Door: Maaike Boersma
Gepubliceerd: maandag 4 januari 2010 01:23
Update: maandag 4 januari 2010 02:21
Het Haarlemse Spaarnezicht, opvanghuis voor zwerfjongeren, zit barstensvol. ‘Dit is het laatste station voor ze onder de brug belanden.’
‘Dave, er is post voor je.’ Samen met zijn mentor bekijkt de 17-jarige de papieren en begint dan te vloeken. ‘Ik kan net zo goed voor de trein springen, dan ben ik tenminste van al die schulden af’, mompelt hij en loopt weg.
In een statig pand in het hartje centrum van Haarlem wonen zwerfjongeren tussen de 16 en 25 jaar. Ze zijn al uit allerlei andere instellingen gezet, weggelopen of door hun ouders uit huis gezet. ‘Hier komen in het algemeen beschadigde jongeren voor wie, zo lijkt het, nergens anders plek meer is’, zegt teamleider Ingrid Lunter.
Hoeveel jongeren zwerven, daar heeft niemand benul van. Voorheen werd gesproken over 6.000 jongeren, maar dat zijn slechts de geregistreerde gevallen. Volgens Tasso Heijnen van Stichting Zwerfjongeren Nederland zijn het er volgens schattingen drie keer zoveel. Voor deze hele groep zijn in totaal zeshonderd opvangplekken beschikbaar. Stuk voor stuk kampen de pensions met een wachtlijst. ‘Er is structureel tekort aan plekken’, zegt Heijnen. ‘Het voornaamste probleem is dat jongeren ouder dan achttien niet meer onder Bureau Jeugdzorg maar onder de gemeente vallen en die hebben geen specifieke aanpak. Dus raken ze nu tussen wal en schip.’ De Algemene Rekenkamer waarschuwde onlangs in een kritisch rapport dat er meer duidelijkheid moet komen wie er verantwoordelijk is voor de jongeren.
Crisis
Pension Spaarnezicht in Haarlem vangt al vijftien jaar zwerfjongeren op. Voorheen was het pension met 22 plaatsen doorgaans slechts voor driekwart gevuld, maar sinds de crisis is dat radicaal veranderd. Het huis zit stampvol. Voor het eerst is er zelfs een wachtlijst, die twee keer zo groot is als het aantal plaatsen dat Spaarnezicht kan bieden. Hoewel er geen onderzoek naar is gedaan, denkt directeur Jan Voorwinden dat het de crisis is die voor de toename zorgt. ‘Werkgevers zijn minder bereid veel tijd en geduld te steken in jongeren als deze en ze raken makkelijk hun baan kwijt.’ Met alle gevolgen van dien. ‘Ze zwerven van de ene instelling naar de andere, logeren dan een paar daagjes bij die, dan weer bij een ander. ‘Dit is het laatste station voor ze bij wijze van spreken onder de brug belanden, we zijn het afvalputje. Maar toch lukt het vaak de neerwaartse spiraal te doorbreken, door samenwerking en kennis van wat onze jongeren beweegt’.
Het is de bedoeling dat jongeren niet langer dan een paar maanden in Spaarnezicht blijven. Ze worden geholpen bij het vinden van werk, school, en een eigen dak boven het hoofd. In ongeveer zeven van de tien gevallen lukt dit uiteindelijk.
Buiten blowen
‘Wie gaat er mee een blowtje doen?’ In Haarlem is het vandaag vakantie en de jongeren zijn niet naar hun school of werk. Als ze dat al hebben. Damian, een lichtblauw merkpetje op zijn knappe kop, gaat alvast naar buiten, want binnen mag niet geblowd worden. Bijna alle jongeren in Spaarnezicht zijn verstokte blowers. Waar de jongeren het geld voor de joints vandaan halen? ‘Is ons niet altijd even duidelijk, zegt Lunter. De achttienplussers krijgen zo’n driehonderd euro per maand zak- en kleedgeld en moeten daarvan bovendien de zorgverzekering en schulden betalen.
Maar de jongeren hebben ook een andere kant. ‘Er stond net zo’n zwerfmevrouwtje buiten die pijn aan haar borst had. Ik heb 112 voor haar gebeld’, vertelt Thomas als hij binnenkomt. ‘Ze zijn stuk voor stuk ruwe bolsters blanke pit’, zegt Lunter. Een van de meiden in huis is net bevallen van een dochtertje en geeft haar op de bank de fles. ‘Zoiets heeft een verzachtende werking op de groep. Je zag die grote jongens met hun grote mond gewoon wegsmelten toen ze de baby voor het eerst zagen.’