Door: Merel van Leeuwen 
Gepubliceerd: dinsdag 2 juni 2009 23:00
Update: woensdag 3 juni 2009 06:29
Koos Plooij, crimefighter pur sang, geldt als hét gezicht van het Openbaar Ministerie. Maar volgens advocaten begint zijn onberispelijke reputatie haarscheurtjes te vertonen. ‘Er wordt gezegd dat ik over grenzen ga.’
Als een komeet schoot hij de afgelopen jaren omhoog. Noem een grote strafzaak en officier van justitie Koos Plooij was erbij betrokken: de moordenaars van Pim Fortuyn en Theo van Gogh kregen met hem te maken, hij draaide een grote terrorismezaak en wist Willem Holleeder veroordeeld te krijgen voor de afpersing van vastgoedmagnaat Willem Endstra. De 46-jarige Plooij wordt gezien als hét gezicht van het Openbaar Ministerie, een crimefighter pur sang die hoog aangeschreven staat.
Maar volgens advocaten begint zijn onberispelijke reputatie haarscheurtjes te vertonen. In een aantal rechtszaken waarin hij de aanklager was, kreeg hij tijdens het hoger beroep forse kritiek te verduren. Zo ook in de nog lopende zaak tegen Holleeder, waarin Plooij op de achtergrond een grote rol speelt. Hij schreef een aantal brieven om de werkwijze van politie en justitie tijdens het opsporingsonderzoek, dat onder zijn leiding plaatsvond, toe te lichten aan de advocaten en het gerechtshof. Zo kwam aan het licht dat de verhoren van een zeer belangrijke getuige op band waren vastgelegd. Na beluistering bleek diens verhaal af te wijken van het verhoor zoals dat door politiemensen op papier was gezet. Holleeders advocaten Stijn Franken en Chrisje Zuur betoogden dat Plooij ‘in nogal opzichtige herstelpogingen heeft geprobeerd de onderzoeksresultaten die voor het OM onwelgevallig zijn, nog een beetje in een door hem gewenste richting te sturen’.

Koos Plooij (links) en Fred Teeven. | Foto: Marcel Antonisse/ANP
Hans Wesselink, de aanklager in het hoger beroep, deed het pleidooi van Franken en Zuur af als een hoop geklaag. ‘Er is geen sprake geweest van kwaadwillende misleiding, bedrog, bewuste schending van verdedigingsbelangen en een gesloten oog voor ontlastend materiaal.’ Bovendien is Holleeder niet in zijn belangen geschaad, aldus het OM.
Plooij zelf is daar duidelijk over. ‘Iedereen mag mij gedreven noemen, of scherp. Maar dat is iets anders dan dat ik bij het leidinggeven van de opsporing bezig ben om dingen weg te houden bij de rechter.’ Hij zegt dat hij zich bij het schrijven van elke brief in hoger beroep realiseert dat het ertoe kan leiden dat hij op zitting uitleg moet komen geven. ‘Ik weet ook dat als ik iets zeg of schrijf wat niet klopt, de kans aanwezig is dat een ander me daar op enig moment mee confronteert en dan ga ik echt onderuit. In die zin is de integriteit van mijn persoon en mijn functie mij heilig. Dus voordat ik een brief heb geschreven, heb ik daar wel twintig keer over nagedacht.’
Om zijn oren
Ernstige aantijgingen, ook al komen ze van zijn tegenspelers de advocaten, kreeg Plooij al eerder om zijn oren. Hij werd in twee grote terrorismezaken als getuige naar het hof geroepen, wat uitzonderlijk is. Zo moest hij uitleg geven over zijn omgang met getuigen. Hij zou grote druk hebben uitgeoefend op een jonge vrouw om haar een verklaring te laten afleggen. In de andere zaak zou hij ontlastende passages uit de verklaring van een getuige hebben laten schrappen. Tijdens het verhoor op zitting zou Plooij hierover hebben gelogen. Advocaten Victor Koppe, Michiel Pestman en Bart Nooitgedagt namen dit zo hoog op dat ze aangifte deden wegens meineed. Een unicum. De aangifte liep voor Plooij goed af. Eind vorig jaar oordeelde het OM dat van meineed geen sprake was en dat Plooij niet vervolgd hoefde te worden. Maar de advocaten hebben zich daar nog niet bij neergelegd. Ze overwegen een procedure bij het hof om alsnog vervolging af te dwingen. Plooij heeft de beschuldiging als iets ‘zeer persoonlijks’ ervaren. ‘De zaak is volgens mij allang de wereld uit. Het OM in Breda heeft de zaak van tafel geveegd. Ik vind dat je het daar op een bepaald moment dan ook bij moet laten.’
Plooij, werkzaam bij het landelijk parket, begon zijn carrière in 1991 als officier van justitie in Utrecht. In 1998 stapte hij over naar het parket Amsterdam, waar hij zich bezighield met de bestrijding van de zware georganiseerde criminaliteit. In 2003 werd hij ongewild zelf nieuws toen bekend werd dat criminelen een moordaanslag op hem wilden plegen. De aanklager dook onder en werd lange tijd beveiligd. Wie achter de bedreiging zat, is nooit duidelijk geworden, maar volgens geruchten kwam de opdracht van de Servische crimineel Sreten Jocic. Jocic’ raadsman Jan Boone heeft dat altijd ten stelligste ontkend. De advocaat wil inhoudelijk niets over de zaak zeggen, behalve dat hij niets met Plooij te maken wil hebben. ‘Hij zou, bij wijze van spreken, zijn moeder nog verkopen voor zijn carrière.’

