Gepubliceerd: dinsdag 12 januari 2010 10:29
Update: dinsdag 12 januari 2010 17:18
Een adequate volkerenrechtelijke rechtvaardiging voor de inval in Irak in 2003 ontbrak. Dat is een van de conclusies van het Irak-onderzoek, zei voorzitter Willibrord Davids bij de prestatie van het rapport aan minister-president Jan Peter Balkenende. De tekst van de resolutie 1441 gaf geen vrijbrief aan landen om met geweld in te grijpen. Het Nederlandse kabinet legde die tekst wel zo uit.
De Nederlandse regering wilde aanvankelijk een tweede VN-resolutie die een aanval rechtvaardigde, maar kwam daar later op terug. Toen werd zo'n resolutie 'politiek wenselijk maar niet juridisch onmisbaar'.
De interpretatie van het internationaal recht door het ministerie van Buitenlandse Zaken was niet gebaseerd op een grondige en actuele juridische analyse.
Het is aan de politiek om te bepalen hoe zwaar dat weegt, stelde Davids. Ook als de commissie zou concluderen dat het kabinet het parlement onvolledig heeft geïnformeerd, dan is het aan het parlement zelf om te beoordelen of ze te onvolledig zijn geïnformeerd. De commissie heeft zich gericht aan de feiten en niet op interpretatie en politieke duiding, zei de voorzitter.
Verder stelt Davids dat premier Jan Peter Balkenende in het begin weinig of geen leiding gaf aan het debat over Irak. Hij liet het dossier volledig over aan de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer. Die formuleerde in feite met een paar ambtenaren in een brainstormsessie van slechts drie kwartier begin augustus 2002 het kabinetsstandpunt, waarvan later nauwelijks is afgeweken. Later, vanaf januari 2003 ging Balkenende zich wel bemoeien met het dossier, maar toen lag het regeringsstandpunt dat Buitenlandse Zaken had opgesteld, volgens de commissie al vast.
Nederland schaarde zich snel achter de Amerikaans-Britse positie die leidde tot de inval. Wel bleef Nederland bij haar standpunt dat een met geweld afgedwongen wijziging van het regime in Irak volkenrechtelijk niet was toegestaan. Het doel van het Nederlandse kabinet was de ontmanteling van de veronderstelde Iraakse wapenvoorraad. De commissie-Davids stelt dat ,,een zekere onwaarachtigheid aan het Nederlandse standpunt derhalve niet vreemd was''.
Overigens heeft het besluit van Nederland om politieke steun te verlenen, geen rol gespeeld bij de benoeming van Jaap de Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de NAVO. Hij was eind 2002 benoemd en trad begin 2003 aan.
Door critici is eerder wel gesteld dat De Hoop Scheffer zijn prestigieuze post had te danken aan de Nederlandse steun aan de Amerikanen.
Ook handelsbelangen hebben geen enkele rol gespeeld in de besluitvorming in ons land, aldus Davids.

'Geen doofpotcommissie'
Davids benadrukte dat er alleen over praktische zaken contact met Balkenende is geweest. ,,De commissie is er niet op uit geweest voor vrienden te schrijven, hetzelfde geldt voor vijanden'', aldus Davids. Zijn commissie heeft tijdens het onderzoek geen contact gehad over de inhoud, alleen over de procedure, zoals de latere publicatie van de bevindingen. Hij zei dat nadrukkelijk om verhalen uit het ,,geruchten- en veronderstellingencircuit'' over een ''doofpotcommissie'' de kop in te drukken. Davids sprak van een ,,kloek boekwerk'', dat voor de premier nog een verrassing is.
In een eerste reactie bevestigde premier Balkenende dat de inhoud van het rapport nieuw is voor hem. Volgens hem was het essentieel dat de commissie volledig onafhankelijk kon werken.
Rapport

Klik op de foto om het rapport te downloaden
Belangrijkste conclusies:
- Een volkenrechtelijk mandaat voor de inval ontbrak
- Er is geen bewijs voor een actieve militaire bijdrage van Nederland aan de inval
- Het kabinet heeft de Tweede Kamer onvolledig geïnformeerd over het verzoek van de VS om militaire steun
- Premier Balkenende gaf weinig of geen leiding aan het Irak-debat. Dat liet hij over aan minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer.
- De AIVD en MIVD hadden nauwelijks eigen informatie over de massavernietigingswapens van Irak
- Nederlandse veiligheidsdiensten waren de hele periode terughoudender over de Iraakse wapendreiging dan kabinetsleden waren in hun informatie naar de Tweede Kamer toe
- De benoeming van toenmalig CDA-minister Jaap de Hoop Scheffer als secretaris-generaal van de NAVO is niet beïnvloed geweest door de Nederlandse besluitvorming rond de politieke steun aan de Amerikaanse inval in Irak
Meer
Reactie Balkenende
Het kabinet heeft in de aanloop naar de inval in Irak niet onvolledig geïnformeerd. Balkenende is het ook oneens met de conclusie van de commissie dat een juridische basis voor een aanval ontbrak. Meer
