Door: Danielle van den Bos » Meer lezerscolumns
Gepubliceerd: vrijdag 5 maart 2010 00:58
Update: vrijdag 5 maart 2010 01:18
Ieder mens heeft recht op zijn eigen fobie. Die van mij betreft de tandarts. Het maakt niet uit wat hij doet: ik ga er huilend naar binnen, lig met wijd opengesperde mond te huilen in de stoel, en loop dan aan de hand van mijn moeder huilend weer naar buiten.
Gelukkig heb ik al vanaf mijn zevende dezelfde tandarts die hiermee goed weet om te gaan. De echte engel op het toneel is echter de tandartsassistente: zij houdt mijn hand vast, dept de onophoudelijke tranenstroom met tissues en prevelt de mantra ‘Het gaat goed, het gaat goed’.
Nu ik word gekweld door kiespijn besef ik dat het bij spoedgevallen niet handig is om op en neer te moeten naar de Veluwe. Ik besluit dat het een mooi moment is om mijn angst aan te pakken: ik ga na ruim elf jaar een tandarts zoeken in Amsterdam.
‘Ga maar liggen’, zegt Nieuwe Tandarts.
‘Eh...ik wil eerst even met u praten.’
Nieuwe Tandarts kijkt alsof ik een onenightstand ben die vooraf een goed gesprek wil.
‘Ik wil dat u eerlijk zegt wat u vindt van patiënten die heel bang zijn en gaan huilen.’
Na een paar seconden stilte zegt Nieuwe Tandarts: ‘Nou, het kan natuurlijk weleens gebeuren dat ik me daaraan irriteer. Ik ben ook maar een mens.’
Ik hap naar adem. Zo’n korte zin, en dan zoveel kapitale fouten. Ten eerste kan het helemaal niet gebeuren dat hij zich ergert aan een bang en kwetsbaar medemens. Ten tweede is hij niet ‘ook maar een mens’, hij is een man die mensen martelt voor de kost. En ten derde: zich irriteren? Ik wil verdorie wel een beetje kunnen merken dat mijn tandarts gestudeerd heeft.
Deze kennismaking is erger dan de ergste eerste date. Maar hij vraagt onverstoorbaar naar mijn verzekeringsnummer. Even overweeg ik om lafjes de laatste twee nummers om te wisselen maar dan recht ik mijn schouders en zeg: ‘Ik wil geen afspraak meer met u maken. U bent mijn tandartstype niet.’
De volgende ochtend vroeg stap ik op de trein. Op naar de Engel van de Veluwe.
Uw column in De Pers? Stuur uw pennenvrucht (maximaal 350 woorden) naar mijncolumn@depers.nl.