Door: Nico Dijkshoorn » Meer columns van Nico Dijkshoorn 
Gepubliceerd: donderdag 4 maart 2010 23:58
Update: vrijdag 5 maart 2010 07:23
Eergisteren heb ik gestemd. Dat doe ik te weinig. Ik zou wel meer willen stemmen. Het is fijn om ergens naar toe te lopen met een geheim in je lichaam. Dat gebeurt niet zo vaak. Zo moet het ongeveer voelen om zwanger te zijn. De voorpret.
Eigenlijk alles aan stemmen is fijn. De gebouwtjes waarin het gebeurt. Ik weet niet precies waarom, maar de geïmproviseerde tafeltjes, de getimmerde hokjes en de wat onhandig plechtige sfeer ontroeren mij. Het is een afspraak. Jij, als stemmer, weet dat je een klaslokaal binnenkomt en dat de mensen achter de tafel ook gewoon maar zitten te bedenken wat ze die avond nu weer eens zullen gaan eten, maar dat maakt niet uit. Je doet alsof het een echt stemlokaal is.
Het liefst stem ik in klaslokaaltjes. Daarom ging ik ook altijd mee naar ouderavonden. Om de stoeltjes. Die piepkleine stoeltjes om je heen en de juffrouw van je dochter tegenover je. Je voelt voor heel even weer hoe het was, je onbezorgde jeugd en de snerpende verliefdheid op Roos, drie plaatsen voor je. Heerlijk om weer in een ruimte vol met kwasten, kleurpotloden en landkaarten te verkeren.
Bij stemmen heb ik dat ook. Het is een sterk nostalgische bezigheid. Even binnenkomen en rondwandelen op een plek, die normaal gesproken voor iets heel anders wordt gebruikt. Ik stemde in een omgebouwd informatiecentrum. Dat was jammer. Alleen de lange tafel was fijn. Die stond precies goed. Ik herkende de man achter de tafel die mijn legitimatiebewijs vroeg. Die had ik twee dagen daarvoor nog met een rare haarband op zijn hoofd zien zwoegen langs een kanaal. Een jogger en nu zat hij vlak voor mij net te doen alsof hij mijn identiteit controleerde.
Dat is het mooie van stemmen. Je houdt dan je mond. Weg is het eeuwige gekwek in slagerijen. Het kwam niet in mij op om de man uitgebreid te herkennen. Dat doe je niet in een stemlokaal. Het is als met kinderen, die zich verkleden als indiaan. Je doet alsof je schrikt en kijkt tegelijkertijd naar die drie lullige veertjes op het hoofd.
Zo ging het woensdag ook. Ik deed net alsof de man achter de tafel een echte grote stemcontroleermeneer was. We kenden elkaar zogenaamd niet. Ik wachtte geduldig tot alles gecontroleerd was, nam het stembiljet in ontvangst en stemde.
Eenmaal buiten voelde ik me goed. Trots eigenlijk. Ik had gestemd en alles goed gedaan. Ik was tijdens het stemmen niet met hokje en al voorover gevallen. Ik had op de goede partij gestemd. Mooi hoe ik het formulier had laten vallen.
Twee uur later vroeg Hugo Borst mij, vanuit het niets, wat ik had gestemd. Ik antwoordde. Dat verpestte eigenlijk de hele dag.
Nico Dijkshoorn is dichter/schrijver/ muzikant. Het liefst alle drie tegelijk. Op een podium.