Door: Kustaw Bessems & Dirk Jacob Nieuwboer
Gepubliceerd: vrijdag 18 september 2009 00:15
Update: vrijdag 18 september 2009 09:15
Minister-president Balkenende was tijdens zijn verdediging van het kabinetsbeleid de kluts kwijt.
Premier Jan Peter Balkenende slaagde er gisteren op de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen nauwelijks in om een verdediging aan elkaar te praten van de kabinetsplannen tegen de crisis: negentien ambtelijke commissies op zoek laten gaan naar besparingen.
Dat kwam hem op kritiek van oppositiepartijen te staan die zelfs voor hun doen snoeihard was. Die partijen hebben – van links tot rechts – zeer verschillende ideeën over wat er moet gebeuren, maar ze vinden wel allemaal dát er iets moet gebeuren en verwijten het kabinet niksigheid.

De VVD diende een motie van wantrouwen in, omdat die
partij het schadelijk voor het land vindt als het kabinet in deze crisistijd
blijft zitten. Ook SP en PVV willen het kabinet nu weg hebben. GroenLinks verweet
het kabinet ‘gebrek aan opvattingen op een dramatisch politiek moment’. D66
noemde ‘deze dagen een dieptepunt van onze democratie’. Zelfs de altijd
terughoudende SGP was geïrriteerd: wanneer zouden nu besluiten
vallen?
‘In het tweede kwartaal van 2010’, zei Balkenende de ene keer. ‘Eind maart’, was het dan weer.
Balkenende is nooit een sterk redenaar, maar redt zich al jaren handig uit debatten. Gisteren kwam hij anders dan anders de hele dag in de problemen na eenvoudige vragen. Bij welke vijf concurrerende economieën moest Nederland horen? ‘Heb ik even niet paraat’, stotterde hij.

Toen Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) hem vroeg of hij wilde ophouden met het subsidiëren van de jachtpartijen van het Koninklijk Huis, leek hij even van de wereld. ‘Plezierjacht? Wat bedoelt u precies?’
Belangrijke onderwerpen als de arbeids- en woningmarkt leek hij gewoon te vergeten. Of zijn ambtenaren hadden hem allerlei spullen niet gegeven. Toen PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer – een coalitiepartner –hem erop wees dat hij van alles onbeantwoord liet, stond hij opnieuw met zijn mond vol tanden. En in een discussie over jeugdwerkloosheid, souffleerde minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken Balkenende opzichtig. Het deed denken aan een van de dieptepunten voor Balkenende in de Kamer, maart 2003, toen dezelfde Donner hem voorzei over de affaire rond prinses Margarita.
De premier kreeg voor de voeten geworpen dat hij met zijn hoofd in Brussel zat. In het Financieele Dagbladhadden ‘drie CDA-bronnen’ gezegd dat minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken premier wordt als Balkenende een internationale baan krijgt. ‘Flauwekul’, zei Balkenende. Maar dat partijgenoten zulke verhalen rondstrooien, moet voor hem een punt van zorg zijn.
AOW: minder dan 4 miljard kan nu ook
Het verhogen van de AOW-leeftijd levert per jaar 4 miljard euro op.
Dat wist iedereen in Den Haag. En een alternatief, waar de
Sociaal-Economische Raad (SER) aan werkt, zou dus net zoveel op moeten
leveren. Of toch niet?
Premier Balkenende erkende gisteren dat de ingreep ook minder op kan
leveren. Als er uitzonderingen komen voor zware beroepen, wat de PvdA
wil, zal het minder worden dan 0,7 procent van het nationaal inkomen (4
miljard).
‘Het hangt er natuurlijk van af hoe je zware beroepen definieert’,
antwoordde Balkenende op vragen van Groen-Linksleider Femke Halsema.
‘Maar laat het dan 0,6 of 0,5 procent zijn, we zijn nog veel verder van
huis als we het hele plan laten schieten.’
De relativerende woorden zijn opmerkelijk want totnogtoe sprak het
kabinet steeds over 0,7 procent. In de uitnodiging aan de SER om een
alternatief te maken schrijft minister Donner van Sociale Zaken over
een ‘taakstellende opbrengst van 0,7 procent’. Het verschil is
FNV-voorzitter Agnes Jongerius niet ontgaan. ‘We zullen de notulen van
het debat meenemen in onderhandelingen in de SER’, zegt haar
woordvoerder.