Door: Jan-Jaap Heij
Gepubliceerd: woensdag 26 augustus 2009 23:55
Update: donderdag 27 augustus 2009 07:16
Kun je zwartrijden met die zogenaamd ‘veilige’ OV-Chipkaart die vanaf vandaag nodig is voor de Amsterdamse metro, en binnenkort overal? Reken maar.
Laat u niets wijsmaken: de OV-Chipkaart is een prachtuitvinding. De komende jaren, als de kaart in heel Nederland wordt geïntroduceerd in trein, bus, tram en metro, zult u eindeloos geklaag lezen. Over exploderende prijzen, niet-werkende kaart-opladers en eenvoudig te kraken kaarten. Ongetwijfeld steeds met een kern van waarheid, maar die klachten wegen niet op tegen het gebruiksgemak van één kaart die in het openbaar vervoer tegen een in- en uitcheck-automaat gehouden kan worden, die automatisch de correcte overstaptarieven berekent, die op naam en (voor privacyfreaks) anoniem verkrijgbaar is. En die ook nog eens – anders dan de strippenkaart – bestand is tegen een wasbeurt op 60 graden.
Fraude
In de Rotterdamse metro is de chipkaart sinds januari verplicht, vanaf vandaag is dat in Amsterdam ook zo. De rest van het Nederlandse openbaar vervoer volgt de komende jaren. De totale introductie kost nu al meer dan een miljard. Maar dan hebben we ook, zeventien jaar na de geboorte van het plan, één gebruiksvriendelijke kaart voor al het openbaar vervoer. Die slechts één echt manco heeft: passagiers kunnen er prima mee zwartrijden, en dat was niet de bedoeling.
Vervoerders maken zich zorgen over het zwartrijden en vrezen grootschalige fraude, werd in juni bekend. Met name in de bus en de tram. En terecht. In sommige opzichten is zwartrijden met de OV-Chipkaart namelijk zelfs makkelijker dan met de strippenkaart, blijkt uit een test. Een overzicht van de diverse mogelijkheden, medio augustus uitgeprobeerd in Amsterdam en de Bollenstreek.
1 Gewoon geen kaart kopen
Vooral geschikt voor bus en tram. Nu is frauderen daar redelijk ingewikkeld. Een strippenkaart moet in vrijwel alle trams en alle bussen bij de chauffeur of conducteur worden afgestempeld, de chipkaart hoeft alleen maar – bij een apparaat naast de ingang – te worden ‘ingecheckt’. Het is voor de controleurs nauwelijks te overzien of dat laatste ook gebeurt, zeker niet op drukke momenten. Een vage zwaai met een portemonnee naar het incheck-apparaat volstaat (passagiers kunnen inchecken terwijl de kaart nog in hun portemonnee of broekzak zit). Het apparaat moet dan weliswaar piepen, maar als er twintig mensen tegelijk instappen is het voor een controleur onmogelijk om bij te houden of die allemaal netjes ‘gepiept’ hebben.
In de metro is een variant hierop mogelijk. Daar opent het inchecken een poortje, dus in theorie is er een kaart nodig om het station op te komen. In de praktijk kunnen passagiers gewoon meeglippen met iemand die net voor hen heeft ingecheckt, zeker als dat een rolstoelrijder betreft: daar zijn extra brede poortjes voor. Dat loopt makkelijk mee.
2 Check it out!
Volgens de vervoerders het grootste risico, en zeer geschikt voor de wat laffere zwartrijder die methode één niet aandurft. Het werkt als volgt. De passagier checkt keurig in, wandelt de bus of tram in en checkt bij een uitgang (een of twee in de bus, vaak een stuk of vier in de tram) meteen weer uit. Kosten: niks voor de reis, maar wel een basistarief van 75 eurocent. Eigenlijk is het dus een vorm van semi-zwartrijden.
De methode werkt het best met een anonieme kaart, want anders zien vervoersmaatschappijen onvermijdelijk een keer op de afrekening dat passagiers elke dag alleen maar het basistarief betalen. En er zijn nog meer risico’s. Een oplettende tramcontroleur of buschauffeur die een piep hoort (want dat doen de apparaten ook bij het uitchecken) als de deuren niet open zijn, kan een passagier bij z’n kladden grijpen.
Dat risico is beperkt. U mag ervan uitgaan dat de doorsnee grootstedelijke controleur niet uit zijn hokje komt om tien meter verderop in een bus of tram een kaart te controleren. Want dan loopt hij een serieuze kans op een blauw oog, en bovendien is de ingang op zo’n moment onbewaakt – waardoor weer nieuwe zwartrijders naar binnen kunnen.
Buiten de grote steden rijden uitsluitend bussen, die doorgaans redelijk rustig zijn. Chauffeurs zijn er minder bang voor geweld, en hebben – het is niet onaardig bedoeld – vaak net iets meer beroepstrots dan hun collega’s uit de grote stad. Een test van deze truc in de bus tussen Haarlem en Lisse (heen en terug) leidde dan ook subiet twee keer tot een chauffeursvermaning: ‘Wat zijn wij aan het doen daar bij die uitgang?’ Na uitleg adviseerde betreffende chauffeur (we vertellen maar even niet hoe hij heet) overigens methode één: ‘Dat stempelen van strippenkaarten moesten we zelf doen, dus daar letten we automatisch op. Aan dat gepiep van die kaartlezers wen je zo snel dat je niet meer merkt of mensen inchecken.’
3 Check, dubbelcheck
Opgevoerde variant van de vorige aanpak, bij uitstek geschikt voor de metro en vanaf dit najaar op een groeiend aantal trajecten in de trein. Metro- en treinstations worden afgesloten: zonder OV-Chipkaart kom je er niet in of uit. Dat is als volgt te ondervangen: inchecken bij een poortje, door het poortje lopen en meteen weer uitchecken. De passagier betaalt in de metro slechts het basistarief van 75 cent. Na afloop van de reis dezelfde procedure: inchecken, poortje open, uitchecken, basistarief betalen.
Ook hier is een anonieme kaart nodig, en er zijn kosten aan verbonden: twee maal het basistarief. Maar dat is minder dan de prijs van een wat langere metroreis en al helemaal dan die van een doorsnee treinrit (waar voor zover te achterhalen viel ook geen basistarief gaat gelden).
Conclusie: in bus en tram wordt het zwartrijden makkelijker, vooral in de grote steden, met hun drukke openbaar vervoer. In trein en metro is het lastiger dan voorheen, doordat passagiers hoe dan ook een poortje open moeten zien te krijgen, al dan niet met hun eigen kaart. Maar onmogelijk is het zeker niet.
Uiteraard geldt in alle gevallen dat vliegende controle-brigades met een draagbare kaartlezer elke zwartrijder eruit kunnen pikken. Net als nu. Maar de controleurs hebben meer werk aan het uitlezen van een chipcard dan aan het bekijken van een strippenkaart, dus dat maakt de controle een stuk ingewikkelder. En ze hebben, zo bleek tijdens de test, ook nog geen weerwoord op de smoes: ‘Goh, gek dat ik niet ben ingecheckt. Nou, dan zal er wel iets mis zijn geweest met het apparaat.’
Aanvullingen, correcties, morele bezwaren tegen het bovenstaande: janjaap.heij@depers.nl