Door: Kustaw Bessems
Gepubliceerd: donderdag 13 augustus 2009 22:55
Update: vrijdag 14 augustus 2009 09:39
De prestigieuze Amerikaanse Yale Universiteit haalt alle afbeeldingen van Mohammed uit een boek over de cartoonrellen, uit angst voor geweld van moslims. ‘Mijn boek is nu deel van de geschiedenis die het beschrijft’, zegt auteur Jytte Klausen.
In november verschijnt The Cartoons that Shook the World. Het is een reconstructie van de crisis begin 2006, toen honderden stierven bij geweld in islamitische landen, naar aanleiding van blasfemisch geachte prenten in een Deense krant. ‘Wat wás ik eerst blij met Yale University Press’, zegt Klausen. ‘Een fantastische uitgeverij.’
‘Het is geen anti-islamboek’, zegt de in Denemarken geboren politicologe, zelf hoogleraar aan de Brandeis Universiteit in Massachusetts. Sterker, Klausen vindt sommige van de cartoons islamofoob, vergelijkbaar met antisemitische propaganda uit de vorige eeuw. Volgens de man die ze toen plaatste in de Jyllands Posten, chef cultuur Flemming Rose, is Klausen ‘politiek correct’.

Toch besloot Yale dat dit werk niet compleet mocht worden gepubliceerd. ‘Ik wilde de cartoons erin opnemen, om de beeldtaal te bespreken’, vertelt Klausen. ‘Maar eind juli kwam Linda Koch Lorimer, vicepresident van Yale, tweeënhalf uur naar Boston rijden om daar in een hotel koffie met mij te drinken. En me te vertellen dat de universiteit – zonder mij in te lichten – meer dan twintig deskundigen had geraadpleegd. Die hadden, zonder het boek te lezen, geadviseerd om de cartoons weg te laten. Amerikaanse belangen zouden worden geschaad. Geweld tussen moslims en christenen in Nigeria zou volgen, zeiden ze. Ik ging met tegenzin akkoord. Ik kon niet bij een andere uitgeverij aankloppen met het verhaal dat ik bij Yale weg was wegens veiligheidsrisico’s.’
Nog geen twee weken
geleden raakte Klausen in discussie met Yale over een andere
illustratie: een scène uit Dante’s Inferno, bij een verhandeling over
Mohammed in de kunst. Toen kwam de aap uit de mouw: de universiteit
wilde niet alleen de controversiële cartoons schrappen maar álle
afbeeldingen van Mohammed. Oók de tekening uit het kinderboek. Oók de
Ottomaanse prent. Oók de negentiende eeuwse schets.
Klausen legt zich erbij neer. ‘Ik wil gewoon dat het boek verschijnt.’
Ze mocht het deskundigenrapport lezen, maar dan moest ze een
geheimhoudingsplicht tekenen en dat weigerde ze. ‘Het ergst vind ik dat
deze beslissing is genomen op grond van anonieme verklaringen door
mensen die daar geen verantwoording over hoeven af te leggen.’
De enige bekende bron is Ibrahim Gambari, adviseur voor de
secretaris-generaal van de VN en oud-minister van Buitenlandse Zaken in
Nigeria. Hij voorspelde volgens de universiteit ‘rellen van Indonesië
tot Nigeria’.
Vicepresident Lorimer van Yale was niet bereikbaar, maar in The New
York Times zei ze dat ze slechts adviezen van experts opvolgt. John
Donatich, directeur van Yale’s uitgeverij, zegt in die krant dat de
cartoons op internet staan, dat Klausen die wel met woorden kan
omschrijven en dat voor hem de keus makkelijk was tussen het weghalen
van de illustraties en ‘bloed aan zijn handen’.
Klausen is het niet eens met de risico-inschatting. ‘Ik heb met die
tekeningen onder de arm door het Midden-Oosten gereisd, er zelfs met de
Moslimbroederschap over gesproken. Ik heb hier zicht op: er zouden geen
rellen zijn gekomen van dit boek. De strekking is juist dat er nooit
spontane ongeregeldheden zijn geweest, maar dat die werden
gemanipuleerd door de Egyptische regering.’ De spotprenten zijn ook nog
vaak herdrukt zonder dat geweld volgde.
Klausen vindt het geen principezaak. ‘Als er echt gevaar dreigde,
zou ik vinden dat de cartoons uit het boek moeten. Ik ben geen Geert
Wilders.’
Volgens Flemming Rose van de Jyllands Posten is echter de vrije
meningsuiting in het geding: ‘Wat haar overkomt, illustreert wat ik
schreef toen wij de cartoons plaatsten: dat angst voor de islam leidt
tot zelfcensuur. En dat toegeven aan intimidatie slechts meer
intimidatie uitlokt, omdat je laat zien dat die effect heeft.’
MeldpuntHet
Meldpunt Discriminatie Internet
is onderdeel van Stichting Magenta en opgericht in 1997 om
discriminatie op het Nederlandse gedeelte van het Internet te helpen
voorkomen en bestrijden. Om discriminatie op het Internet zo effectief
mogelijk te bestrijden, werkt het MDI nauw samen met diverse
organisaties zoals
Art.1,
OphefBegin 2006 ontstond er wereldwijd ophef over een serie
satirische cartoons, waarvan enkele van de profeet Mohammed, die op 30 september 2005 in het Deense dagblad
Jyllands-Posten
waren afgedrukt. Een aantal ervan werd op 10 januari 2006 herdrukt in
het Noorse christelijke dagblad Magazinet en later in andere Europese
bladen.