles van de seksbedrijven in hun gebied. Bij veel gemeenten ontbreekt het initiatief voor die controles en er zijn nog steeds gemeenten die misstanden niet aanpakken.
Behalve de gemeenten blijft ook de politie in gebreke. Mensenhandel heeft volgens het rapport in de praktijk lang niet in alle politiekorpsen prioriteit. Niet alle korpsen zijn bereid om mensenhandelzaken op te pakken waardoor veel op de plank blijft liggen. Ook internationale samenwerking in de opsporing komt nauwelijks van de grond.
Een andere kritische noot uit het rapport gaat over het feit dat slachtoffers lang niet altijd met respect behandeld worden, soms zelfs opgesloten in vreemdelingenbewaring. Doordat het aantal slachtoffers maar blijft groeien, is er onvoldoende opvang. Minderjarige meisjes die slachtoffer zijn van loverboys worden opgesloten in jeugdgevangenissen en het duurt vaak erg lang voordat zij behandeling krijgen.