Gepubliceerd: vrijdag 31 oktober 2008 18:07
Update: vrijdag 31 oktober 2008 20:12
Het is belangrijk dat mensen in het openbaar hun mening kunnen geven en daarbij ook kritiek mogen leveren op een godsdienst. Maar wie die vrijheid gebruikt om een groep mensen, zoals gelovigen, opzettelijk te beledigen vanwege hun levensovertuiging, gaat te ver.
Dat stelde minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie vrijdag nadat het kabinet op zijn voorstel had besloten het verbod op godslastering (artikel 147) uit het Wetboek van Strafrecht te schrappen.
Als alternatief wil het kabinet de antidiscriminatiebepaling van artikel 137c aanvullen zodat ernstige bedreigingen die duidelijk zijn gericht tegen een groep mensen, strafbaar zijn. De wijziging is bedoeld om duidelijker te maken wat de ,,uiterste grenzen'' zijn, zei Hirsch Ballin in een toelichting.
Over het veelbesproken maar amper toegepaste artikel 147 bestonden volgens hem veel misverstanden. De minister hoopt dat er nu meer helderheid komt. Hij meent ook dat godsdienst en niet-godsdienstige levensbeschouwelijke overtuigingen op dezelfde manier worden beschermd.
Vorig jaar besloot het kabinet nog het verbod op smalende godslastering te handhaven. Door de opstelling van coalitiegenoot PvdA ontstond in de Tweede Kamer echter een meerderheid om het artikel af te schaffen. Voortschrijdend inzicht heeft Hirsch Ballin ertoe gebracht hiervoor alsnog te kiezen.
De ChristenUnie-fractie is teleurgesteld over het besluit. Kamerlid Ed Anker van de regeringspartij erkent dat artikel 147 vooral een symbolische waarde heeft. ,,Maar dat betekent niet dat het een overbodige luxe is.'' Anker hoopt dat de tegenstanders van artikel 147 in het debat zullen aangeven ,,dat ook zij niet willen dat de vrijheid van het woord gebruikt wordt om bewust gelovigen in hun diepste wezen te raken''. De SGP noemde het kabinetsbesluit ,,een bittere pil''.
D66 ziet dat heel anders. ,,Waar artikel 147 is gesneuveld, staat het als een lazarus weer op in 137c. Het is hetzelfde maar dan anders geformuleerd'', aldus Kamerlid Boris van der Ham. Ook de SP vreest dat de uitbreiding van de antidiscriminatiebepaling verkeerd kan uitpakken.