Gepubliceerd: zondag 25 november 2007 22:30
Update: zondag 25 november 2007 23:20
De vader van het zogenoemde Maasmeisje staat maandag terecht voor de moord op zijn 12-jarige dochter. Het in stukken gehakte lichaam van Gessica werd in juni vorig jaar gevonden in drie sporttassen in de Maas bij Rotterdam.
Het meisje was eerst onherkenbaar, maar in oktober vorig jaar werd een reconstructie van haar gezicht gemaakt. Hierop kwamen honderden tips binnen. De vader van het meisje, António G., werd enkele dagen later opgepakt.
De moeder van Gessica stelde in het televisieprogramma Vermist dat zij niet wist waar haar dochter haar laatste maanden had doorgebracht. G. zou het meisje hebben afgepakt en de moeder met smoesjes aan het lijntje hebben gehouden. De vader ontkent de moord.
Volgens een eerder onderzoek van vier inspecties was de samenwerking tussen de hulpverleners en instellingen tekortgeschoten. De Jeugdgezondheidszorg, basisscholen, huisartsen, het Bureau Leerplicht en de Riagg zouden de problemen wel hebben gesignaleerd, maar geen actie hebben ondernomen. Niemand zou een volledig beeld van de situatie hebben gehad. Ook was niet duidelijk welke instantie eindverantwoordelijk was.
Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg concludeerde later dat de hulpverlening bij de zorg voor het meisje was tekortgeschoten. De jeugdzorg zou vaker handelend moeten optreden en werd als eindverantwoordelijke aangewezen.
Rapport van de Inspectie Jeugdzorg over Gessica
"Hoewel er signalen waren die wezen op
risico’s voor de veiligheid van Gessica hebben de betrokken medewerkers
van de JGZ Gessica niet actief gevolgd in haar ontwikkeling."
Jeugdzorg en andere hulpverlenende instanties hebben in de zaak van het Maasmeisje langs elkaar heen gewerkt. Dat was eerder de conclusie van vier inspecties in Rotterdam.
Reconstructie van het gezicht van het Maasmeisje, dat later Gessica bleek te heten:
