Door: Myrthe Hilkens & Marcia Nieuwenhuis
Gepubliceerd: woensdag 5 december 2007 22:45
Update: woensdag 5 december 2007 23:05
God schiep eerst de man en toen de vrouw en dat brengt volgens de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) ook anno 2007 bepaalde verhoudingen met zich mee. Sinds medio vorig jaar mogen dames lid worden van de streng christelijke partij, maar een bestuursfunctie blijft uit den boze.
De Raad van State bepaalde gisteren dat de Nederlandse overheid de SGP tóch moet subsidiëren. De bestuursrechter vernietigde daarmee een eerdere uitspraak van de Haagse rechtbank dat aan de partij op grond van vrouwendiscriminatie géén subsidie mag worden verleend.
‘De wet zou tegen dit type discriminatie moeten beschermen. Vervang de vrouw in dit verhaal voor een andere groep, joden of moslims bijvoorbeeld, en de wereld zou te klein zijn’, reageert de feministische filosofe en schrijfster Stine Jensen onthutst. De Raad van State is echter van mening dat vrouwen in Nederland voldoende mogelijkheden hebben om bij andere politieke partijen aan te kloppen. De raad vindt dat een politieke partij de vrijheid moet hebben om standpunten in te nemen over het staatkundig bestel, ook als die ingaan tegen heersende opvattingen over gelijkheid. Jaarlijks kan de SGP rekenen op acht ton subsidie van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Jensen vraagt zich af hoe dit zich verhoudt tot het personeelsbeleid van het feministische blad Opzij. Hoofdredacteur Cisca Dresselhuys duldt op haar redactie geen vrouwen met hoofddoekjes en mannen. Jensen: ‘Het betreft uiteraard verschillende voorbeelden, maar ze representeren beide een onvermogen tot modernisering.’ Dresselhuys: ‘Het grote verschil tussen mij en de SGP is dat ik geen acht ton subsidie krijg. Als de SGP een klein clubje heren was dat besloot vrouwen buiten te sluiten, prima. Maar het betreft een politieke partij die ons belastinggeld gebruikt. De politiek hoort open te staan voor ie-der-een.’
Aanleiding voor de uitspraak is een proefproces van het Clara Wichmann-instituut, een organisatie die opkomt voor de rechten van vrouwen. Volgens het instituut heeft de raad belangrijke argumenten miskend, zoals de constante kritische oordelen van het VN-Vrouwencomité. Ook is het fonds van mening dat de Raad van State zich ten onrechte heeft gemengd in de lopende civielrechtelijke procedure waarin op 17 januari uitspraak wordt verwacht.
Bij sommige vrouwen komt de stoom over dit besluit uit hun oren, maar op de SGP-fractie heerst eerder gelatenheid. Voorlichter Menno de Bruyne, die al 25 jaar actief is op het Binnenhof: ‘Er is een zekere vrouwmoeheid. Kun je het alsjeblieft even ergens anders over hebben?’