Door: Dirk Jacob Nieuwboer 
Gepubliceerd: dinsdag 10 november 2009 01:20
Update: dinsdag 10 november 2009 08:55
Zijn mogelijke vertrek naar Brussel is zogenaamd een ‘Haags gezelsschapspel’. En dat is lang niet het enige onderwerp waarover premier Balkenende niks wil zeggen. Jan Peter de Zwijger heeft een uitgebreid arsenaal aan uitvluchten en smoezen om niets te zeggen.
Geef nooit antwoord op als-dan-vragen! Het is de eerste communicatieles voor politici als ze nieuw zijn in Den Haag. Dat is zogenaamd te speculatief. Onzin, want het is vaak heel relevant om te weten hoe politici zullen reageren op een nieuwe situatie en zelf speculeren ze er vaak lustig op los. Politici gebruiken graag het als-dan-excuus om geen antwoord te geven op te gevaarlijke vragen. En Balkenende is de ongekroonde weigerkoning.

Zoals toen Geert Wilders’ PVV vragen stelde over de kosten van allochtonen. In 2003 had het CBS al eens berekend dat de kosten van immigratie hoger waren dan de baten. ‘Als dat nog steeds zo is’, vroeg een journalist aan Balkenende op de wekelijkse persconferentie, ‘vreest u dan voor een verdere stigmatisering?’ De premier aarzelde geen moment: ‘Een politicus met enige ervaring weet dat het meestal niet raadzaam is om in te gaan op als-vragen.’
Laat ik de vraag dan anders stellen: vreest u stigmatisering?
‘Dan krijgt u hetzelfde antwoord. Nee, nee, ik ga daar niet op in. Hahahaha.’

Maakt u zich er zorgen over?
‘Nee, ik heb aangegeven wat er wat betreft de procedure is gezegd over deze vragen. En we zullen op enig moment ook met antwoord komen en dat is het moment om de discussie verder te voeren.’
Kunt u zeggen voor welke procedure u heeft gekozen?
‘Nee, ik zeg helemaal niets.’
Maar wat doe Balkenende zelf als het hem goed uitkomt? Een tijdje terug kwam hij onder vuur te liggen vanwege het uitbaggeren van de Westerschelde. De premier keerde zich tegen de oplossing om de Hedwigepolder te ontpolderen, waarna milieuclubs bezwaar indienden en het baggeren moest stoppen. ‘Gesteld nu dat er waren geen bezwaren ingediend’, verdedigde Balkenende zich, ‘wat was er dan gebeurd? Dan was het werk gewoon begonnen. En zou dan het milieu grote schade hebben gehad?’

‘U zegt altijd: op als-vragen geef ik geen antwoord’, zei een verbouwereerde verslaggever nog.
Balkenende: ‘Ik houd nu een redenering.’
Kamervragen
Een klassieke uitvlucht als vragen weer eens te lastig worden: er zijn Kamervragen gesteld en daar moeten we op wachten. Balkenende zegt dat hij de parlementariërs niet wil schofferen door de pers eerder antwoord te geven dan de parlementariërs. Vooral als het om het Koninklijk Huis gaat maakt Balkenende handig gebruik van deze fatsoensregel om niet over netelige kwesties te hoeven spreken.
‘Wat schoot er door u heen toen u las over de tweede trust van prinses Christina vanochtend?’, vroeg een journalist in september.
Balkenende: ‘Het is zo dat inmiddels ook al vragen zijn gesteld vanuit de Tweede Kamer en ik wil eigenlijk daar verder niet te veel op ingaan. Het is goed gebruik dat als dan vragen worden gesteld vanuit de Tweede Kamer dat we ons dan eerst richten op de beantwoording daarvan. (…)’

Maar de Kamer heeft niet gevraagd wat er door u heenging toen u de krant las vanochtend.
‘Nee, het is ook een interessante vraag. Maar u gaat over uw vragen en ik ga over mijn antwoorden.’
Dat is echt alles wat u erover gaat zeggen?
‘Ja, meer zit er niet in. Ook al stelt u de vraag op verschillende manieren. Ik begrijp uw teleurstelling, maar zo hebben we allemaal onze teleurstellingen zullen we maar zeggen.’
Ik snap niet zo goed waarom u er helemaal niks over wilt zeggen, want de vragen van de Tweede Kamer die zijn niet alomvattend over dit onderwerp.
‘Nee, dat is ook zo, maar laten we eerst die toch maar afwachten, die antwoorden.’
En zo ging dit nog even door.

