Door: Marcel van Engelen
Gepubliceerd: woensdag 18 november 2009 06:28
Update: woensdag 18 november 2009 06:44
PvdA-stadsdeelbestuurder Jude Kehla stopte in de Bijlmer subsidies voor etnische clubjes. Nu wordt hij uitgekotst door zijn eigen partij. De Surinamers voelen zich bedreigd door de opmars der Afrikanen.
Bij het overstappen op station Van der Madeweg duikt een grappig jongetje op. Hij trekt de aandacht door te doen alsof hij een plastic zakje opeet en vraagt: ‘Hoe laat gaat de metro?’ En: ‘Hoe heet u?’ Hij is elf, zegt hij bij het wegrijden, Surinaams, en hij woont op twee adressen: bij zijn moeder en bij zijn oma, bij wie hij lekker lang mag opblijven. Hij trekt in zijn eentje door Amsterdam- Zuidoost.
R.I.P. Weezy
‘Dat mag mijn zoontje van tien niet hoor’, zegt Jude Kehla-Wirnkar even later. Hij staat bij een slordige graffiti (‘R.I.P Weezy’) op een asfaltpaadje bij station Kraaiennest en vertelt nog eens hoe de 19-jarige Ishmael Gumbs hier twee maanden geleden werd doodgeschoten. Op een maandagmiddag had ‘Weezy’ in het smoezelige winkelcentrum verderop mot gekregen met een baliemedewerkster van de supermarkt. Het winkelmeisje belde haar vriend, die Gumbs later direct onder vuur nam. Vreemd detail: de vriend droeg twee pistolen. Het eerste schoot hij leeg voordat hij naar het tweede greep.
Doorzeefd
Dus Gumbs is doorzeefd? ‘Dan ga je er vanuit dat die jongens kunnen schieten’, zegt Kehla misprijzend. De vriend moet eerst klungelig in de lucht hebben geschoten. ‘Het zijn amateurs, geen geoefende bendes. Dat is het geruststellende. Het erge is dat ze zo makkelijk aan wapens komen. En die zomaar gebruiken.’ De dader is nog altijd niet opgepakt. Volgens de mondkrant in de Bijlmer houdt hij zich schuil in Suriname. Het slachtoffer kwam uit Sint Maarten, was pas een jaar in Nederland, had hier evengoed een zoontje van twee maanden en zijn vriendin was alweer zwanger van de volgende. Ze was erbij, met kinderwagen en dikke buik, toen Weezy in zijn hoofd werd geschoten.

| Foto's: Frank Groeliken
Gevaarlijke cocktail
Misschien heeft het jongetje in de metro meer met de schietpartij te maken dan je zou denken. Misschien gaat het hier wel om het allergrootste van alle problemen in Zuidoost, een stadje op zich, met 80.000 inwoners. ‘Eenderde van de huishoudens in Amsterdam-Zuidoost bestaat uit alleenstaande moeders, twee keer zoveel als het stedelijke gemiddelde’, zegt Kehla tijdens een kleine tour. ‘Eenoudergezinnen en armoede is een gevaarlijke cocktail. De jongens groeien op zonder normale opvoeding. Als ze op straat komen en hun trots wordt gekrenkt, zijn hun oplossingen vaak finaal. Conflicten verbaal oplossen hebben ze niet geleerd.’
Caribische jongens
Ja, het zijn vrijwel zonder uitzondering Caribische jongens. Van de 23 schietpartijen die dit jaar in Amsterdam- Zuidoost plaats hadden, werden de schoten vooral gelost door Antillianen, soms door Surinamers. Ghanezen – veruit de grootste groep Afrikanen – waren er niet bij betrokken. Die komen sowieso weinig voor in de misdaadcijfers. ‘Die zijn getrouwd’, zegt Kehla. ‘Wat niks zegt over de kwaliteit van de man-vrouwrelaties, maar wel dat de kinderen opgroeien in een gezin.’ Jude Kehla, in 1962 geboren in Kameroen, heeft een academische inslag. Hij studeerde sociale wetenschap in Dublin, Bath en Tilburg, was als socioloog verbonden aan de Universiteit Utrecht en werkte enkele jaren als programmamaker bij het Amsterdamse debathuis De Balie. Dat betekent niet dat hij schroomt te zeggen waar het op staat.
