Door: Camil Driessen
Gepubliceerd: maandag 12 oktober 2009 00:50
Update: dinsdag 13 oktober 2009 15:12
Als een geoliede machine kraakten de dames en heren van het Amsterdamse studentenkraakspreekuur dit weekend drie panden.
‘Welkom allemaal. We zijn hier om het pand aan de overkant te kraken.’ Het is zondagochtend elf uur. Zo’n dertig, vooral jonge, Nederlandse krakers zitten op elkaar gepropt in een muffe kamer van een gekraakt pand aan de Amsterdamse Lauriergracht. De meesten met een kop koffie en shagje in de hand, terwijl ze luisteren naar het brekerspraatje: een korte instructie over de aanstaande kraak. ‘We gaan met zijn allen om de brekers die het slot forceren heen staan, zodat ze niet worden herkend. En als de politie komt, doen we alleen de bovenverdieping, want daar zit geen slot op.’
Het klinkt voor bijna iedereen als een standaard riedeltje. Een oudere kraker grapt dat het wel erg lijkt op de veiligheidsinstructie in het vliegtuig. ‘Zo gaat het elke zondag’, zegt David van de Bree van het Amsterdamse studentenkraakspreekuur (SKSU), dat voorlichting en hulp biedt aan wannabe krakers. Zondag is kraakdag. Waar anderen voetballen bij de plaatselijke heren 4, dringen zij leegstaande huizen binnen. Voor het eerst doet ook studentenvakbond SRVU van de Vrije Universiteit mee om een signaal af te geven over de ‘tergende studentenwoningnood’ en het kraakverbod dat momenteel door de Tweede Kamer wordt geloodst.
Hoog knokploeggevaar
Dit weekend worden drie panden gekraakt. Eentje is afgevallen, omdat na onderzoek bleek dat de pandeigenaar een louche vastgoedmagnaat is. ‘Hoog knokploeggevaar’, zegt Van de Bree. Sommige pandjesbazen wachten liever niet op de politie.
Dankzij database SPOC (Speculanten Onderzoekscollectief) weten de krakers welke panden ze moeten mijden. En via het Kadaster, de Kamer van Koophandel en praatjes met buren weten ze welke panden langer dan een jaar leegstaan. Want na een jaar leegstand wordt kraken (nu nog) gedoogd. ‘Google Streetview is trouwens ook een heel goede uitvinding’, lacht Van de Bree.
Operatie Lauriergracht 126 verloopt vlekkeloos. Na het brekers-praatje lopen de jongeren in hoog tempo naar het pand om de bedrijfsruimte op de begane grond en de woning op de derde verdieping te kraken. Om 11.39 uur staat een grote groep rond de voordeur van nummer 126 en klinkt getik en geboor. Om 11.41 uur gevolgd door applaus. Ze zijn binnen. Uit het niets en in allerijl worden twee stoelen, tafels en matrassen met gestreept beddengoed tevoorschijn getoverd. Zodra die er staan is er ‘huisvrede’ en wordt de kraak officieel. Ondertussen zijn de brekers, twee routiniers van rond de veertig, met een accuboor in de weer om nieuwe sloten te monteren.
Op de derde verdieping kijkt de 20-jarige Ewald tevreden naar de glas-in-loodramen van zijn nieuwe appartement. Zo woon je nog bij je moeder. Zo woon je in een grachtenpand. Schuldig naar de eigenaar toe voelt de podiumartiest zich niet. ‘Die wil hier dure appartementen bouwen en dat komt de leefbaarheid van de stad niet ten goede.’
Geen speedogen
Inmiddels arriveert de politie, die is gebeld door de krakers zelf. Van de Bree vangt ze op en geeft ze brieven van buren die verklaren dat het pand langer dan een jaar leegstond. Onenigheid dreigt als de agenten met drie man naar binnen willen, terwijl volgens Van de Bree normaal is dat er maar twee gaan. ‘Het is nu ons huis.’
Vijf minuten later staan de twee agenten weer buiten en schudden zijn hand. ‘Helemaal in orde. Succes ermee.’ En weg zijn ze. Net zoals de harde kern van de krakers. Want om 13 uur staat de volgende klus in Amsterdam West op het programma.
Een buurvrouw die op de stoep voor haar deur een sigaretje rookt is tevreden met de nieuwe buren. ‘Eindelijk een beetje roering. Het stond ook al zo lang leeg.’ Gebiologeerd kijkt ze naar de jongeren. ‘Ze zien er zo netjes uit. Zo braaf. Geen hanenkammen. Geen speedogen. En allemaal H&M-achtige kleren.’