Plooij meent dat het altijd dezelfde advocaten zijn die kritiek op hem hebben. ‘Vergeet niet dat een advocaat is aangesteld om uitsluitend het belang van zijn cliënt te dienen. Eenzijdigheid kenmerkt zijn rol in het strafproces, ook al presenteren sommige advocaten zich nadrukkelijk als waarheidsvinders. Ik vind dat soms erg misleidend.’ Plooij vindt het ‘bijna een belediging voor rechters’ dat enkele advocaten beweren dat rechters niet kritisch genoeg op hem zijn als aanklager. ‘Ik ervaar het zeker niet zo dat rechters mij geloven omdat ik het ben. Kom nou. Er wordt gezegd dat ik over grenzen ga. Maar ik ben ervan overtuigd dat ik dat nooit doe. Je moet ze wel opzoeken, dat is ook de aard van het vak. En grenzen zijn ook nodig om de waarheid te helpen vinden. In complexe onderzoeken als dat naar Holleeder is het bewijs niet dik gezaaid en moet je het bij elkaar sprokkelen. Dat betekent dat je de grenzen moet opzoeken om getuigen te vinden. Daar is niks mis mee.’
Binnenkort wacht Plooij een volgend optreden als getuige. Hij is opgeroepen in de zaak tegen oud-politieman Sjaak K. Deze wordt verdacht van het lekken van geheime politie-informatie toen hij nog bij de Nationale Recherche werkte. In dit geval is er weer een advocaat die denkt dat Plooij ontlastend materiaal uit het dossier heeft verwijderd.
Wat vinden anderen van Koos Plooij?
Jan Hein Kuijpers
voormalig advocaat van Willem Holleeder

Foto's: ANP
Plooij is een slimme en sluwe vent. Hij komt over als een heel nette
officier die niet wil dat de rechten van een verdachte worden
geschonden, maar het tegendeel is waar. Hij ziet eruit als een pastoor,
maar hij is een haai. In de zaak van Holleeder zijn stukken naar boven
gekomen waarvan ik niet wist dat ze er waren en dat had Plooij ons wel
moeten laten weten. Als je die buiten het dossier houdt, ondermijn je
daarmee de rechtsstaat. Een officier moet niet een dossier op een
bepaalde manier in elkaar zetten opdat de rechtbank een verkeerd beeld
krijgt. En dan ook nog zeggen dat je transparant bent. Dat kan niet.
Als het hof Holleeder straks naar huis stuurt, omdat het dossier een
janboel is, loopt hij deuken op. Dan is de sfeer van de onaantastbare,
serene magistraat weg. Ik denk dat de politieke druk op deze zaken zo
groot is dat je blijkbaar alles gaat doen om die verdachten binnen te
houden. Ik snap het op zich wel, maar het hoort niet. Als het dan
uitkomt, moeten de rechters zeggen: tot hier en niet verder. Dat is de
enige controle die erop zit.’
Fred Teeven
voormalig officier van justitie en ex-collega