Wassen neus
Op een congres over armoede, waar hij sinds drie jaar als stadsdeelbestuurder over gaat, zegt hij dingen als: ‘De schuldhulpverlening is een wassen neus. We pompen mensen rond van de ene instantie naar de andere.’ In stadskrant Het Parool schrijft hij opiniestukken waarin hij aandacht vraagt voor de smerigheid in de metro of wijst op de hoge werkloosheid in de Bijlmer, de lage Citoscores.

Op zichzelf niet zo bijzonder, maar voor een bestuurder uit Amsterdam- Zuidoost, zeker van PvdA-huize, is het dat wel. Het stadsdeel wordt sinds mensenheugenis gedomineerd door de sociaal-democraten (in 2006 behaalde de PvdA 16 van de 29 zetels) die er een gewoonte van hebben gemaakt om, als defensieve reactie op de publieke opinie, te verkondigen dat het juist heel goed gaat met de Bijlmer. Elvira Sweet, stadsdeelvoorzitter sinds 2002, is zelden waargenomen zonder big smile en opgestoken duimen: van dat imago van de Bijlmer klopt helemaal niks. Nu is Amsterdam- Zuidoost de afgelopen jaren inderdaad enorm veranderd – flats verdwenen, nieuwbouwwijken kwamen – maar veel sociale problemen bleven. Sweet wist dan ook nauwelijks wat ze moest zeggen toen Gumbs werd doodgeknald en de Bijlmer weer eens negatief in het nieuws was.
Op een zelfde manier trok politiek Zuidoost in het defensief toen de Amsterdamse Rekenkamer tweeënhalf jaar geleden tot de conclusie kwam dat de stadsdeelraad stijf stond van de dubbele belangen. Deelraadsleden beslisten over subsidies die werden toegekend aan etnische organisaties (Afro-Surinaams, Hindoestaans, Ghanees, Antilliaans) waaraan ze zelf verbonden waren. De teneur van de reactie: zo doen we dat nu eenmaal in de Bijlmer, bemoei je er niet mee. Als je Jude Kehla boos wilt maken, moet je dat zeggen. Dat Zuidoost nu eenmaal anders is. Dat er andere regels gelden. ‘Dit is toch Nederland!? Als je zelf volwassen, volwaardig wilt zijn, moet je je ook zo opstellen.’
Subsidies
Toevallig gaat Kehla over een deel van die subsidies. Na het Rekenkamer- rapport moesten de deelraadsleden hun officiële functies beëindigen bij de subsidieontvangende organisaties. Dat deden ze, al veranderde in de praktijk weinig, want de banden bleven bestaan. Maar bestaan informele relaties niet overal in de politiek? Het bijzondere aan Zuidoost is dat die banden meestal langs etnische lijnen lopen. Het Afro-Surinaamse deelraadslid maakt zich sterk voor het Afro-Surinaamse festival of podium, de hindoestaanse politicus wil meer geld voor het hindoestaanse cultuurhuis en de Ghanezen komen weer op voor de twee Ghanese organisaties.
Zolang iedereen zijn deel krijgt, is iedereen tevreden. Hoe groter de groep, hoe meer subsidie. Toen Jude Kehla als nieuwe verantwoordelijke voor armoedebestrijding en ‘participatie’ inventariseerde waar zijn subsidies naartoe gingen, schrok hij. De acht etnische organisaties (vijf Surinaamse, twee Ghanese, een Antilliaanse) konden vaak niet duidelijk maken waaraan het geld (samen een miljoen euro per jaar) werd besteed. Als ze dat wel konden, hielden hun activiteiten volgens Kehla vaak geen verband met de problemen in de wijk.
Biersubsidies
Hij ging de strijd aan met clubs die een vaste positie in de Bijlmer hadden veroverd en hun jarenlange subsidie als vanzelfsprekendheid beschouwden. ‘Een subsidie is geen godgegeven recht. Het is een lening voor een specifieke activiteit. Pas als die activiteit heeft plaatsgevonden wordt het een gift.’ ‘Biersubsidies’, noemt oude rot Henk de Boer het. Hij is deelraadslid van het CDA en zegt: ‘Wij prijzen Jude de hemel in. Hij durft en houdt zijn rug recht.’
