Door: Kustaw Bessems 
Gepubliceerd: vrijdag 31 oktober 2008 18:58
Update: maandag 3 november 2008 09:17
Gelovigen maken voortaan meer kans bij de rechter als zij iemand aanklagen die iets beledigends over hun religie zegt. Volgens juridisch expert Sackers kan de vrije meningsuiting in het geding komen.
Het kabinet heeft besloten om het wetsartikel dat belediging strafbaar stelt uit te breiden. Nu is het alleen strafbaar om – op grond van ras, religie, levensovertuiging, seksuele geaardheid of handicap - een groep mensen te beledigen. ‘Moslims’ bijvoorbeeld, of ‘christenen’. Als het kabinet zijn zin krijgt, kan iemand ook naar de rechter wanneer iemand indirect wordt beledigd. Dat wil zeggen wanneer iets beledigends is gezegd over bijvoorbeeld ‘de islam’ of ‘het christendom’, zo bevestigde premier Balkenende. Want, zei hij: ‘Daarmee worden mensen beledigd die zich tot een bepaalde godsdienst hebben bekend.’
Opzettelijk beledigen
In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Hirsch Ballin: ‘Het maakt voor mensen niet uit of zij rechtstreeks als groep worden beledigd of een eigenschap waaraan zij hun identiteit ontlenen. In beide gevallen zullen zij zich hevig gekwetst voelen en onder omstandigheden zelfs bedreigd in hun maatschappelijke positie.’ Vrije meningsuiting en godsdienstkritiek mogen niet worden gebruikt om een groep mensen, zoals gelovigen, opzettelijk te beledigen vanwege hun levensovertuiging, zei Hirsch Ballin in een toelichting. De wijziging is bedoeld om duidelijker te maken wat de ‘uiterste grenzen’ zijn,aldus de minister.
Tot dusver konden gelovigen, die zich beledigd voelen, zich in theorie beroepen op een verbod op Godslastering. Maar dat wetsartikel was in de praktijk onbruikbaar en leidde al sinds eind jaren zestig een slapend bestaan. Zij zouden voortaan dus meer kans maken bij de rechter. Dit slapende artikel wordt geschrapt en gelovigen kunnen zich als het aan het kabinet ligt voortaan makkelijker beroepen op een wetsartikel dat nog wél in gebruik is.
Schrappen
Het besluit is opmerkelijk, omdat een meerderheid in de Tweede Kamer, bestaand uit de niet-confessionele partijen en ínclusief coalitiepartij PvdA, er bij Hirsch Ballin op had aangedrongen om een eind te maken aan de strafbaarstelling van godslastering. Die Kamermeerderheid reageerde geprikkeld toen eerder een conceptbrief van Hirsch Ballin uitlekte waarin hij die strafbaarstelling wilde uitbreiden. Gisteren liet het kabinet dan weten het verbod op godslastering weliswaar te schrappen, maar wel een ‘alternatief’ te bieden. Dat gebeurde met instemming van PvdA-leider en vicepremier Bos. ‘Ik ben tevreden’, aldus Bos. Volgens hem is geen sprake van een uitbreiding van de strafbaarstelling maar van een ‘verduidelijking’. Ook de PvdA-fractie in de Kamer liet weten blij te zijn met het besluit.
Argwanend
De SP daarentegen zei direct ‘argwanend’ te staan tegenover de uitbreiding van het verbod op belediging. ‘ Straks is een onaardige uitlating over een sekte ook al strafbaar’, aldus Kamerlid Jan de Wit. ‘Aan de vreemde situatie dat het beledigen van God zelf strafbaar is, komt gelukkig een einde. Maar ik zie niet in waarom een uitbreiding van het verbod op beledigen noodzakelijk zou zijn. Het risico is dat mensen met uiteenlopende opvattingen hun mening aanmerken als levensovertuiging en naar de rechter stappen. Breed maatschappelijk debat moet mogelijk blijven en niet onnodig worden ingeperkt.’
Ook D66 is sceptisch. ‘Waar artikel 147 is gesneuveld, staat het als een lazarus weer op in 137c. Het is hetzelfde maar dan anders geformuleerd'’, aldus Kamerlid Boris van der Ham tegenover persbureau ANP.
Juridisch mijnenveld
Volgens Henry Sackers, universitair hoofddocent Straf- en Strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen betreedt het kabinet met zijn voorstel een juridisch mijnenveld. Hij was een van de auteurs van een onderzoeksrapport over godslastering en belediging dat in opdracht van Justitie werd opgesteld. ‘Dit is duidelijk een poging om de reikwijdte van het verbod op belediging te vergroten. Dat kan botsen met het grondrecht op vrije meningsuiting. En met jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat ook het recht om schokkende en storende uitingen in het maatschappelijk debat te doen, beschermt.’
Sackers acht het een zeer moeilijke taak voor rechters om straks te moeten bepalen wat een indirecte belediging kan zijn. Weliswaar schrijft Hirsch Ballin dat strafbaarheid van een uiting kan vervallen als die een bijdrage aan het maatschappelijk debat, maar hij tekent hierbij aan dat deze bijdrage ‘niet onnodig grievend’ mag zijn.
De kleine christelijke partijen ervaren de nieuwe regeling overigens niet als winst. Zij kennen grote symbolische waarde toe aan het geschrapte verbod op godslastering. Coalitiepartner de ChristenUnie liet weten ‘teleurgesteld’ te zijn en het voorstel niet te zullen steunen. De ultra-orthodoxe SGP noemde het schrappen ‘een bittere pil’.
André Rouvoet, partijleider van de ChristenUnie en vice-premier, zegt het voorstel wel te steunen. Het CDA betreurt de afschaffing van het verbod op
smalende godslastering, maar is tevreden met de aanpassing van het verbod op
belediging. ‘Het is een goede poging om de tegenstellingen tussen de partijen te
overbruggen', zegt Kamerlid Sybrand van Haersma Buma in het Reformatorisch
Dagblad.