Aangaande Wilders:
Geert Wilders is als mens tijdens een interview een mens gebleken.
Zie dit interview met De Pers uit 2007.
Interview Geert Wilders
http://www.depers.nl/ Geert Wilders en de islam.
Wat drijft Geert Wilders? - interview De Pers
dinsdag 13 februari 2007
Geert Wilders kan er niet tegen als iemand te laat is. ‘Weet je hoe lang ik al op je zit te wachten? Zeven uur is zeven uur.’Mist, file, ander onheil – geen excuus is goed genoeg. Zo leidt hij zijn fractie ook, zegt hij, alles smoezen heeft hij al eens gehoord. Als je moet stemmen, moet je stemmen. Trouwens, zelf is hij ook altijd tien minuten te vroeg.
Als Geert Wilders zich door het gebouw van de Tweede Kamer beweegt, loopt hij niet – hij béént. Waar hij gaat, gaan de mannen van de beveiliging met hem mee. Ze wachten buiten de deur als hij naar de WC moet, benen achter hem aan als hij zijn nieuwbakken Kamerlid Sietse Fritsma een bos bloemen brengt, om die te feliciteren met zijn maiden speech.
Een fantastische ploeg vindt Wilders zijn acht fractiegenoten. Wát een andere positie dan toen hij de rechtsbuiten was van de VVD en steeds maar werd gedwongen om zich te houden aan die vermaledijde fractiediscipline. Nee, deze mensen zijn op hém afgekomen. Hij traint ze, is hun mentor. De belangrijkste les? Dat ze hier niet zijn om vrienden te maken. Bij Wilders hoef je niet aan te komen met de boodschap dat je je motie hebt voorgelegd aan andere fracties en dat er eenderde van je oorspronkelijke voorstel overblijft.
In zijn VVD-tijd was Wilders best een ritselaar. Even zijn hoofd om de hoek bij het CDA of de PvdA, kijken of hij een verbondje kon sluiten. Dat gaat nu lastiger, met die mannen om hem heen, maar hij heeft er ook minder behoefte aan. Liever zit hij op zijn kamer. Achter de blinden, zo lang er nog geen gewapend glas is geplaatst. Achter het oude bureau van zijn vroegere leermeester Frits Bolkestein. Toevallig uit de inboedel van de Kamer bij hem terecht gekomen. Vroeger zat hij zwetend vóór het bureau. Nu zit hij erachter en mogen anderen zweten.
‘Wij gaan voor het onversneden geluid’, zegt Wilders. ‘De meeste partijen vallen hier ten prooi aan het corporatisme, het consensusmodel. Er zijn uitzonderingen. Zoals de SP. En zoals wij.’
De rechtse Partij voor de Vrijheid die zich verwant voelt aan de linkse SP?
‘Ja, qua manier van opereren. Inhoudelijk zijn we het op de meeste punten niet eens. Maar ik snap niet dat VVD-leider Mark Rutte zegt: we gaan geen oppositie voeren op het niveau van Wilders of in de stijl van de SP. Dan denk ik: oppositie voeren zoals de SP is bepaald geen schande. Integendeel. Het is zó badinerend.’
‘We zijn hier om waar te maken wat de 600.000 mensen die op ons stemden van ons verwachten. Met heel veel kamerdebatten, heel veel moties, heel veel vragen. Op onze thema’s. Ouderenzorg, criminaliteit, minder belastingen en vooral minder islam.’ Vooral minder islam, zegt u….
‘Let op hè, niet alléén. We zijn geen one issue-partij.’
Ik snap het. Wat wilt u over vier jaar hebben bereikt op dat punt?
‘We zitten in de oppositie, het is relatief wat we kunnen bereiken.’
Maar over vier jaar moet u toch kunnen laten zien dat u iets tegen de islam heeft gedaan?
‘We willen genoeg. De grenzen dicht, geen islamieten meer Nederland in, veel moslims Nederland uit, denaturalisatie van islamitische criminelen…’
Maar welke van die doelstellingen acht u haalbaar?
‘Niet meer moskeeën erbij en niet meer islamitische scholen erbij.’
Daar krijgt u nooit een kamermeerderheid voor.