Niet gebruikelijk
Als andere argumenten niet werken, kan de premier altijd nog terugvallen op een van zijn cirkelredeneringen: hij vindt dan dat hij ergens niet over hoeft te praten omdat hij daar anders óók nooit over praat. Het heet dan ‘niet gebruikelijk’ te zijn. Mooi voorbeeld is de stichting die onlangs is opgericht voor het vakantiehuis van Willem-Alexander in Mozambique. Een journalist vraagt: ‘Wie heeft het initiatief genomen voor deze stichting. U of de prins?’
De premier antwoordt: ‘Dit is een kwestie geweest van gezamenlijk overleg.’
Maar iemand pakt dan altijd als eerste de telefoon.
‘Ja, maar u weet ook dat het niet erg gebruikelijk is om over contacten die je hebt met leden van het Koninklijk Huis te spreken. Datzelfde geldt ook voor contacten met de Koningin. U weet, daar worden geen mededelingen over gedaan. Dat geldt hier ook voor.’
Waar de grens ligt van wat wel of niet gebruikelijk is, bepaalt Balkenende zelf. Dat blijkt wanneer de vragen over de ministerraad gaan. De wekelijkse persconferentie gaat juist over die vergadering van bewindslieden, maar soms is het opeens niet gebruikelijk om erover te praten.
Is het juist dat dat half april een geheim agendapunt was, de Westerschelde?
‘Een geheim agendapunt? Hoe bedoelt u?’
Ja, uw coalitiepartners werden erdoor overvallen dat het punt überhaupt op de agenda stond half april.
‘Nou het is helemaal niet gebruikelijk om nu uitspraken te doen over de zaken binnen de ministerraad en over de agendering daarvan.’
Of: Heeft minister Bos de ministerraad nog bijgepraat over de ontwikkelingen bij de DSB-bank?
‘De minister staat altijd stil bij de financieel-economische ontwikkelingen, maar dat zijn uiteraard geen zaken die ik hier met u ga bespreken.’
En wat zegt Balkenende als hij een collega-premier niet voor het hoofd wilt stoten?
Wat vindt u van het beeld dat er de laatste tijd is rondom uw Italiaanse collega Berlusconi?
‘Nou, wat er nu gebeurt in Italië is een zaak waar ik me uiteraard niet over kan uitlaten, want het is een rechterlijke uitspraak die heeft te maken met de immuniteit. En dat leidt tot allerlei discussies, daar heeft u ook gelijk in, daar neem ik kennis van, maar ik vind het niet aan mij om me uit te laten over de rechtsgang in Italië. Dat is ook zeer ongebruikelijk.’
Een fase
Wanneer de politieke problemen écht groot worden, vraagt dat om een speciale, op maat gemaakte smoes. Begin dit jaar stond Balkenende onder enorme druk om een onderzoek in stellen naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog in Irak. Hij kwam opeens met een nieuwe vondst om vragen te ontwijken: ‘We zitten in die fase.’
‘Wij zitten in die fase?’, vroeg een verbaasde Ferry Mingelen. ‘Ja’, antwoordde Balkende.
Wat bedoelt u daarmee. We zitten in die fase? Betekent dat dat als deze fase achter de rug is, dat dat onderzoek er dan wat u betreft alsnog kan komen?
‘Ik zeg dat wij in een fase zitten van heel veel vragen die door beide Kamers worden gesteld.’
Ja, dat heb ik wel gehoord.
‘En dat is dus de fase waarin we ons bevinden. Ik doe verder geen uitspraken.’
Betekent dat dat als nou de Tweede Kamer na deze fase zegt van we zijn nog steeds niet tevreden, we willen dat onderzoek. Dat u dan zegt: oké, dan geef ik ook mijn verzet daartegen op?
‘Ja, maar dat is ‘als’.’
‘Ja maar u zegt zo nadrukkelijk ‘we zitten in deze fase’. Daar spreek ik u op aan. Is de volgende fase dan toch misschien een onderzoek?’
‘De fase is er nu één van heel veel vragen. En dat is onze taak om op die vragen in te gaan. En u weet ook, er zijn afspraken gemaakt met deze coalitie over dit onderwerp.
Maar meneer Bos zegt: het is nu aan de premier.
‘Dat begrijp ik, maar een afspraak is een afspraak.’
En als u die wilt veranderen, dan staat Bos te trappelen om ja te zeggen.
‘Dat mag zo zijn, maar dat doet niets af aan datgene wat ik u net ook heb gezegd.’
Kunt u bevestigen dat er in CDA-kring is overwogen om dit onderzoek door een onafhankelijke commissie te laten doen?
‘Ik kan over wat er in CDA-kring wordt gezegd, daar kan ik niet eens op ingaan.’
Kunt u het ontkennen?
‘En bevestigen evenmin. Omdat dat zaken zijn die, denk ik, helemaal niet aan de orde zijn.’
Het zou u uit een heel lastig pakket redden als er een onafhankelijke commissie komt.
‘Maar toch, ik blijf opnieuw zeggen: we zitten nu in een periode, in een fase waarin er heel veel vragen zijn. We hebben die te beantwoorden en dat zullen we ook naar behoren doen.’
En een onderzoek sluit u niet uit?
‘Ik ken deze vraag. Wij zijn bezig met vragen te beantwoorden.’
En een onderzoek sluit u niet uit?
‘Ik ken deze vraag wel. Wij zijn bezig met vragen te beantwoorden.’
Ik constateer dat u daar geen nee op zegt. We gaan naar de economie.

