Door: Annita Lageweg
Gepubliceerd: zondag 6 juli 2008 23:05
Update: maandag 7 juli 2008 00:01
‘Pak die maar even’, roept KLPD’er Henk van der Pal naar zijn collega Remko Smit. Smit manoeuvreert de kleine politieboot van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) over het water van de Houkesloot, in de richting van het Sneekermeer. Daar varen twee mannen in een speedboot. Als ze vlakbij zijn, maakt Van der Pal met zijn rechterhand een ronddraaiende beweging in de lucht, als teken dat de bestuurder van de boot langszij moet varen. ‘Goedemiddag meneer, mag ik uw vaarbewijs zien?’ vraagt hij wanneer de twee boten naast elkaar liggen. ‘Heeft u vanmiddag gedronken?’
Een routinecontrole, legt Van der Pal uit als de speedboot weer uit het zicht verdwijnt. Maar wel een met een specifiek doel: zondagsvaarders uit de Friese meren verwijderen. Het project ‘Zomerwatertoezicht 2008’ moet de noordelijke watertjes, die ‘s zomers overvol zijn, een beetje veilig houden.
En dat is hard nodig. Een maand geleden verongelukte in de buurt van Grouw een speedboot op het Prinses Margrietkanaal. De negen meter lange luxe boot botste midden in de nacht op een vrachtschip. Vier van de zes opvarenden belandden in het water, een van hen verdronk. Een tragisch ongeval, waarbij drank en snelheid een cruciale rol speelden, bleek uit onderzoek.
Stoer doen
Zo’n ongeluk is nooit te voorkomen, meent Remko Smit, ook al geef je voorlichting en straf je mensen voor bepaald gedrag. En gestraft wordt er: voor snelheidsovertredingen, alcoholgebruik, hinderlijk vaargedrag, het ontbreken van vaarbewijzen en stuurboordwal varen.
De meeste processen verbaal geven Smit en zijn collega’s aan speedbootbezitters, die voor de grootste overlast en ergernis zorgen op het water.
‘Meestal zijn dat mannen’, weet Van der Pal. ‘Stoer doen, vaak met een borrel op. In zo’n boot is dat funest. Die vaart met gemak honderd kilometer per uur, maar een snelheid van vijftig vraagt al een verziende blik en een súperconcentratie.’
Smit heeft overigens niet de indruk dat watersporters buitensporig veel alcohol innemen. ‘Maar natuurlijk zien wij ook niet alles, want het watertoezicht gebeurt niet 24 uur per dag. Wij proberen met de regiopolitie een dekking van zestien uur te krijgen, van acht uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds. Als mensen dan’s nachts om twee uur uit de kroeg komen en met drank op in een snelle boot stappen, dan hebben wij daar geen zicht op.’
Alcohollimiet
Met uitzondering van het Rijnvaartgebied, waar net als op de weg een alcohollimiet van 0,5 promillegeldt, is op het Nederlandse water een promillage van 0,8 toegestaan. Deze regel is ingesteld omdat waterverkeer in de meeste gevallen langzamer gaat dan wegverkeer, legt Van der Pal uit.
Dan vraagt hij collega Smit naar een middelgrote speedboot te varen. ‘Zo mannen, aan het waterskiën?’ Even later staat de politieman aan boord bij drie middentwintigers. Na controle lijken alle papieren in orde. Een blaastest ook, zo blijkt. ‘Een promillage van 0,1. Niets aan de hand vandaag.’