Door: Marcel van Engelen
Gepubliceerd: dinsdag 17 juni 2008 22:32
Update: woensdag 18 juni 2008 00:51
De helft van de elektriciteit moet uit wind komen. Maar er zijn al 110 actiegroepen.
Wie vanuit het noorden van Urk naar het IJsselmeer loopt, ziet ze rechts staan: tientallen, kleine windturbines op een rij, net achter de dijk. Vanuit het oude centrum zijn er nog veel meer te bewonderen, in de verte, langs de kust van de Flevopolder. De halve horizon is bezaaid met kleine, draaiende sprietjes.
Er komen er nog veel meer. En ze worden alleen maar groter. Als het aan het Rijk, de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder ligt, verrijst aan de noord- en zuidkant van het vissersdorp, deels in het water van het IJsselmeer, het grootste windmolenpark op Nederlandse bodem: zo’n honderd turbines van meer dan honderd meter hoog, de wieken niet meegerekend.
Aanzien van het dorp
‘Onze vuurtoren meet 27 meter’, schrijft burgemeester Jaap Kroon van Urk sip op zijn weblog. ‘Het behoeft geen betoog dat daarmee het aanzien van ons dorp ingrijpend verandert.’ Urk is altijd zelfstandig gebleven in de Noordoostpolder. Het bestuur zal het er niet bij laten zitten.
Het dorp aan het IJsselmeer is niet de enige gemeente waar verzet heerst tegen windturbines. Nederland telt niet minder dan 110 lokale actiegroepen die tegen windenergie zijn gekant. ‘Er komen steeds meer turbines, dus neemt het verzet alleen maar toe’, zegt Roeland van Rooij van het Nationaal Kritisch Platform Windenergie (NKPW) dat de plaatselijke comité’s van advies voorziet.
‘Mensen maken zich zorgen over de aantasting van het landschap.’
Het protest is niet zonder succes. Zo had de provincie Utrecht vier lokaties voor windparken langs de A12 op het oog. ‘Maar die in Loenen en Woerden zijn door de gemeenten weggestemd’, zegt Van Rooij, die zelf in Woerden woont. ‘In Houten loopt het verzet nog. Alleen de windmolens bij Lopik komen er.’
Het lokale verzet is een groeiend obstakel om het aandeel van windenergie fors op te schroeven, zegt de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA), waarin onder meer de energiebedrijven zijn verenigd. We maken ons allemaal zorgen over de opwarming van de aarde, klagen over de oplopende brandstofprijzen, maar willen liever niet dat er ‘schone’ windmolens in de buurt worden geplaatst.
Ambities onder druk
Het zet de ambities van milieuminister Cramer flink onder druk. De komende vier jaar moet het vermogen van windturbines op het land meer dan verdubbelen. ‘Maar een flink aantal projecten zal het niet halen’, zegt directeur Ton Hirdes van de NWEA. ‘Veel gemeenten willen onder druk van de bevolking hun bestemmingsplan niet wijzigen. We zijn ooit begonnen met laaghangend fruit: windparken die makkelijk zijn te realiseren. Hoe meer erbij komen, hoe meer we in de buurt van de bewoonde wereld komen, hoe sterker het protest.’
Nu staan er 1.800 molens (genoeg om 1,1 miljoen huishoudens van stroom te voorzien), voornamelijk in een ruime baan langs de Noordzee en rond het IJsselmeer. Voor de verdubbeling komen er zo’n zevenhonderd turbines bij: die zijn groter en geavanceerder.
Op langere termijn moeten de windparken vooral in de Noordzee komen, waardoor in 2050 ongeveer de helft van alle benodigde elektriciteit (niet: energie, want transport bijvoorbeeld niet meegerekend) uit wind moet komen. Maar ook op zee zal er verzet zijn. Hirdes: ‘Daar moeten we weer rekening houden met de visserij, de scheepvaart en gas- en oliewinning.’
Van Rooij van het NKPW noemt het geschetste toekomstige aandeel van windenergie ‘niet voor te stellen’. ‘Eind 2007 was het aandeel van wind op de totale energieconsumptie 0,4 procent. Het stelt dus niks voor. De helft van de totale elektriciteitsvoorziening is gewoon niet haalbaar.’
Zoeven of zwiepen
Daarbij is het onwenselijk, zegt hij. Behalve dat de turbines het landschap aantasten, zorgen ze voor geluidsoverlast, wat omwonenden beschrijven als ‘zoeven’ of ‘zwiepen’. Uit onderzoek van het Universitair Medisch centrum en de Rijksuniversiteit uit Groningen blijken omwonenden van 1.200 grote turbines geluidoverlast zelfs een groter bezwaar te vinden dan de verstoring van het zicht. Terwijl het geluid van het verkeer ’s nachts zwakker wordt, zou het geluid van windturbines eerder in kracht toenemen. Sommige omwonenden slapen er slecht van.
Volgens NWEA-directeur Hirdes komt het verzet vooral voort uit ‘een vrees voor verandering’ en worden daar steeds meer argumenten bijgehaald. Hij weet zich gesterkt door een opmerkelijke uitkomst van het onderzoek: als mensen financieel belang hebben bij de turbines ervaren ze geen geluidshinder.