Door: Peter Middendorp » Meer columns van Peter Middendorp 
Gepubliceerd: zondag 7 maart 2010 23:01
Update: maandag 8 maart 2010 07:04
Tijdens het verkiezingsdebat in EenVandaag stonden Wouter Bos en Geert Wilders vorige week opvallend dicht op elkaar. Dat was vreemd, een regiefoutje misschien; tijdens het debatteren hebben de heren elkaars tanden kunnen ruiken.
Altijd als Wilders verbaal ten strijde trekt, heeft hij teksten bij zich die door het PVV-Kamerlid Martin Bosma zijn geschreven. De teksten van Bosma onderscheiden zich door het veelvuldig gebruik van relatief eenvoudige retorische trucs. Hij rijmt graag en laat geen kans op een woordspeling onbenut.
De samenwerking van Bosma en Wilders heeft tot gevolg dat je de laatste op televisie van zeer dichtbij in het gezicht van Wouter Bos kon horen schreeuwen dat de PvdA de Partij van de Arabieren is, en het hoofdkantoor ervan in Mekka staat. De inhoud is misschien van Bosma, het volume is authentiek.
Er bestaat een aantal mensen dat de taalvondsten van Bosma waardeert. De belangrijkste vertegenwoordiger daarvan is Bosma zelf. Als Wilders in de Kamer achter het spreekgestoelte staat te allitereren, kun je Bosma op zijn zetel warm zien wegzakken in zichzelf, spinnend, kirrend, sidderend van genot.
Zelf zou ik het enigszins vernederend vinden als iemand kwalitatief laagstaande teksten in mijn gezicht zou schreeuwen. Ik weet niet of ik de spreker een duw zou geven, of een schop tegen de schenen, ik weet alleen dat ik niet zo rustig zou blijven als Wouter Bos.
Opvallender nog dan de reactie van Bos was het te zien hoe Wilders op zijn eigen woordenstromen reageerde. Die maakten hem niet kalm, het schreeuwen luchtte hem helemaal niet op. Hij schreeuwde door, en bleef daar ook een beetje apart bij uit de ogen kijken; om het woord ‘vies’ maar even te vermijden.
Wilders is niet in staat lucht te geven aan zijn woede, hoeveel lucht hij ook aan zijn woede geeft. Zijn verlangen naar vernederen is onstilbaar. Er zal geen moment komen dat hij zich voldaan op iets anders richt. De dood of de gladiolen, is het gevoel dat je eraan overhoudt. En dat het vermoedelijk geen gladiolen zullen worden.