Door: Maaike Boersma
Gepubliceerd: maandag 5 november 2007 00:01
Update: maandag 5 november 2007 00:02
Defensie kampt met grote personeelstekorten en kan maar moeilijk de vacatures vervullen. Toch namen honderden jongeren een kijkje tijdens de oriëntatiedag van de Defensie Academie.
Op de dag dat de twaalfde Nederlandse soldaat in Afghanistan om het leven komt, lopen in Breda honderden jongens en meisjes rond op de oriëntatiedag van de Nederlandse Defensie Academie (NDA), waar officiers worden opgeleid.
‘Hier slaap je de eerste achttien weken’, cadet Bos laat het groepje dat hij rondleidt de slaapzaal zien. Vier stapelbedden met groenblauw geblokte dekbedden. ‘Geen privacy, daar moet je wel aan wennen hoor.’ De grauwe kledingkast is gevuld met keurige stapeltjes broeken, T-shirts en truien in verschillende groentinten. Ze lopen in kleine groepjes of met hun vader en moeder, middelbare scholieren op zoek naar dé baan bij Defensie. Ze horen bij de weinige jongeren die nog wat zien in een baan in het leger.
Over de rol van Defensie loopt een politieke discussie. Het leger zou zich vooral moeten richten op vredesoperaties en zwaar materieel als F16’s en fregatten moeten afstoten, luidt een nieuw PvdA-plan. Bovendien kan Defensie maar moeilijk de 6.000 jaarlijkse vacatures vervullen.
‘Ik wil vliegenier worden’, zegt Guido Mulder (17) op de trappen van het NDA-kasteel. ‘Ik was laatst bij de voorlichting van de luchtmacht en daar vertelden ze dat je in Breda flink afgebeuld wordt, dus ze adviseerden me om eerst eens sfeer te gaan proeven. Het ziet er wel goed uit.’
‘Ik wil graag bij de marechaussee, dat heb ik eigenlijk altijd al gewild. De afwisseling, het avontuur en leidinggeven trekken mij aan’, aldus Mirjam Folman (21). Voor de risico’s zijn ze allebei niet bang. ‘Dat hoort erbij, dat weet je van tevoren.’
Bij de populairste attractie van vandaag, een oranje wand volgehangen met geweren, pistolen en messen, staat Maaike Elthuis (17). ‘Ik wil vliegenier worden en wil wel eens weten met wat voor wapens je te maken krijgt. Ik zie mezelf hier wel mee rondlopen, ja’, zegt ze glunderend. Dat het toch vooral een mannenwereld is waar ze in terechtkomt, maakt haar niet uit. ‘Als meisje-meisje moet je je hier niet aanmelden.’
In de collegezaal aan de andere kant van het terrein geeft majoor Ted Jansen een minicollege over Uruzgan. ‘We werken daar veel samen met Afghaanse militairen. We sturen ze, zodat ze niet gillend op de vijand afrennen, hun geweer leegschieten en zeggen ‘insjallah.’’ Dat het beeld van de missie niet bepaald rooskleurig is, weet Jansen maar al te goed. ‘De operatiebereidheid zit er bij ons niet in, bij een tegenslag haken we al gauw af, dat weten de taliban ook en daar spelen ze op in. De gemiddelde Nederlander zit met een zak chips voor de tv nieuws te kijken en begint meteen te brullen als er daar wat gebeurt.’
En juist die dodelijke incidenten in het verre Afghanistan lijken jongeren ervan te weerhouden het leger in te gaan. Stel de vraag of ze militair willen worden aan willekeurige jongens in Alphen aan den Rijn en je krijgt een ander beeld dan in Breda. ‘Daar voel ik niks voor. Ver weg van je vrienden en familie en de kans om dood te gaan’, aldus Lester Engelsman (17). ‘Ik hou niet van oorlog, ze vechten het maar uit zonder mij’, vindt ook Jelle van der Zwaard (17). Een enkeling is minder negatief. ‘Ik overweeg het’, zegt Harvey Reijn (18). Het is werk waar je mensen mee helpt, echt iets mee bereikt.’