Door: Marcia Nieuwenhuis
Gepubliceerd: zondag 9 december 2007 22:30
Update: zondag 9 december 2007 22:30
Van de duizend hoogste rijksambtenaren zijn er slechts vier allochtoon. De Pers spreekt met ‘je weet wel, die Molukker van OCW’.
‘Programmadirecteur Dialoog, Sociale Cohesie en Integratie’ staat er als titel op zijn visitekaartje. Maar nu even niet. Wegens familieomstandigheden heeft de topambtenaar van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap namelijk een half jaar sabbatical. Raymond Kaitjily hoopt op 1 januari weer aan de slag te kunnen. Toch maakt hij tijd voor een gesprek over het minderhedenbeleid van de overheid. Als Molukker én als oud-directeur personeel en organisatie bij het ministerie van Onderwijs en het Kadaster, gaat het onderwerp hem aan het hart.
Het steekt hem dat onder het hoofdstuk diversiteit in de jaarverslagen over hoge ambtenaren niet één staatje is opgenomen over etnische minderheden. ‘Er staat wel in wat het percentage vrouwen is, maar júíst het staatje minderheden ontbreekt. Toch snap ik het wel, want nog geen half procent allochtonen aan de top is wel héél weinig voor de grootste werkgever van Nederland.’
Samen met de directeuren Marilyn Haimé (Justitie), Tjark Tjin-a-Tsoi (Nederlands Forensisch Instituut) en Wiana van den Ingh-Partakusuma (VROM) vormt hij het selecte groepje van vier allochtone ambtenaren dat er wél in slaagde bij de overheid de top te bereiken.
Duizendbanenplan
Kaitjily’s progressieve ouders verhuisden al in 1965 uit de Molukse wijk. Zijn ouders en grootvader kwamen in één keer naar Nederland. ‘Ik ben de eerste generatie die hier is geboren’, vertelt de nu 56-jarige Molukker. In 1990 kwam hij via het ‘Duizendbanenplan’ voor Molukkers bij de overheid terecht. Ironisch genoeg voldeed hij eigenlijk niet aan de eisen van het plan dat Molukkers aan een baan moest helpen, omdat hij té hoog was opgeleid. Na zijn doctoraal Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit volgde een postdoctorale opleiding bestuurskunde. Hij begon zijn loopbaan in het bankwezen.
Sinds begin 2005 is hij programmadirecteur Dialoog bij het ministerie van Onderwijs. Zijn directie coördineert het onderwijsbeleid op het gebied van veiligheid, radicalisering en extremisme. Het programma Dialoog is tijdens zijn sabbatical beëindigd. ‘In principe zou ik best bij de rijksdienst willen blijven’, licht Kaitjily toe. ‘Maar ik sluit ook niet uit dat ik de overheid ga verlaten. Allereerst zit ik er al zes jaar, op andere niveaus liggen voor mij ook uitdagingen en de markt trekt gewoon actiever aan je dan de Algemene Bestuursdienst.’
De ABD gaat over alle rijksambtenaren met een leidinggevende functie en eindverantwoordelijkheid over mensen en middelen. Zo benoemt de dienst de secretarissen-generaal, inspecteurs-generaal, directeuren-generaal en directeursfuncties. Kaitjily, die als HRM-directeur, met hetzelfde bijltje heeft gehakt, heeft de nodige kritiek op de dienst van minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken. ‘We zitten nog steeds in een fase waarbij we constant moeten aantonen wat de meerwaarde is van iemand van allochtone afkomst. Dat vind ik jammer. Het is nodeloze tijdverspilling. Het bedrijfsleven heeft met etnomarketing al een jaar of tien geleden uitgevonden dat inzicht in die groep tot betere marketing leidt.’
‘Het is een pijnlijke constatering, maar het bereik van de rijksoverheid ten opzichte van minderheden is bijna nul’, betoogt hij misnoegd. Op de vraag of hij zelf negatieve ervaringen heeft gehad vanwege zijn etniciteit, reageert Kaitjily terughoudend. ‘Voorbeelden zijn er, maar daarmee moet ik wel voorzichtig zijn. Ik heb meegemaakt dat een collega van mij zei: ‘Met jouw soort communiceer ik niet.’ Het woord soort spreekt boekdelen. Dat komt hard aan. Later bleek die man lijsttrekker van een niet nader te noemen partij. Ik heb hierover met een derde van gedachte gewisseld. Ik respecteer dat die man daar zo over denkt, maar ik ga daar geen energie in steken.’
Kaitjily heeft meer voorbeelden. ‘Samen met twee blonde collega’s had ik een afspraak met drie bewindslieden en een delegatie. De twee dames in kwestie hoefden zich niet te legitimeren en rara wie wel? Dat heb ik geweigerd, dan hadden ze dat ook aan de anderen moeten vragen of aan niemand. Ik heb gezegd: anders ga jij maar aan de bewindslieden uitleggen dat ik niet naar binnen mocht. De reactie was dat ze mijn naam niet goed konden spellen, maar daar hadden ze niet eens naar gevraagd. Aan mij hebben ze nooit gevraagd hoe het is om als allochtoon op te groeien binnen het rijk, met alle weerstanden van dien.’
Verkeerd beeld
Vraag is ook waarom allochtonen zelf weinig interesse tonen in het werk bij het rijk. Volgens de oud-directeur Personeel en Organisatie verschilt de motivatie per bevolkingsgroep. ‘Bij Turken is het ondernemerschap hot. Dat is veel hipper dan werken bij de rijksoverheid. Hoewel ze volgens mij wel heel goed aan de weg timmeren in gemeenteland.’ Vluchtelingen hebben volgens Kaitjily vaak een verkeerd beeld van wat de overheid is. ‘Als je uit een dictatoriale staat komt, kijk je daar natuurlijk heel anders tegenaan.’
Als het aan Kaitjily ligt, krijgt elk ministerie een taakstelling opgelegd. ‘Al is het maar één persoon per departement per jaar.’ De topambtenaar vindt dat de overheid onvoldoende inspeelt op de gevolgen van de vergrijzing. ‘Het is een strategisch weeffoutje van de ABD, want het vervangingsvraagstuk staat al voor de deur. Dat duurt nog maar een jaar of vijf. Volgens mij hebben de afgelopen jaren aangetoond dat het huidige beleid niet werkt. Er is volgens mij ook onvoldoende budget voor dit soort dingen. De overheid dreigt in de concurrentieslag met het bedrijfsleven de boot te missen. Als de krapte op de arbeidsmarkt zich aandient, dan vist de overheid achter het net. Ik vind het dapper dat minister Ter Horst dit op de agenda zet. Ik weet alleen niet of het ambtenarenapparaat het aan kan. Je had al een pooltje van mensen moeten hebben. Er is in Nederland nog nooit een allochtone directeur-generaal of secretaris-generaal geweest. Als we in dit tempo doorgaan, doen we er nog een eeuw over.’