‘Lees de kranten, lees de rapporten. Elke dag hebben de mensen er meer genoeg van. Het gat tussen wat de bevolking wil en wat de Kamer doet, wordt steeds groter. Twee jaar vóór ik mijn motie indiende voor een boerkaverbod, werd ik erom verketterd. Maar het lukte, dat boerka-verbod is er met 76 tegen 74 door gekomen. Wacht maar, over twee jaar kunnen de andere partijen iets heel anders doen dan nu.’
U was als VVD-Kamerlid al lang vóór 11 september 2001 bezig met de dreiging van de politieke islam.
‘Ja, joh, zo’n Bert Koenders van de PvdA dacht dat ik gek was.’ U zelf komt uit een katholiek nest? ‘Ik kom uit het katholieke zuiden. Verder vind ik het privé.’
Privé is privé bij Geert Wilders. Hij heeft een vrouw uit Hongarije. Vroeger woonde hij met haar op Kanaleneiland in Utrecht. Een probleemwijk waar veel Marokkanen wonen. Waar hij, zegt hij, vaak genoeg heeft gezien hoe crimineel die waren. Mevrouw Wilders wordt geheel buiten de publiciteit gehouden. Om veiligheidsredenen. Maar ook omdat Wilders niet veel praat over zijn persoonlijke leven. Hetzelfde geldt voor zijn familie.
43 is hij nu. Hoe kan het dat jongen uit Venlo zo door die islam werd gegrepen? Door zijn reizen zegt hij. In het Midden-Oosten. Overal is hij geweest. Tot Teheran aan toe. Vakantie, studiereizen.
Maar dan nog, één keer is toch de eerste keer dat die jongen uit Venlo denkt: ik ga dat Midden-Oosten bekijken?
Het komt er met horten en stoten uit. De eerste keer in de regio is op zijn zeventiende, als hij voor een ‘jaartje er tussenuit’ naar Israël reist. Niet genoeg geld voor Australië. Eenmaal daar is hij snel verliefd op een meisje. Hij had er ook nog een oom wonen. Uiteindelijk blijft hij er twee jaar.
Hij wil wel een foto uit die tijd laten zien. Maar het is lastig. Zijn albums zitten in verhuisdozen. En de verhuisdozen staan verspreid over verschillende adressen. De tol van een gevaarlijk leven.
‘Ik werkte in de velden’, vertelt hij, ‘tien meter van de grens met Jordanië. Die was begin jaren tachtig gevaarlijk. Hoe vaak ik niet in een schuilkelder heb gezeten. Of toekeek hoe de Israëliërs hun tegenstanders in het licht van een magnesiumbom van een heuvel schoten.’ ‘Ik ben van daaruit op vakantie gegaan naar Egypte en Turkije.
Later ging ik naar Syrië. En als fractiemedewerker en als Kamerlid, heb ik Irak en Iran bezocht. Oh, het is daar zo mooi! De Syrische streek Palmyra, tussen Damascus en Eufrates. Ken je dat? Daar heeft koningin Zenobia Caesar weerstaan door zelfmoord te plegen. Het is een streek met een rijjke geschiedenis, een rijke cultuur.’ ‘In Damascus ben ik voor het eerst in een moskee geweest. Toen ik naar buiten kwam, waren mijn schoenen gestolen. Dure Nikes, had ik natuurlijk ook nooit moeten laten staan. Ik ben op kousevoeten over de kiezels gelopen tot ik slippers kon kopen.
En nee, daar is niet mijn afkeer van de islam begonnen.’ ‘Sterker nog, hoe vaak ik in het Midden-Oosten niet in kleine dorpjes bij mensen thuis ben uitgenodigd. In de Sinaï-woestijn: ze hadden bijna niks, maar deelden het met mij. En Iran, wat een vriendelijke, mooie mensen wonen daar.’ Op enig moment moet weerzin tegen de islam het hebben gewonnen van liefde voor dat gebied. ‘Ik heb nog steeds alleen iets tegen de religie, niet tegen de mensen. Maar ik ontdekte dat een constante in die regio is dat het regime, de religie, de geestelijkheid van geen kanten deugen. Ik zag wat er gebeurde, ik zág de dreiging.’
‘Niet alleen ter plekke. Ik ben bij de FBI geweest, op het State Department. Een week zat ik op het Franse ministerie van buitenlandse zaken. Fan- tas-tisch! Dertig man op de afdeling Saoedi-Arabië en ze weten álles. Berlijn ben ik geweest. Londen. En overal toegang. Op het Israël