| Foto: Hollandse Hoogte/Beeldbewerking De Pers
Ik zit hier als premier
Jan-Peter Balkenende is niet alleen minister-president van Nederland, maar ook de politiek leider van het CDA. Die verschillende petten kunnen lastig zijn, maar Balkenende weet ze juist uit te buiten. Dit jaar lag de PvdA dwars over de JSF. Balkenende waarschuwde de coalitiepartner voorzichtig, maar wilde het nog niet te veel op de spits drijven. Hij kreeg de vraag of het CDA er niet mee akkoord zou gaan dat de PvdA die aankoop op losse schroeven zette. Balkenende gebruikte één van zijn uitvluchten: ‘Ik zit hier niet namens het CDA, ik zit hier als premier.’
De laatste weken zegt hij steeds dat zijn politieke agenda in ieder geval reikt tot 2015. ‘Dat betekent dat u dan ook weer lijsttrekker wilt worden?’, wilde een journalist weten.
‘Dat is een zaak van de partij’, vond de CDA-leider/premier, ‘daar heb ik het zelf niet eens over. En bovendien ik sta hier niet als CDA-uh-man, maar als premier.’
Nee, maar u zegt dat úw politieke agenda reikt tot 2015.
‘Ja, maar ik zeg nu wat ik al eerder heb gezegd.’
Omgekeerd kan natuurlijk ook. Eerder dit jaar prees de premier Dirk Scheringa de hemel in. ‘Je bent een voorbeeld voor ons allemaal’, vond Balkenende, ‘je speelt een geweldige rol in de financiële sector. Ik vind dat fantastisch. We zijn trots op je!’
Zou de premier dat misschien nog een keer kunnen herhalen?, vroeg een journalist toen de DSB-bank op instorten stond. ‘Ter geruststelling van de spaarders.’
De premier wist niet hoe snel hij zijn CDA-pet op moest zetten: ‘Dat had te maken met waarderende opmerkingen over de persoon Dirk Scheringa als ondernemer, als iemand die de kunst steunt en als iemand die actief is in het voetbal. En dat deed ik in het kader van een verkiezingsbijeenkomst van het CDA. Niet als premier.’
Foto's: ANP
‘Brussel? Daar ben ik niet mee bezig.’
17 september
‘Het is flauwekul’. Balkenende over het bericht dat hij naar Brussel zou vertrekken en Maxime Verhagen premier zou worden.
‘Voorzitter, ik heb zelf al een keer meegemaakt dat ik het
ziekenhuis in moest, keiharde garanties kun je niet geven. Ik heb wel
gezegd: mijn ambitie is om van deze kabinetsperiode een succes te
maken. Ik heb gezegd dat mijn inhoudelijke ambitie reikt tot 2015.’
18 september
Gaat u niet liever naar Europa?
‘Daar ben ik helemaal niet mee bezig.’
2 oktober
Bent u hier gewoon volgende week weer?
‘Bij leven en welzijn wel, ja.’
Maar u vindt Tony Blair een goede concurrent waar u wel de strijd mee aankunt?
‘Ik hoor over een kandidaat Blair en dat ben ik niet.’
28 oktober
‘Ik heb steeds aangegeven dat ik geen kandidaat ben. U kent die discussie: ik heb ook een keer de term flauwekul gebruikt.’
U kunt een eind aan de speculaties maken door te zeggen: ik blijf.
‘Het is zo dat ik nu heb aangegeven van ik zet me in voor Nederland.
En het is een heel gezelsschapsspel geworden in de media om te praten
wat zou kunnen gebeuren. Kijk eens even, bij dit soort functies gaat
het van word je benaderd. Nou, daar is helemaal geen sprake van. Het is
niet aan de orde.’
U wordt niet benaderd?
‘Nee!’
Maar als u benaderd wordt, zegt u dan: ik wil het niet. Dat is een heldere vraag.
‘Nee, nee, nee, want die vragen spelen niet eens hier. (...) Het
valt mij op dat zo’n bezoek aan Japan, wat buitengewoon belangrijk is,
nauwelijks aandacht krijgt. En dan gebeurt er een heel ander spel in de
media.’
30 oktober
Zou u kandidaat kunnen worden?
‘Dat is afhankelijk van wat er gebeurt, maar dat is prematuur. Het
kan makkelijk gebeuren dat er helemaal geen enkel verzoek komt, nou dan
hoef je er ook niet over na te denken.’
6 november
Bent u inmiddels al kandidaat?
‘U weet dat het voorzitterschap gaat consulteren en u weet dat ik
steeds heb gezegd: ik ben geen kandidaat. Dat is één. En twee, ik ben
ook niet gevraagd. Dat heb ik vorige week gezegd. En twee geleden. En
drie weken geleden. En sindsdien is nog geen verandering opgetreden.’
Maar sinds gisteren weten we dat er stevig voor u wordt gelobbyd.
‘Ja, ik heb dat verhaal niet kunnen plaatsen. Er vindt geen lobby plaats, want ik ben geen kandidaat.’