Door: Kustaw Bessems / Merel van Leeuwen
Gepubliceerd: zondag 8 november 2009 23:18
Update: maandag 9 november 2009 08:46
Politici mogen een uitspraak ‘slecht’ noemen, maar niet ‘belachelijk’. En rechters kijken heus tv, al heeft president van de Hoge Raad Geert Corstens nog nooit Gerard Jolings Hole in the wall gezien. Een gesprek over vonnissen vellen onder toenemende druk.
Zijn rechters gewone mensen? ‘Ja’, zegt Geert Corstens. ‘Rechters zijn gewone mensen. Ze zijn van alle leeftijden en van verschillende achtergronden. Ze hebben gezinnen of niet. Maar er wordt iets speciaals van hen gevraagd. Ze zijn aangesteld om onpartijdig en onafhankelijk beslissingen te nemen. En dat betekent dat rechters elke dag weer moeten proberen om onvooringenomen te kijken naar conflicten en knopen door te hakken. In zoverre zijn het dus geen gewone mensen.’
Volledige onafhankelijkheid en onpartijdigheid? Ondoenlijk.
‘Nee, het is niet ondoenlijk. Maar het vergt een bepaalde geestesinstelling. Elke dag weer als ik naar mijn werk ga en dossiers moet bekijken, moet ik proberen los te komen van mijn vooroordelen.’
Is dat moeilijker naarmate er meer kritiek van buiten komt?
‘Nee, dat vind ik niet moeilijker. Dat zit zo ín je. Dat is onderdeel van jezelf geworden.’
Dat klinkt wereldvreemd.
‘Nee. Als er íemand is die de samenleving beroepshalve goed kent, is dat de rechter. Langs de rechter paraderen elke dag de moordenaars, dieven en fraudeurs. De zelfkant kennen rechters uitermate goed. En zij lezen ook de krant en kijken ook televisie. Ze zien de reacties op uitspraken.’
Maar rechters lezen alleen NRC Handelsblad.
‘Dat waag ik te betwijfelen.’
Kijken rechters wel eens naar SBS6?
‘Misschien ook wel, misschien ook wel. Mjah.’
Heeft u al gezien hoe Gerard Joling zich door een gat probeert te wurmen zonder in het water te vallen? Gewoon om te weten in wat voor land u leeft?
Lacht: ‘Nee, ik geloof niet dat dat nodig is.’
De president van de Hoge Raad heeft een blauwe en een zwarte duim. ‘Vulpen’, verontschuldigt hij zich. ‘Dan krijg je dat.’ Geert Corstens is de hoogste rechter van Nederland. De voormalig officier van justitie en hoogleraar zetelt al sinds 1995 als raadsheer in het achttiende-eeuwse stadspaleis aan het Lange Voorhout in Den Haag. Vorig jaar werd hij benoemd tot president. Corstens kan het presidentschap tot zijn zeventigste vervullen. Dan heeft hij nog zeven jaar te gaan.
Corstens zei dit voorjaar in een toespraak dat rechters duidelijk moeten maken wat zij doen met kritiek en waarom. Onlangs kon de proef op de som worden genomen toen het gerechtshof in Arnhem met protesten werd overladen. Het hof had de wrede mensenhandelaar Saban B. op verlof gelaten om zijn baby te bezoeken en B. vluchtte. Slachtoffers waren geschokt.
Heeft het hof goed op de kritiek gereageerd?
‘Dit is de eerste keer dat een hofpresident heeft gezegd: dit is fout gegaan. Hij heeft dat erkend. Dat heeft intern natuurlijk ook zijn repercussies, want de desbetreffende rechters zullen zich dat aantrekken. Daar is met hen over gesproken. En het is onderwerp van debat geweest binnen de rechterlijke macht. Dat was een affaire die iedereen van ons bezighield.’
Welke consequenties heeft het gehad?
‘Dat je, als je dit type beslissingen neemt, nog beter moet nadenken over de gevolgen van die beslissing. Het heeft een leereffect natuurlijk, dat ligt volkomen voor de hand. De afgelopen tien jaar is een enorm sys-teem van kwaliteitsverbetering op gang gekomen. We hebben visitaties gehad en die hebben we weer in 2010: een groep van deskundigen – ook buitenstaanders als advocaten en hoogleraren – die een gang maken langs bepaalde rechtbanken en kijken: hoe zijn de doorlooptijden, hoe is de ondersteuning geregeld? We hebben ook intervisie: een rechter gaat in de zaal zitten en kijkt hoe zijn collega met verdachten, getuigen en slachtoffers omgaat.’
