Door: Floor van Dijck / Marcia Nieuwenhuis
Gepubliceerd: dinsdag 25 september 2007 00:20
Update: dinsdag 25 september 2007 00:20
‘Zeven jaar geleden begon mijn zoektocht naar de Nederlandse identiteit. Maar dé Nederlandse identiteit, die heb ik niet gevonden.’ Was getekend prinses Máxima.
Het is even zoeken, maar tussen 150 harige hoofden zijn er bij de presentatie van een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid toch twee hoofddoekjes te ontwaren: een paarse en een zwarte. Prinses Máxima – Neerlands geblondeerde toonbeeld van geslaagde integratie – houdt een korte speech waarin ze ook haar eigen zoektocht naar de Nederlandse identiteit beschrijft.
‘Nederland is: grote ramen zonder gordijnen, zodat iedereen goed naar binnen kan kijken. Nederland is: één koekje bij de koffie’, lacht ze. Alle gesprekken met wetenschappers, hoogwaardigheidsbekleders en allochtone jongeren ten spijt, dé Nederlandse identiteit, die kan prinses Máxima niet vinden. ‘Als troost kan ik u zeggen dat dé Argentijn ook niet bestaat.’
‘Volgens cijfers van de Verenigde Naties leven er op de wereld 175 miljoen mensen in een land waar ze niet zijn geboren. Ik ben één van die 175 miljoen’, benadrukt ze. Een ANWB-paddenstoel voor haar huis met daarop de afstanden en richtingen naar Buenos Aires, Brussel, New York, Den Haag en Wassenaar zijn voor de prinses de coördinaten van haar leven. ‘Elke keer als ik wegga of thuiskom, kom ik erlangs. Ze horen bij mijn identiteit als Nederlandse.’
Goede voorbeelden te over. Zo noemt Máxima rechtenstudente Semra, die bij het slagen voor haar eindexamen haar schooltas had gehangen aan een mast met twee vlaggen: een Turkse en een Nederlandse. ‘Een mooi beeld. Een bungelende schooltas. Twee feestelijk wapperende vlaggen. Eén mast.’
WRR-voorzitter Pauline Meurs valt haar bij met een quote van de Emmy-winnende actice Maryam Hassouni. ‘Als mensen vragen waar ik vandaan kom, dan zeg ik ‘Nederland’. Ja, maar waar ben je geboren?’ Vragen ze dan. ‘In Amsterdam.‘ ‘Maar waar komen je ouders dan vandaan?’ Daarom zeg ik voortaan maar meteen dat ik Marokkaanse ben.’ Meurs illustreert met deze woorden de manier waarop Nederlanders met een allochtone achtergrond zich voortdurend door de buitenwereld in een hokje gestopt weten.
En dus pleit de WRR in het meer dan 200 pagina’s dikke rapport Identificatie met Nederland voor meer nadruk op ontmoeting en dialoog tussen mensen die zich op verschillende wijzen met Nederland identificeren. Want: vergeet het woord identiteit, identificatie is het nieuwe sleutelwoord, zo leert het rapport van de WRR.