Gepubliceerd: vrijdag 7 december 2007 17:50
Update: vrijdag 7 december 2007 18:15
De bedoelingen waren goed, de uitwerking liet te wensen over. Dat is de voorlopige conclusie van PvdA-Kamerlid Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de onderzoekscommissie die de invoering van het vmbo, de basisvorming, de tweede fase en het nieuwe leren onderzoekt.
Dijsselbloem en de rest van de commissie hebben drie weken openbare hoorzittingen achter de rug. "Steeds weer werd duidelijk hoe verschillend de Haagse werkelijkheid en de realiteit op de scholen zijn, hoe de idealen van de politiek ver stonden van de realiteit in het klaslokaal", zei Dijsselbloem vrijdag na afloop van het laatste gesprek dat de commissie voerde, met oud-staatssecretaris Tineke Netelenbos (PvdA).
Inmiddels is politiek Den Haag opgehouden grote onderwijsvernieuwingen in te voeren, constateert Dijsselbloem verder. "Scholen doen het nu veel meer zelf. Het nieuwe leren bijvoorbeeld is nooit vanuit Den Haag opgelegd. Dat roept wel vragen op. Weten we nog wel of het de goede kant op gaat met het onderwijs? Wie houdt daar eigenlijk toezicht op?"
De komende weken benut de commissie, die sinds april informatie heeft verzameld, om al het materiaal te bestuderen en te analyseren. Ook laat de commissie nog een onderzoek uitvoeren naar de manier waarop de onderwijshervormingen de kwaliteit van het onderwijs hebben beïnvloed. Eind januari hoopt de commissie haar eindrapport te publiceren.
Vraagstuk
Het vmbo, de basisvorming, het studiehuis en het nieuwe leren:
alom was er kritiek op, en toch voerde de politiek ze in. Hoe dat heeft
kunnen gebeuren is de belangrijkste vraag die de parlementaire
onderzoekscommissie onderwijsvernieuwingen de komende weken hoopt te
beantwoorden.
In de verdediging
De basisvorming was een goed idee, alleen is er te weinig tijd
genomen voor de invoering. Dat heeft voormalig staatssecretaris van
Onderwijs Jacques Wallage (PvdA) vrijdagochtend verklaard voor de commissie-Dijsselbloem.
Voormalig staatssecretaris van Onderwijs Tineke Netelenbos (PvdA) staat nog altijd achter de invoering van de tweede fase, "Ik vind dat het heel goed gaat in het voortgezet onderwijs. Als we niets hadden veranderd, was dat anders geweest"