Er is geroepen om het ontslag van de betrokken raadsheren in Arnhem. Is dat een rare gedachte?
‘Rechters moeten hun werk in alle vrijheid kunnen doen. Als ze voortdurend het risico lopen dat ze er worden uitgegooid als ze een beslissing nemen die sommige mensen niet zint, dan laten ze hun oren hangen naar bepaalde wensen uit de samenleving. Dat is niet de bedoeling.’
‘Je moet je als rechter voortdurend realiseren: wat zijn de maatschappelijke repercussies van mijn beslissing. Als je aanvoelt van hé, dit zou wel eens slecht kunnen vallen in de samenleving, dan moet je zorgen dat je je beslissing extra goed motiveert. Maar niet je oren ernaar laten hangen. Dat moeten we hoog houden, dat is een grondslag van de rechtsstaat.’
Maar hoe is dat in het geval van één ernstige fout, zoals nu door het hof in Arnhem toegegeven?
‘Foute beslissingen kunnen nóóit een reden zijn voor ontslag. Fout gedrag wel. Als iemand voortdurend disfunctioneert, bijvoorbeeld niet op zittingen verschijnt of onder invloed rijdt, dan worden sancties genomen.’
Maar nooit om een foute beslissing?
‘Nee. Daar hebben we hoger beroep en cassatie voor. Als een foute beslissing met zich mee zou kunnen brengen dat je wordt ontslagen, ja, dan is de vraag: wie gaat die fout beoordelen? En voelt die rechter zich dan nog wel vrij om beslissingen te nemen?’
De kwaliteitsbewaking, het is allemaal onderling.
‘Nee, dan heeft u niet goed geluisterd. In de visitatiecommissie zitten duidelijk externen.’
Welke macht heeft de commissie?
‘Die rapporteert aan de rechterlijke macht zelf uiteraard en die moet daar zijn voordeel mee doen.’
Het is een advies aan de rechterlijke macht.
‘Uiteraard.’
Uiteindelijk...
‘Uiteindelijk moet de rechterlijke macht zelf daar wat mee doen. De rechter moet niet onder druk komen te staan.’
Had het nou niet een enorme boost gegeven aan het vertrouwen in de rechtspraak wanneer de raadsheren in Arnhem zelf waren opgestapt?
‘Nee. Nee. Onafhankelijkheid wordt gegarandeerd door onafzetbaarheid. Ook al wordt een beslissing zelfs door de rechters zelf als achteraf bezien fout aangemerkt, ik wil toch niet dat die rechter eruit wordt gezet. Dan moet ik als rechter er elke dag rekening mee houden: oh, nou, dit zou wel eens een foutieve beslissing kunnen worden. Dan word ik heel voorzichtig en is je onafhankelijke rechtspraak afgelopen.’
Kunt u zich zelf voorstellen dat u naar eer en geweten een beslissing neemt, maar achteraf blijkt: dat heb ik helemaal niet goed gedaan, met erge consequenties voor anderen, ik stap op?
‘Nee.’
Zou u onder alle gevallen blijven zitten?
‘Nou, een nooit-discussie is moeilijk. Extreme gevallen kunnen worden bedacht. Maar ik zou als uitgangspunt willen houden: ik heb die beslissing genomen, die erken ik zelf achteraf ook als foutief, daar trek ik lering uit. Als ik opstap, dan zullen vervolgens collega’s ook die consequentie eraan verbinden. Het algemene beeld zou dan worden: rechters die achteraf als foutief beoordeelde beslissingen nemen, moeten zich terugtrekken, dan ben je toch de poten onder je eigen stoel uit aan het zagen.’
Zouden meer Nederlanders moeten weten wie u bent?
‘Nee.’
Maar u bent heel belangrijk.
‘Ja. Maar ik geloof niet dat dat noodzakelijk is. De institutie moet gekend worden en de functie. Maar het gaat niet om Geert Corstens.’
