Door: Peter Middendorp » Meer columns van Peter Middendorp 
Gepubliceerd: dinsdag 9 maart 2010 22:16
Update: dinsdag 9 maart 2010 22:16
Wie een liefhebber is van authentieke elementen en het onverschillig blijft of die elementen authentiek zijn of bij Hornbach aangeschaft, kan gerust een kijkje nemen in het partijbureau van het CDA. Het wemelt daar van de sierlijsten, gewone lijsten, randjes, tegels, glas-in-loodramen, hoekjes en plafondversierselen.
Toen ik er tijdens de uitslagenavond een bezoekje bracht, en over Pieter van Geel hoorde spreken als een man die eruit ziet alsof hij uit de droogtrommel komt, lukte het niet de aangeplakte elementen van de echte te onderscheiden. Alles glimt, alles is tot glanzen gebracht, en daar moet je van houden, daar moet je echt van houden.
Het zou nog even duren voordat Balkenende de uitslagen zou komen bagatelliseren en zich vervolgens naar het slotdebat met de andere lijsttrekkers zou spoeden. Nu alles misliep, liet hij zulke debatten niet langer over aan Van Geel. Op tv zagen we een staatsman met te kort geknipte haren, en meer oogopslag dan goed was voor het vertrouwen dat hij bij de kijker zocht.
De afgelopen jaren heeft Balken-ende achter zich aan laten rennen, het is niet alleen maar leuk te zien hoe hij nu degene is die rent. Journalisten interviewen hem met tegenzin, afgelopen maandag kon hij nogmaals de unanieme steun van zijn partijbestuurders in het partijbureau afsmeken.
Unaniem werd het, ontzettend unaniem, maar de journalisten schakelden makkelijk over op een ander onderwerp: de opmerking van Balkenende dat hij alleen premier wilde worden, geen Kamerlid. ‘Even zuiver nu’, kon je Frits Wester bij RTL Nieuws tegen de partijvoorzitter horen duwen. En op de stoep oordeelde Jos Heymans in een camera: ‘Dit worden Kámerverkiezingen. Geen kabinetsverkiezingen.’
Ik geloofde niet dat er eerder premiers zijn geweest die na vier mislukte kabinetten en een verloren verkiezing in de Tweede Kamer gingen zitten, of dat er iemand zat te wachten op een verliezer in een Kamerbankje. Het geduld van de verslaggevers is op, dat is het meer. Waarom ik dit met sierlijsten van Hornbach in verband breng, weet ik eigenlijk niet. Misschien is het iets met decadentie en verval.