Door: Ana Karadarevic
Gepubliceerd: woensdag 12 maart 2008 22:44
Update: woensdag 12 maart 2008 22:45
Er moeten welkomstcentra komen waar importbruiden terecht kunnen met vragen over ontplooiingsmogelijkheden. Dit zegt ontwikkelingspsychologe Joke van der Zwaard.
Het beeld van een huwelijksmigrant is dat van een analfabeet meisje uit het Marokkaanse Rif-gebergte dat, eenmaal in Nederland, de flat drie hoog alleen verlaat om kinderen te baren. Dit beeld klopt niet volgens Joke van der Zwaard, die sprak met tweehonderd vrouwen uit 26 landen die voor een huwelijk naar Nederland zijn gekomen. In haar boek Gelukzoekers beschrijft ze hun lotgevallen.
Tijdens groepsgesprekken in buurthuizen sprongen er altijd een paar vrouwen uit, volgens de onderzoekster. Door hun intelligentie of door hun ambitie. Van der Zwaard pleit ervoor om omstandigheden te creëren waarin de vrouwen zich verder kunnen ontwikkelen. ‘Ik ben voor de oprichting van welkomstcentra. Gemeenten, die belast zijn met de inburgering, kunnen deze opzetten.’
Talenten en ambities
De centra kunnen diverse functies vervullen. Zo kunnen er coaches worden ingezet die met de vrouwen hun talenten en ambities in kaart brengen. De vrouwen kunnen er informatie inwinnen over werk en opleidingen. Ook kan een welkomstcentrum dienst doen als informele ontmoetingsplek, waar nieuwkomers elkaar en hun landgenoten ontmoeten om emigratieleed met elkaar te delen.
Behalve leed delen, moeten de huwelijksmigranten ook kunnen praten met rolmodellen. ‘Als zij landgenoten zien die hun dromen wel waarmaken, dan kunnen ze het zichzelf makkelijker voorstellen.’ Van huwelijksmigranten wordt niet veel verwacht, volgens Van der Zwaard. ‘Doordat zij worden benaderd alsof ze niets kunnen, worden zij juist de initiatiefloze huisvrouwen die wij verwachten dat ze zijn.’
Digitale opdrachten
De vrouwen komen met dromen over een betere toekomst naar Nederland, een land waar zij amper iets van weten. Dat moet anders, vindt Van der Zwaard. Zij pleit voor interactief voorlichtingsmateriaal in de vorm van digitale opdrachten. Daardoor kunnen mensen zich de start in Nederland inbeelden en oplossingen bedenken voor mogelijke hindernissen die op hun pad kunnen komen. Ook de mannen en schoonfamilies moeten vooraf al nadenken over hun verantwoordelijkheid in het integratietraject van de importbruiden.
Volgens Van der Zwaard kunnen huwelijksmigranten de aankomende tekorten op de arbeidsmarkt opvullen. Sommigen, bijvoorbeeld vrouwen uit Oost-Europa, hebben een opleiding gevolgd in hun land van herkomst. Soms hebben zij een carrière achter de rug. Ze erkent dat niet alle nieuwkomers ambities hebben. ‘Maar uiteindelijk wil iedereen iets, al is het maar kunnen communiceren met de leraar van hun kind.’
De verloren droom van de Turkse Pembe
De Turkse Pembe wilde dokter worden. Maar haar grootvader had andere plannen met haar. Hij bracht haar en haar zussen groot na de dood van hun vader. Opa wilde niet dat ze ging studeren. In plaats daarvan presenteerde hij zijn kleindochter een huwelijkskandidaat. Die overtuigde haar ervan dat ze in Nederland kon studeren. De 18-jarige trouwde en vertrok. Tien jaar later heeft Pembe twee kinderen, spreekt matig Nederlands en denkt niet meer aan studeren. Ze vult haar dagen met het huishouden, theedrinken en naar de markt gaan. De deelname aan de groepsgesprekken van Joke van der Zwaard is voor Pembe een confrontatie met haar verloren dromen. Op de vraag wat het belangrijkste was dat er in haar koffer zat toen zij naar Nederland kwam, antwoordt zij: ‘Mijn toelatingscertificaat voor de universiteit. In het begin pakte ik dat vaak uit de kast en dan moest ik heel erg huilen.’