Gepubliceerd: woensdag 14 november 2007 13:55
Update: woensdag 14 november 2007 14:04
Allochtone kinderen zien identiteitskenmerken vooral als gebruiksvoorwerpen. Dat concludeert de Tilburgse wetenschapper Massimiliano Spotti in zijn proefschrift. "Jonge moslima's zeiden bijvoorbeeld geen hoofddoek te dragen om hun islamitische identiteit te benadrukken, maar met hun hoofddoek te willen laten zien dat zij doen wat zij willen."
Hetzelfde geldt volgens linguïstisch-etnograaf Spotti voor het gebruik van een vreemde taal. "Door Turks te praten houden jongeren niet vast aan hun Turkse achtergrond, zoals door leraren in hun omgeving vaak wordt gedacht", stelt hij. "Ze gebruiken het als middel om een doel te bereiken, bijvoorbeeld zodat anderen hen niet begrijpen." Dat ze Turks spreken betekent volgens de onderzoeker dan ook niet dat ze geen Nederlands of Engels willen praten. "Ze weten ook heel goed de waarde van andere talen in te schatten."
Doordat jongeren religieuze, etnische en culturele kenmerken inzetten om een doel te bereiken, staan stereotypen over de culturele identiteit onder druk, meent Spotti. Hij verwacht dat vaststaande ideeën over welke kenmerken bij welke identiteit horen daardoor veranderen. Zo verwacht hij wijziging van het idee dat het dragen van een hoofddoek hoort bij het zijn van een 'goede' moslima.
Spotti verrichte zijn onderzoek naar de vorming van de identiteit van allochtone leerlingen in twee basisschoolklassen. Spotti promoveert 23 november op zijn proefschrift aan de Universiteit van Tilburg.
Onderzoek
Spotti concludeert op grond van observaties, interviews en opstellen van leerlingen dat vooral leerlingen zelf de experts zijn als het gaat om identiteitsvorming. Hun leraren daarentegen komen te voorschijn als beginnelingen, die zich slechts gaandeweg bewust lijken te worden van de spanning tussen traditionele identiteitskenmerken en het nieuwe identiteitsbegrip van hun allochtone leerlingen.
Meer...