Door: Merel van Leeuwen 
Gepubliceerd: maandag 29 juni 2009 01:20
Update: maandag 29 juni 2009 07:05
Het OM wil de burger meer bij het beleid betrekken. Dat betekent niet dat de doodstraf er komt, als het volk dat wil. ‘Het moet geen Idols worden.’
Het Verwey Jonker Instituut, een sociaal-wetenschappelijk onderzoeksinstituut, leidde het experiment voor het Openbaar Ministerie (OM) en ondervroeg 2500 mensen via een internetenquête. Zij mochten hun mening geven over de strafeisen voor verschillende misdrijven en delicten. Ook namen 54 burgers deel aan vijf burgerpanels op locatie, waar ze discussieerden met medewerkers van het OM.
Harm Brouwer, de hoogste baas van het OM, vindt het opvallend dat veel mensen zich opwonden over geweld en bedreiging waarin discriminatie een grote rol speelt. ‘Dat zou je niet snel verwachten in de discussies die nu worden gevoerd in de samenleving, maar mensen waren daar heel fel over. Ze wilden daar hogere straffen voor.’ En dat er naar hen wordt geluisterd, blijkt wel degelijk.
Het OM gaat de strafeisen voor deze zaken met 50 procent verhogen. Dat geldt ook voor delicten waar verkeersagressie een rol in speelt, bijvoorbeeld iemand die een ongeluk veroorzaakt na een racewedstrijd.
De voorzitter van het College van procureurs-generaal bestrijdt dat het OM op deze manier aan de hand gaat lopen van het volk. ‘Wij voerden intern ook al discussies over strafverhoging voor bepaalde delicten. Door zo’n onderzoek kunnen we beoordelen of we wel of niet op de goede weg zijn. Als we het met de burger eens zijn, nemen we het mee en als we het er niet mee eens zijn, dan niet. We zullen niet iets invoeren waar we het zelf niet mee eens zijn.’
Brouwer vindt dat je in ‘een informatiesamenleving met een buitengewoon hoog opleidingsniveau ook moet luisteren naar de niet-jurist-burger.’ Alleen beleid maken met mensen van de eigen organisatie, aangevuld met adviezen van andere juristen, is volgens hem anno 2009 ‘te beperkt’. Het OM gaat hier dan ook mee door, zij het in een iets andere vorm.
‘Ik hoop dat het OM zijn verstand blijft gebruiken’
Strafrechtdeskundigen
waren op voorhand nogal sceptisch over de plannen van het Openbaar
Ministerie om burgers meer bij het beleid te betrekken. Geert Knigge,
hoogleraar strafrecht in Groningen, was bang dat het OM zou gaan dansen
naar het pijpen van de burger. ‘Ik ben er op zichzelf niet op tegen om
burgers te raadplegen’, benadrukt Knigge, ‘maar het hangt af van de
manier waarop dat gebeurt.
De man van de straat vindt in de meeste zaken dat een rechter een
zwaardere straf had moeten opleggen. Dat is al zo oud als de wereld. Je
moet als Openbaar Ministerie rekening houden met die emoties, maar ook
niet meer dan dat.’
Volgens Knigge kan het gevoel van de burger niet maatgevend zijn.
‘Het beleid moet op rationele argumenten zijn gebaseerd. De burger
oordeelt meestal op basis van oppervlakkige berichtgeving. De rechter
die het dossier kent, is genuanceerder. Dát moet je juist uitleggen als
OM.’
Zinnig
Volgens Harm Brouwer, de hoogste baas van het Openbaar Ministerie,
heeft het onderzoek juist aangetoond dat het prima mogelijk is om de
gewone man naar zijn mening te vragen. ‘Gebleken is dat we zinnige
discussies kunnen voeren met mensen die geen juridische opleiding
hebben gehad. Critici waarschuwden ons dat de burger alleen maar veel
hogere en nog hogere straffen zou willen. Maar dat is dus niet het
geval.’
