Door: Merel van Leeuwen
Gepubliceerd: woensdag 11 november 2009 01:24
Update: woensdag 11 november 2009 02:23
Nieuwe halfjaarcijfers van het aantal telefoontaps laten zien datjustitie in Nederland meer en meer afluistert. Zo’n 2.250 nummers per dag.
Nederland mag zich al jaren ’s werelds dubieuze koploper afluisteren noemen. Vorig jaar werden dagelijks gemiddeld 1.946 telefoonnummers getapt. De eerste zes maanden van 2009 werden per dag driehonderd nummers meer afgeluisterd, in totaal ruim 13.000. In 80 procent van de gevallen gaat het om een mobiele telefoon, zo zei minister Hirsch Ballin van Justitie gisteren in de Tweede Kamer.
Officier van justitie Koos Plooij gaat dit nog niet ver genoeg. Hij bepleitte onlangs in het politievakblad Blauw dat telefoongesprekken van gevangenen altijd moeten worden opgenomen. Op deze manier kan worden gecontroleerd of zij vanuit de gevangenis doorgaan met hun criminele activiteiten. Het CDA schaarde zich bij de justitiebegroting eerder deze maand achter dit idee.
Over een paar weken vergadert de Tweede Kamer met minister Hirsch Ballin over taps. De SP wil weten wat de effectiviteit is van al dat afluisteren. Want het is onduidelijk of er door die taps meer strafzaken worden opgelost. De laatste onderzoeken daarnaar zijn van vijf en dertien jaar geleden. Niet echt actueel, vindt D66. Maar Hirsch Ballin zei eerder bij de presentatie van de jaarcijfers over 2008 dat hij ‘geen noodzaak’ ziet om het nut van de ingezette taps aannemelijk te maken. Volgens hem is uit onderzoek gebleken dat de tap een effectief opsporingsmiddel is.
In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië worden jaarlijks zo’n tweeduizend telefoons afgeluisterd, maar daar maakt justitie veel meer gebruik van andere vergaande opsporingsmethoden, zoals infiltratie. En hoewel in Duitsland en Frankrijk ook veel wordt afgeluisterd, blijft Nederland ook deze landen ver voor.
Het Openbaar Ministerie is wettelijk verplicht om mensen van wie de telefoon is afgeluisterd achteraf hierover te informeren. Of dat ook gebeurt, is onduidelijk. Het college van procureurs-generaal heeft hierover geen cijfers.