Door: Kustaw Bessems
Gepubliceerd: woensdag 11 november 2009 01:29
Update: woensdag 11 november 2009 02:30
De koningin heeft het staatsapparaat gebruikt voor een privékwestie. En de premier intimideert de Ombudsman die dat onderzoekt.
Wat kón Nederland gniffelen om het rare koppel dat in 2003 een reeks interviews gaf aan HP/De Tijd. Smullen was het, van de verhalen over machtsmisbruik door de koninklijke familie. Verteld door prinses Margarita, nichtje van Beatrix, en haar toenmalige echtgenoot Edwin de Roy van Zuydewijn. Erg serieus werden ze niet genomen, zeker niet nadat de toenmalig directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst de pers een schroef in de muur van zijn kantoor liet filmen, die door het paar voor afluisterapparatuur zou zijn gehouden.
Maar nu, zes jaar later, loopt een onderzoek van de Nationale Ombudsman naar mogelijke bemoeienis van de rijksoverheid met het privéleven van De Roy. En vastgesteld moet worden dat De Roy – van wie Margarita inmiddels is gescheiden – al op twee belangrijke punten gelijk heeft gekregen. Premier Balkenende erkent in een brief aan de Ombudsman, in handen gekomen van Eénvandaag, dat het Kabinet der Koningin bij een werkgever van De Roy in de bouwwereld informatie over hem heeft verkregen. Ook bij Elco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland, werden inlichtingen ingewonnen.
Voor de duidelijkheid: het Kabinet der Koningin is er om de vorstin ambtelijk te ondersteunen bij haar constitutionele taken, niet om een mogelijk twijfelachtige verloofde van een familielid te onderzoeken.
Inlichtingendienst
Eerder maakte het kabinet al excuses aan De Roy, omdat datzelfde Kabinet der Koningin de inlichtingendienst (toen BVD) opdracht had gegeven om hem te onderzoeken. Zijn dossier bij de Sociale Dienst was gelicht en bij zijn schoonvader bezorgd.
De Roy claimt dat de inmenging van de staat in zijn leven hem zijn werk en sociale leven heeft gekost. Nog dit jaar zal de Ombudsman rapport uitbrengen.
Opmerkelijk in de brieven van Balkenende aan de Ombudsman, die uit mei dateren, is dat de premier daarin probeert het onderzoek te torpederen. Hij schrijft dat de Ombudsman alleen ‘bestuursorganen’ mag onderzoeken, dat het Kabinet der Koningin er geen is en dat de Ombudsman dus niet bevoegd is om dit onderzoek te verrichten.
Maar een woordvoerster van de Ombudsman zegt dat niet het Kabinet der Koningin de ‘aangesproken partij’ is, dat is de premier zelf. Híj is verantwoordelijk voor het Kabinet der Koningin en híj is wel een ‘bestuursorgaan’.
Wel heeft de Ombudsman gevraagd om met de directeur van het Kabinet der Koningin te kunnen spreken. Als er een klacht is tegen de politie bijvoorbeeld, legt de woordvoerster uit, wordt liefst ook de rechtstreeks betrokken agent gehoord. Kwestie van waarheidsvinding én van wederhoor.
De toon van Balkenende tegen de Ombudsman, een onafhankelijk instituut dat de burger tegen onbehoorlijk overheidsoptreden moet beschermen, is intimiderend. De Ombudsman zou ‘bij anderen en bij mij aanleiding tot misverstanden, bevreemding en vragen over de werkwijze geven’. De Ombudsman heeft het Kabinet der Koningin ‘ten onrechte in een verkeerd daglicht geplaatst’, schrijft Balkenende.
De Tweede Kamer ondervroeg Balkenende gisteren over de kwestie, maar deed dat slordig. Hij kon het beeld neerzetten dat de Ombudsman niet bevoegd is en de premier alleen meewerkt aan het onderzoek ‘om misverstanden te voorkomen’.