Door: Peter Middendorp » Meer columns van Peter Middendorp 
Gepubliceerd: donderdag 11 juni 2009 23:05
Update: donderdag 11 juni 2009 22:58
Bas van der Vlies en Kees van der Staaij van de SGP zaten in het restaurant op de eerste verdieping van het Kamergebouw. Naast elkaar, zoals zij ook in de bankjes van het parlement graag naast elkaar zitten. Kin een beetje hoog, handen op de bankjes.
Voor hen zaten twee mannen naast elkaar, eveneens van de orthodox-gereformeerde partij. Er waren geen vrouwen aan de tafel uitgenodigd, of ze moesten onder tafel zitten. Onder tafel heb ik niet gekeken.
Er werd hen een maaltijd voorgezet. Wat Kees op zijn bordje had, kon ik niet zien; hij hing er overheen alsof er elk moment een homo aan kon komen. Op voorhand wil je niet discrimineren, als ze aan je eten zitten ben je te laat.
Bas had een visje, wit, wat gesorteerde groenten, aardappeltjes. Ook hij hing over zijn bord, zijn ogen deden een kleine inspectieronde – ik neem straks eerst hier een hapje van, leek hij te denken, en daarna van dat.
Nu gingen Bas en Kees eten.
Heel kleine hapjes namen zij.
Kees sneed een boontje in twee, prikte een helft aan zijn vork.
Met zijn mes isoleerde Bas een stukje aardappel van de rest van de maaltijd, en schoof dat naar een stukje ongebruikt bord. Daar sneed hij het stukje aardappel in drieën. Een daarvan werd met het mes op de vork geschoven. De rug werd gerecht, de mond zakte open, met gekromde elleboog werd de vork naar de mond getild.
Voor niets hadden Bas en Kees hun bestek niet gekregen.
Het kauwen nam een aanvang, een aandachtig, langdurig kauwen, in de monden van de afgevaardigden vermengde speeksel zich met mineralen en… – ach, eigenlijk wist je helemaal niet wat zich achter de gesloten lippen afspeelde.
Tijdens het kauwen werd aandacht aan de omgeving besteed. Niet overdreven, maar gewoon, beetje rondkijken, vriendelijke blik, tevredenheid.
Ze slikten. Het halve boontje, het stukje aardappel – we zagen ze niet meer terug.
Een slokje sinaasappelsap volgde, uit lage wijnglazen die voor de borden stonden. Het was gewone sinaasappelsap. Niet van dat vers geperste.
Bas en Kees keken elkaar aan. Een rustige, wijze glimlach vertrouwden zij elkaar wel toe. Hierna werd voor een tweede maal over de borden gebogen.