Stichting Bolletrie, in de woorden van De Boer ‘een hangcafé voor Surinaamse mannen’, ontving zestigduizend euro subsidie terwijl ze zelf een veelvoud omzette aan bier en rum. Ook de voornaamste debater in de stadsdeelraad, Mart van de Wiel van de Onafhankelijke partij Zuidoost, is opvallend positief over Kehla’s beleid. Normaliter valt hij de PvdA hard aan. ‘Maar Jude is helder in zijn uitlatingen en gaat met open vizier het debat aan. Een verademing. Hij is onafhankelijk en laat zich niet leiden door het partijkader. Goed voor het stadsdeel, maar misschien niet handig voor zijn carrière binnen de PvdA.’
Van de Wiel dreigt gelijk te krijgen nu dezer dagen de kieslijsten worden vastgesteld voor de gemeente- en stadsdeelverkiezingen in maart. Kehla kreeg pas onlangs zijn zin, na veel hangen en wurgen: de subsidies worden niet meer aan de bekende etnische organisaties verstrekt, maar gekoppeld aan activiteiten, waarvoor in beginsel iedereen een voorstel kan doen. De hele oppositie was ervoor en Kehla opereerde slim. Maar hij tartte er wel de gevestigde orde van zijn eigen partij mee. Want de PvdA was aanvankelijk faliekant tegen.
Mislukt politicus
Fractievoorzitter Muriël Dalgliesh schreef een open brief tegen de aanpassing van het subsidiesysteem (‘Deze organisaties vervullen ook een zeer belangrijke rol voor de emancipatie en de empowerment van groepen’). In zijn column in Het Parool maakte Bijlmerprominent en PvdA-ingewijde Prem Radhakishun opzichtig gehakt van Kehla (een ‘mislukte politicus’ die ‘uit Zuidoost in 2010 zal worden weggetrapt’).
Scheldbrieven
En Kehla ontving scheldbrieven in zijn postvakje op het stadsdeelkantoor waar alleen deelraadsleden kunnen komen. Hij zou wegens zijn nietsontziende werkwijze ‘de zwarte Wilders van Amsterdam-Zuidoost’ zijn. Er speelt nog iets anders mee. De ongeschreven regel in Zuidoost is sinds meer dan tien jaar dat de stadsdeelvoorzitter (lees: PvdA-lijsttrekker) zwart moet zijn. Daar is lang voor gevochten in de door Surinamers beheerste Bijlmer. Maar inmiddels is er een tweede migrantengroep die groot is en stevig aan de weg timmert: de Ghanezen. Zij bedreigen de Surinamers in hun dominantie, in elk geval binnen de PvdA, en de groepen delen ook nog eens een gevoelig verleden. Simpel gezegd: het waren de voorouders van de Ghanezen die Afrikaanse slaven leverden aan de Nederlanders, voordat ze naar Suriname werden verscheept.
‘Jullie hebben ons verkocht’, is het diepgewortelde gevoel bij Surinamers over Ghanezen. En nu dreigen jullie in onze Bijlmer ook nog eens de boel over te nemen. Het wordt niet snel openlijk gezegd, maar breed ervaren. Klus afmaken Ja, Jude Kehla wil graag PvdA-lijsttrekker worden, in elk geval terugkeren als stadsdeelbestuurder. ‘Ik heb me jarenlang suf gewerkt, al mijn creativiteit gebruikt om een stevig armoedebeleid op poten te krijgen. Ik wil mijn klus afmaken.’
Hij is weliswaar geen Ghanees, maar kan wel rekenen op een Ghanese achterban. En ja, de andere twee kandidaten zijn Surinaams: fractieleider Muriël Dalgliesh en Marcel La Rose, oud-directeur van de lokale bedrijvenvereniging. Ze hebben allebei een deel van de PvdA-beslissers in Zuidoost achter zich. Met die lastige Afrikaan Jude Kehla zitten ze in hun maag. Waarschijnlijk krijgt hij binnenkort een lage plek op de kieslijst, waarmee hij voorgoed lijkt afgeserveerd.
Maar de definitieve beslissing valt in december, als de PvdA-leden in meerderheid beslissen over de lijst die de kiescommissie momenteel vaststelt. De PvdA telt in Zuidoost ongeveer vijfhonderd leden en de verschillende (etnische) achterbannen worden al in stelling gebracht. Landelijk partijvoorzitter Lilianne Ploumen en Amsterdams PvdA-leider Lodewijk Asscher spanden zich onlangs in voor Ahmed Marcouch, toen Marcouch in een andere geplaagde wijk, Nieuw-West, geen lijsttrekker dreigde te worden. Marcouch is alsnog op de eerste plek gekomen. Voorlopig, want ook daar vellen de lokale PvdA-leden het laatste oordeel.