Van Plooij wordt vaak gezegd dat hij zich de school-Teeven eigen
heeft gemaakt. Die school staat voor een officier van justitie die zelf
aan opsporing doet. Dat is niet gebruikelijk en wordt door sommigen
binnen het OM als not done beschouwd, maar het mag wel. Ik zie ook niet
in wat daar erg aan is. Je moet je alleen wel realiseren dat je
daardoor als officier kwetsbaarder bent en meer risico loopt. Ik vind
Plooij een briljant jurist. Alle kwaliteiten verenigen zich bij hem,
hij is van uitzonderlijke klasse. Hij is heel goed in staat om de
rechtbank te vertellen wat het OM van plan is. Qua presentatie ter
zitting kan geen officier zich met hem meten en staat hij al jaren
eenzaam aan de top. Het verwijt dat in de Holleeder-zaak nu dingen aan
het licht zijn gekomen die bij de rechtbank niet bekend waren, herken
ik niet. De vraag is ook of dat kwaadwillendheid is van de officier, of
domheid van een advocaat. Ik denk het laatste. Je moet als advocaat
gewoon goed je werk doen. Plooij is niet iemand die ontlastend
materiaal achterhoudt. Als je dat doet, ben je een slechte officier.’
Victor Koppe
Terreuradvocaat

Plooij heeft ter zitting een enorme overtuigingskracht. Hij weet
dingen zodanig te formuleren dat rechters positief op hem reageren. Hij
is feitelijk en juridisch ook ontzettend goed. Maar hij is zo gebrand
op zijn waarheid. Hij zoekt de randen van de wet op, hij rekt ze een
beetje op en als het OM er overheen gaat, vindt hij wel iets om ermee
weg te komen. Plooij doet niet aan waarheidsvinding, maar aan
veroordelingen. Hij zoekt voldoende bewijs bij zijn ideeën. Dat is
evident het patroon in zijn werkwijze en is in feite ook de essentie
van een crimefighter. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat hij meineed
heeft gepleegd in een van de terrorismezaken. Maar hij komt ermee weg.
Mijn frustratie is dat Plooij iets doet wat hij niet zou moeten doen,
maar ik ben vooral boos dat rechters hun controlerende taak niet goed
uitvoeren. Als ze zich zouden realiseren dat opsporing op een heel
andere manier kan gaan en soms ook gaat, zouden ze veel kritischer
zijn. Door het maar niet willen controleren van Plooij is mijn
vertrouwen in de zittende magistratuur in Nederland (de rechters, red.)
aanzienlijk gedaald.’
Bart Nooitgedagt
Terreuradvocaat

Plooij gaat vanuit een bijna jihadistische visie te werk. Hij denkt
dat hij het morele gelijk aan zijn kant heeft en dat daarmee veel,
zoniet alles gerechtvaardigd is. Zijn werkgever lijkt zijn werkwijze
goed te keuren. Hij wordt niet voor niets hét gezicht van het OM
genoemd. Als dat gezicht een andere kant blijkt te hebben en niet zo
puur en rein is als hij zelf wil doen voorkomen, tast dat het gezicht
van de organisatie aan. Ik vind dat het OM fair play moet betrachten en
geen spelletjes moet spelen die de waarheidsvinding geweld aan doen,
omdat sommige zaken politiek of maatschappelijk beladen zijn. Je moet
geen coulance hebben met officieren van justitie die daar een loopje
mee nemen. Want het gaat om mensen die anderen de maat nemen en als je
dat niet doet op basis van feiten en omstandigheden, maar vanuit de
wens om een zaak tot een veroordeling te brengen, ben je strafbaar
bezig en dat soort mensen horen niet thuis bij het OM of de
rechterlijke macht. Er is een nieuwe lichting aanklagers die allemaal
Koos Plooijtjes willen worden en dat lijkt me geen goede ontwikkeling.’