Flonker schreef:
Het Midden Oosten was tot voor de tweede Wereldoorlog een oninteressant woestijngebied waar Arabieren in Joden zonder al te veel gedoe samenleefden. Na WO II, besloot de westerse wereld puur omdat ze zich schuldig voelden,dat Joden recht hadden op een eigen staat. Die arme Palestijnen die er woonden hadden geen leger, vormden niet eens een echte staat en zouden dus gemakkelijk verdreven worden als het weste de nieuwe Israëlische staat maar voldoende zou steunen met militaire middelen en geld. Natuurlijk kun je beweren dat Israël oorspronkelijk Joods grondgebied is, en dat ze daarom steun verdienen. Komt Europa nu ook op voor de Amerikaanse Indianen, die immers het geboorterecht hebben, zoals de Joden dat in Israël hebben? Heeft een Nederlandse regering ooit geweigerd om Amerikaanse 'terroristen' te ontvangen, vanwege de genocide op Amerikaanse Indianen? Wie zich niet schaamt, heeft geen geweten...
Om allerlei 'indianenverhalen' over het ontstaan van de staat Israel uit de wereld te helpen deze door een ijverige student geschreven samenvatting:
De beloftes en overeenkomsten tijdens de eerste wereldoorlog (1914-1918)
Tijdens de eerste wereldoorlog vochten de gealieerden tegen de centralen. Frankrijk en Engeland behoorden tot de gealieerden en Turkije en Duitsland tot de centralen.
Palestina was een kolonie van Turkije. Engeland had belang bij Palestina en wilde Turkije verslaan. Ze hadden de Arabieren gevraagd om hun medewerking en hun o.a. de MacMahon belofte gedaan.
De MacMahons beloftes
De Britse Hoge Commissaris in Cairo, sir Henry MacMahon kwam in begin 1916 met de sjarief van Mekka, Hussein ibn Ali overeen een gezamelijke actie tegen de Turken te ondernemen. In ruil daarvoor beloofde de Britse regering na de overwinning de onafhankelijkheid van de Arabieren te erkennen en hen te helpen bij het opzetten van een bestuur, economie, enz.
Mandaatgebied Palestina
Omdat de Turken de oorlog verloren hadden moesten ze al hun kolonies afstaan aan de volkenbond (nu de VN).
Zo kreeg Groot-Brittanië mandaat over Palestina tezamen met de toezegging van de Balfour-verklaring van november 1917. Ze moesten dit gebied tot een zelfstandige staat leiden. In Palestina woonden Arabieren en Joden en door de Balfour-verklaring steeg de Joodse immigratie. De in dit gebied wonende Arabieren vreesden dat de Joden naar een bevolkingsoverwicht streefden, maar nog ernstiger was het economisch overwicht van de immigranten.
Na 1918 kwamen er opnieuw veel Joden naar Palestina; ze kochten stukken grond en bouwden steden en dorpen. Ze deden aan landbouw en vanuit idealistische overwegingen namen ze geen Palestijnen in dienst .
Op deze manier ontstond er snel werkloosheid, verpaupering en sociale problemen voor de autochtone bevolking. Dit vonden zij natuurlijk niet leuk en kwamen tot gewelduitbarsting tegen de Joodse immigranten en het Britse mandaat bestuur die de immigratie toeliet. In 1933 kwam in Duitsland het Nazi bewind aan de macht,dat het antisemitisme propageerde. Door dit antisemitisme vluchtten veel Joden weg naar Palestina.
Hierdoor steeg de immigratie sterk in Palestina. Er vormde zich naast de Palestijns-Arabische samenleving in Palestina een geheel los daarvan een Joodse samenleving. De toenemende landbouwnederzettingen, de eigen Joodse culturele, sociale en poltieke organisaties vormden een geraamte wat later een staat zou worden. De Zionisten streefden naar een onafhankelijk Groot Israël en keerden zich in een vroeg stadium tegen het mandaat bestuur.
Dit vonden de Palestijnse nationalisten niet goed en hun verzet werd steeds heviger. In 1936 brak er een soort guerilla-oorlog uit tussen Joden en Arabieren. De britse regering kon de problemen nauwelijks aan en gaven toe aan de Arabische druk en het zogenaamde ‘witboek’ trad in werking.
Witboek
Hierin stond dat Palestina binnen tien jaar onafhankelijk zou worden. De Joodse immigratie zou beperkt worden tot 15.000 immigranten per jaar gedurende de eerste vijf jaar. De Joodse landaankopen werden ook stop gezet.
De onafhankelijkheid zou door de Arabieren gewaarborgd worden en door deze beperking van de Joodse immigratie dachten ze een grote Arabische bevolkingsmeerderheid te krijgen.
Het Britse Witboek leek een duidelijke Britse kniebuiging voor de Arabische wereld in het algemeen en de Palestijnen in het bijzonder.
Niet alle Palestijnen waren er tevreden mee en in Joodse kring werd het Witboek met grote schrik ontvangen. Het betekende voor hun dat er in Palestina geen Joodse staat zou kunnen worden gerealiseerd.
De zionisten voelden zich veraden door de Britse regering die nu werden beschuldigd van trouweloosheid.
De tweede wereld oorlog brak uit en een grote meerderheid van de Joden vochten aan de kant van de Britten omdat Duitsland nog een grotere bedreiging was.
Tijdens de oorlog had de zionistische beweging te kennen gegeven de Britse politiek in Palestina scherp af te keuren. Na de oorlog keerde de Zionistische beweging zich nog erger tegen het Britse mandaat in Palestina, want met het voortzetten van het Britse bestuur zou het kunnen leiden tot de oprichting van een Arabisch-Palestijnse staat met een Joodse minderheid.
De Joden bereidde zich voor op een strijd ‘met de rug tegen de muur’ tegen zowel de Arabieren als het Britse gezag. Zij overtraden het Witboek door zoveel mogelijk Joden op een illegale manier naar Palestina te brengen. Het Britse mandaat reageerden met harde tegenmaatregelen. Het was duidelijk dat het Britse bestuur zijn greep op Palestina steeds verder verloor.
(Uit: Palestijns-Israelisch conflict , scriptie Tariq Ilahi 2002)