Door: Remco Tomesen 
Gepubliceerd: dinsdag 6 oktober 2009 00:00
Update: dinsdag 6 oktober 2009 09:45
Een onschuldig Hollands jointje kan heftig aankomen. Merkte uw verslaggever. ‘Ik was nog urenlang angstig.’
Blowen was nooit m’n grootste hobby. Waarom toeristen speciaal naar Amsterdam komen om rond te hangen in een coffeeshop: voor mij een raadsel.
Tien keer had ik misschien geblowd. En steeds dacht ik: waar heeft iedereen het toch over, waarom merk ik nauwelijks iets? Ik kon er goed mee leven, met mijn joint-immuniteit. Had al jaren geen trekje genomen.

Voorgedraaid
Maar vorige week belandde ik met vrienden in een Amsterdamse coffeeshop. Zomaar. Waarom niet nog één poging? We bestelden een gemixte voorgedraaide joint. Hasj, wiet, tabak. Namen plaats in een hoekje.
Een trekje. Doorgeven. Een tweede trekje. Doorgeven. Een derde trekje. Doorgeven. Nog een trekje.
‘Het suist in mijn hoofd’, zei ik tegen m’n medeblowers. Heel even de blijdschap: mijn immuniteit was verdwenen. Ik merkte iets! Om dat te vieren: nog een trekje. En toen was er geen weg terug. De joint had van mij gewonnen. Heel erg zelfs. ‘Het gaat niet goed, ik ga naar buiten’, zei ik tegen mijn medeblower.
Draaien. Wankelen. Pompende hartslag.
Even later kwam ik bij. In de tussentijd was ik met m’n hoofd op de stoep gevallen, had iemand 112 gebeld. Was ik out gegaan. ‘Gebeurt wel vaker bij mensen die weinig ervaring hebben’, zei de jongen van de coffeeshop, die een glas suikerwater gaf, hét middel om weer bij te komen. Daarna was ik nog urenlang angstig, in een soort tijdelijke depressie.
Niet langer immuun voor wiet
Een dag later voel ik me
weer prima. Gelukkig. Maar de ervaring heeft indruk gemaakt. Waarom
ging ik out, terwijl ik vroeger immuun was? Misschien trok ik wat snel
aan de joint, maar dan nog... Of kwam het doordat joints veel sterker
zijn geworden?
Toch maar eens bellen met een deskundige: drugsonderzoeker Sander
Rigter van het Trimbos Instituut. Rigter: ‘Als onervaren gebruiker moet
je uitkijken. En ook als je al een tijd niet geblowd hebt. Merkte je
vroeger weinig, dan gaat het nu sneller. Het effect is heftiger’. Want
hasj en wiet zijn volgens hem inderdaad een stuk sterker geworden. Tien
jaar geleden zat er in wiet en hasj zo’n 9 procent thc (de werkzame
stof in de drugs), tegenwoordig zo’n 17 procent, zegt Rigter. Bijna een
verdubbeling dus.
Rigter nuanceert: ‘Vroeger gingen onervaren blowers en toeristen ook
out.’ En: ‘Ervaren blowers weten goed hoe sterk wiet of hasj is, ze
voelen het effect aan. Ze passen hun gedrag aan, aan de sterkere
softdrugs.’ Rigter: ‘Maar er is wel een kleine risicogroep: mensen die
net beginnen, of het niet vaak doen.’ Dus als ik wat vaker blow, komt
het allemaal goed.
Voor de zekerheid toch even bellen voor een second opinion. Wat
vindt Dick Trubendorffer, verslavingsdeskundige en oprichter van
verslavingskliniek CrisisCare er van? ‘Het is juist hartstikke goed om
out te gaan. Dat is een gezonde reactie’, zegt hij. ‘Je lichaam
reageert op een stof die het niet kent. Fantastisch en gefeliciteerd!’
Trubendorffer vindt dat overheid en voorlichtingsinstanties veel te
lichtzinnig met softdrugs omgaan. Wiet of hasj met een thc-percentage
van 17 vindt hij vergelijkbaar met harddrugs. ‘In Amerika wordt dat ook
zo gezien.’ Dat ervaren softdrugsgebruikers zich ‘aanpassen aan
sterkere wiet of hasj’, vindt hij een onzinredenering. ‘Dan kun je ook
zeggen dat heroïnegebruikers zich aanpassen door op straat te gaan
leven.’
Trubendorffer komt los. ‘In Nederland is jarenlang het beeld
neergezet dat hasj en wiet geen kwaad kunnen. Wij hebben op de kliniek
te maken met mensen die verslaafd zijn aan softdrugs. Mensen die
werkloos zijn, sociaal niet meer mee kunnen. Of in randpsychoses
terechtkomen. Maar in Nederland mis ik het kritische tegengeluid. Je
mag niets negatiefs over softdrugs zeggen. Dan ben je niet hip, ben je
niet vrij genoeg.’
Maar hoe zit het met incidenteel out gaan? ‘Geen zorgen’, stelt
Trubendorffer gerust. ‘Ik denk niet dat het tot onomkeerbare cognitieve
schade kan leiden. Na een paar dagen is alles weer goed.’