Door: Kustaw Bessems - Dirk Jacob Nieuwboer
Gepubliceerd: vrijdag 19 juni 2009 01:19
Update: vrijdag 19 juni 2009 08:17
Jan Marijnissen ondermijnt het gezag van Agnes Kant voortdurend.
Nee, nee, bezwoer Jan Marijnissen toen hij een jaar geleden aftrad als fractievoorzitter voor de SP in de Tweede Kamer, hij zou heus geen ‘Orakel uit Oss’ worden. Al bleef hij dan partijvoorzitter en Kamerlid, hij wilde zijn opvolgster Agnes Kant ‘niet voor de voeten lopen’.
In de praktijk laat hij weinig kansen onbenut om het toch al kwetsbare imago van Kant verder te beschadigen. Woensdagavond was een voorlopig hoogtepunt. In Nova: ‘Uhm...ze doet het goed. Ja, ik vind, ze groeit steeds beter in d’r rol. Uhm... het is ook niet niks. Oppositieleider, leider van de SP-fractie. En nee, ik vind dat ze het afgelopen jaar enorm is gegroeid in d’r rol.’
Groeit in haar rol? Dat zei Marijnissen al letterlijk over Kant in december, in NRC Handelsblad. Is ze zo weinig opgeschoten? ‘Zij is niet wie ik ben’, zei hij daar toen bij. ‘Soms doet ze dingen die ik niet goed vind en dan praten we erover, heel discreet.’
Heel discreet ja. Heel discreet op tv. Gevraagd of het verkiezingsverlies in Oss met zijn vertrek had te maken, antwoordde Marijnissen dat dat ‘ongetwijfeld meespeelde’. Om daarna Kants optreden bij het debat van de verkiezingsavond te fileren. Kant had geprobeerd boven lawaai uit te komen ‘met haar toch wat schrille stem’, aldus Marijnissen, en dat had geleid tot ‘verbeten trekken en zo en dat komt dan, ja, wel een beetje streng over. Dan is het niet goed gegaan, dan had je toch eigenlijk een beetje rustiger moeten blijven. Meester zijn van de omstandigheden. Dus, je van tevoren realiseren: waar ga ik naartoe? En daar op prepareren.’
Later op de avond mocht hij nog een keer, bij Knevel en Van den Brink. Toen Knevel hem introduceerde met ‘vorig jaar afgetreden als leider van de SP’ onderbrak Marijnissen hem: ‘Als fractievoorzitter ja. Ik ben nog partijvoorzitter!’ Om daarna maar weer eens uit te leggen dat hij echt alleen maar is gestopt vanwege zijn hernia’s. En breed uit te meten dat je eigenlijk arbeider moet zijn om goed over sociale zekerheid te beslissen. En Agnes Kant dan? ‘Die heeft zelfs doctor voor haar naam’, zei Marijnissen, ‘maar die is geen lasser geweest of bankwerker.’ En weer over het slotdebat: ‘Het heeft ook met onervarenheid te maken. Want natuurlijk hebben we het er wel over gehad.’ Een eenmalige fout van Kant, neemt Marijnissen aan, want: ‘Dat heeft ze beloofd.’
Agnes Kant is intussen erg zelfkritisch. Háár interviews lopen vaak uit op openbare functioneringsgesprekken. Jan Marijnissen heeft haar aangeraden daar mee op te houden. Maar ironisch genoeg, ook dát maakt hij wereldkundig. ‘Ik heb tegen haar gezegd: Agnes Stop daarmee’, vertelde hij in april tegen Vrij Nederland: En in hetzelfde artikel: ‘Een belangrijk advies dat ik Agnes heb gegeven is om vooral haar kalmte te bewaren. Soms is ze nog wat ongeduldig.’
Terugkerend thema in alle Jan-blikt-terug-interviews is hoe zijn handen jeuken en hoe hij op die handen moet zitten om niet zelf als vanouds naar de interruptiemicrofoon te lopen. Of heel openhartig in NRC: ‘Waarom moest ik eigenlijk weg?’
Maar dodelijker dan Marijnissens kritiek zijn misschien wel zijn complimenten aan het adres van Kant. In Nova: ‘Zij is heel consciëntieus en werkt ontzettend hard, zeer ijverig en toegewijd. Dus ik ben er vast van overtuigd dat ze ook dit wel onder knie krijgt.’
Een tien voor vlijt, die kan er nog net af na een jaar fractieleiderschap van Kant.