Uit het onderzoek blijkt dat burgers een genuanceerde kijk hebben
als het om veel voorkomende criminaliteit en straffen gaat. Helemaal
representatief is het onderzoek overigens niet, want het is niet gelukt
om een goede afspiegeling van de samenleving te krijgen. Brouwer heeft
zelf een burgerforum meegemaakt in Den Bosch. ‘Ik vond het buitengewoon
interessant, maar er waren bijna alleen maar blanke mannen en vrouwen
van boven de 50. Ik denk dat er twee jongeren waren en een man van de
Antillen.’
Toch wil de voorzitter van het College van procureurs-generaal
doorgaan met de burgerpanels. Daarin komt meer nadruk te liggen op wat
het OM nou precies doet, omdat daar grote behoefte aan is, zo bleek uit
het onderzoek. De mening van de gewone man, die toch al moeilijk
bereikbaar was, laat het OM voorlopig even voor wat zij is. De
organisatie richt zich in de toekomst op 250 tot 300 mensen uit het
maatschappelijk middenveld, waaronder de detailhandel, de
transportwereld en de advocatuur. Brouwer: ‘Zij mogen commentaar geven
op concepten die zijn uitgedacht door het OM. Die commentaren en
adviezen worden betrokken bij het definitieve concept.’
Knigge heeft met deze vorm van burgerparticipatie veel minder
moeite. ‘Dit zijn mensen met kennis van zaken die op basis van
argumenten hun mening kunnen geven. Hun opinies wegen voor mij zwaarder
dan borrelpraat.’ Dat het OM uiteindelijk alleen die standpunten van
‘het volk’ overneemt, waar de organisatie het mee eens is, klinkt
Knigge goed in de oren. ‘Ik hoop dat dit betekent dat het OM zijn
verstand blijft gebruiken en dat het dus beoordeelt of voor die
standpunten goede argumenten bestaan.’ Overigens is het uiteindelijk
aan de minister van Justitie of een verhoging van de strafeis
daadwerkelijk wordt ingevoerd.
Brouwer denkt dat dit zeker niet het eindstadium is van zijn idee om
meer naar de burger te luisteren. ‘Hierna maken we misschien nog wel
tien stappen, maar op een gegeven moment houdt het ook wel op. Je zult
nooit iedereen bereiken.’ Of je de burger naar zijn mening vraagt in
een politiek klimaat waarin de Partij voor de Vrijheid op enorme winst
staat of in een samenleving zonder PVV, maakt volgens hem niet veel
uit. ‘Het gaat bij dit soort discussies veel meer om de common sense
dan om politieke voorkeuren.’
Volgens Brouwer is er een kloof tussen de burger en het
strafrechtssysteem. ‘Ik denk niet zo diep als hij vaak wordt
voorgesteld, maar hij is er wel. Dat komt omdat het natuurlijk gezag
van de overheid is afgenomen. Gezag moet je veel meer verdienen dan in
het verleden. Dat lossen wij hiermee niet op, die pretentie heb ik ook
niet. Het enige waarom wij dit doen, is dat we geïnteresseerd zijn in
de mening van de burger en wij geloven erin dat we die burger, voor wie
we het ook allemaal doen met elkaar, erbij kunnen betrekken. Het mooie
is dat nu is gebleken dat het best kan.’
Gevaarlijk
Knigge is het eens dat het OM bij het bepalen van beleid meer naar
buiten moet. ‘Het OM fungeert binnen een samenleving en moet openstaan
voor wetenschappelijke inzichten en argumenten.’ Het politieke klimaat
valt samen met het strafklimaat, stelt hij. Tot Knigges ongenoegen zijn
er ‘bijna geen handen meer op elkaar te krijgen’ voor de reclassering.
‘De publieke opinie ligt anders dan dertig jaar geleden. Juist daarom
is het zo gevaarlijk om te doen wat de man van de straat wil.’