In de samenleving wordt alles persoonlijker. Rechters worden soms bij naam genoemd. In hoeverre kunt u daaraan toegeven?
‘Ik begrijp dat de samenleving meer openheid wil. Maar als rechter ben je niet zomaar een burger die een mening geeft. Je bent ingebed in een sys-teem, je hebt te maken met de wet en verdragen, je beoefent een ambacht.’
U heeft als rechterlijke macht niet één gezicht. U staat in de beeldvorming op achterstand.
‘Onze corebusiness is recht doen. Daar is afstand voor nodig. Wij moeten oppassen dat wij niet steeds in de frontlinies van de media terechtkomen. Wij zullen naar buiten treden. Af en toe, niet te veel, in sereniteit en waardigheid.’
U heeft eens gezegd dat een politicus het arrest van het hof Amsterdam om Geert Wilders te vervolgen, niet idioot moet noemen.
‘Idioot kan niet, in de omgang met elkaar moet je altijd ruimte laten voor de ander. Als je iemands beslissing zo diskwalificeert, laat je geen ruimte voor een weerwoord.’
Slecht vonnis, mag je dat zeggen?
‘Ja. Of: ik zou er anders over denken. Het zou uitstekend zijn om het zo te zeggen.’
Een gek vonnis?
‘Er zijn natuurlijk allerlei nuances denkbaar. Maar idioot, belachelijk, onzinnig, nee, dat gaat te ver. Ik wil niet zo ver gaan dat politici pas iets mogen zeggen over een zaak als er een onherroepelijke uitspraak ligt. Dat moet je vandaag de dag toch niet meer volhouden. Maar wat ik wel ontijdig vind, is als iemand nog nauwelijks kennis heeft genomen van de ins en outs van de zaak en al begint te gillen.’
Een politicus krijgt direct na een vonnis vier microfoons onder zijn neus: wat vindt hij ervan?
‘Dan moet die politicus, als hij die beslissing nog niet goed kent – dan moet ie wel durf hebben hoor – zeggen: ‘Dames en heren, u hoort dat volgende week van me.’ Dat mis ik.’
Heeft u daarover wel eens contact met politici?
‘Toen de discussie over Arnhem liep wel. Ik heb mijn kritiek tegenover politici herhaald. Ze begrijpen het. Maar ik weet niet of ze de volgende keer hetzelfde doen.’
Met wie heeft u daar over gesproken?
‘Dat ga ik u niet vertellen.’
Hij denkt dat het vertrouwen in de rechtspraak groter zal worden, zegt Corstens. Omdat rechters zich openstellen. Omdat de ‘geest van rekening houden met maatschappelijke repercussies beter zal indalen.’
‘Als je stil zou blijven zitten’, waarschuwt hij, ‘kun je er sowieso vergif op innemen dat het vertrouwen zal afnemen. Je moet iets doen. Ik zie het voor mijzelf als een belangrijke opgave om de kernwaarden van de rechtsstaat uit te dragen op een niveau dat begrepen kan worden door grote delen in de samenleving.’
Eén wens van Corstens om te zorgen dat burgers zich beter in rechtspraak herkennen, is dat leden van de Hoge Raad ook minderheidsstandpunten mogen publiceren, net als de rechters in het Supreme Court in de Verenigde Staten.
‘Ja, daar ben ik persoonlijk voorstander van. Ik denk dat de rechterlijke macht daardoor aan gezag zou kunnen winnen. Mensen die het niet eens zijn met het meerderheidsstandpunt, zien dan: aha, er is ook nog een minderheid die er anders over denkt, gelukkig zitten er ook nog verstandige mensen. Daar staat tegenover dat veel landen in Europa het ook niet doen. Tegenstanders vrezen dat het publiceren van een minderheidsstandpunt het gezag juist aantast. Je moet als eenheid naar buiten treden, geen twijfel zaaien, is dan het argument. Het bekendmaken van een minderheidsstandpunt geeft ook wel meer onzekerheid.’
U denkt niet dat dat de komende jaren onder uw leiding verandert?
‘Daar gaat de wetgever over. Laat ik hopen dat mijn opvatting hierover relevantie heeft, maar ik denk toch dat de politiek het op dit moment niet zal aangrijpen. Het berust op zo’n lange traditie in Nederland.’
Maar u zou het wel wíllen?
‘Ja.’