Door: Peter Middendorp » Meer columns van Peter Middendorp 
Gepubliceerd: woensdag 27 februari 2008 22:24
Update: woensdag 27 februari 2008 22:26
Het begon ermee dat minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken een brief schreef over de wijze waarop SP-leden hun vertegenwoordigers voor de Eerste Kamer moeten kiezen: altijd op de eerste van de lijst. Hierna schreven de kranten dat de SP volgens de minister in strijd met de grondwet handelde, en riep SP’er Tiny Kox de minister voor opheldering naar de Eerste Kamer.
Kox had de krantenkoppen uitgeknipt en gekopieerd. Tijdens zijn toespraak liet hij zijn kopieën vaak zien. Als ergens in zijn zinnen een woord moest worden beklemtoond, wapperde hij er verontwaardigd mee, vlak naast zijn gezicht.
Een bode moest een kleine, houten katheder van de vloerbedekking tillen en deze voor de minister op een tafel plaatsen, voordat zij aan haar antwoord kon beginnen. Tegelijkertijd probeerde de minister ruimte voor zichzelf te creëren door een zware stoel naar achteren te schuiven. Hoe ze ook trok, er kwam geen beweging in de stoel. Op de hoge perstribune waren mannen die het nodig vonden om dit moment te gebruiken om even diep in haar decolleté te kijken, een vage, tevreden glimlach om de lippen.
Ter Horst was snel klaar met Kox. Ze had helemaal niet geschreven dat de SP in strijd met de grondwet handelde. Kox had de brief niet goed gelezen. De journalisten hadden de brief ook niet goed gelezen. Kox had paniek gezaaid om niets, iedereen op basis van een paar foutieve krantenkoppen naar de Eerste Kamer gehaald.
Kox stond in zijn hemd, daar kwam het op neer. Hij nam zijn verlies niet, maar bleef net zo lang herhalen ‘dat als alle kranten dat nou schrijven, dat hij dan toch wel...’ tot iedereen hem een zeurpiet vond. We hebben allemaal onze momenten van kleinmoedigheid, het blijft een schouwspel van niets.
Verder was het fijn om in de Eerste Kamer te zijn. Het groene vilt, het beschilderde plafond, de oude schilderijen, de rust op de ongemakkelijke bankjes. Door twee hoge ramen kon je de zon op de Hofvijver zien schijnen. De wind blies het water aan de ramen voorlangs, zodat het net leek alsof het van ons wegstroomde, ergens anders naartoe.