Door: Merel van Leeuwen 
Gepubliceerd: woensdag 10 maart 2010 23:54
Update: donderdag 11 maart 2010 00:02
Vroeger werd een gevangene bij zijn vrijlating met een plastic zak op straat gezet. Helemaal fout. Geef die mensen onderdak en een inkomen, dan is de kans dat ze op het rechte pad blijven een stuk groter.
‘Het grootste probleem is geld. Als je geld hebt, heb je alles. Voor 18 euro heb je onderdak in Amsterdam. En je moet een postadres hebben, want zonder heb je niks. Ik heb al twee jaar geen postadres.’ Simon is 29 en is sinds anderhalve maand weer op vrije voeten. Hij zat een paar dagen in de gevangenis, geheel buiten zijn schuld, zoals hij zelf zegt. ‘Ik werkte bij een baas, zwart natuurlijk, tot op een dag een arsenaal wapens bij hem werd gevonden.’ Simon heeft verschillende keren vastgezeten, waarvoor wil hij niet vertellen. Vorig jaar maart kwam hij na een langer verblijf weer buiten, zonder inkomen, zonder woning, zonder postadres, zonder alles eigenlijk.
De overheid maakt zich sterk om te voorkomen dat dit soort jongens weer in crimineel gedrag vervallen. Terugdringen van recidive en het verhogen van de veiligheid op straat waren voor het ministerie van Justitie reden om samen met de gemeenten daarvoor een programma te ontwikkelen. De afspraak is dat gevangenissen de gemeenten op de hoogte houden wie er bij ze binnenkomt. Daarvoor zijn ruim tweehonderd medewerkers maatschappelijke dienstverlening aangesteld. Aan de kant van de gemeenten zijn er vaste contactpersonen nazorg ex-gedetineerden die samen in kaart brengen wat een gevangene nodig heeft als het gaat om een identiteitsbewijs, inkomen, onderdak, schuldhulpverlening en (geestelijke) gezondheidszorg.
Volgens Karel van Duijvenbooden, projectleider nazorg bij het ministerie van Justitie, hebben nog niet alle gemeenten het programma op orde, maar de meeste zijn een eind op weg. ‘We hebben een lange weg ingeslagen voor een complexe doelgroep. Maar het is beter dan dat gemeenten het op eigen houtje moeten doen.’ Jaarlijks komen ongeveer 30.000 gedetineerden vrij. Van Duijvenbooden geeft aan dat het de ambitie is dat 80 procent van hen aan het eind van dit jaar hulp heeft gekregen.
Een van de grote problemen zijn de schulden die deze groep heeft opgebouwd. Volgens het ministerie zit 70 procent van de ex-gedetineerden in financiële problemen, ongeveer 28 procent heeft een schuld van tussen de 10.000 en 40.000 euro. Dat geeft maar aan hoe hoog de noodzaak is om daar iets aan te doen, aldus Van Duijvenbooden.
Hij verwacht dat volgend jaar het effect zichtbaar is van de nieuwe aanpak. ‘Maar ik durf wel te zeggen dat iemand een half jaar na detentie er met dit programma beter bij zit dan zonder.’ Eind vorig jaar meldde minister Hirsch Ballin dat de recidivecijfers voor het eerst in twaalf jaar zijn gedaald. Van alle volwassenen die in 2006 uit de gevangenis kwamen, kwam ongeveer 54 procent binnen twee jaar weer in aanraking met justitie. In 2002 was dat nog 59 procent.
Simon heeft van de nieuwe opzet helemaal niets gemerkt. ‘Ik werd op straat gezet en had geen idee waar ik heen moest. Zo dwingen ze je bijna weer foute dingen te doen.’ Maar Simon is absoluut van plan zijn leven te beteren. Jammer van het akkefietje met zijn baas, maar als zijn foute vrienden zich weer melden, doet hij niet meer mee, zegt hij. Makkelijk wordt het hem niet gemaakt. Nadat hij de eerste maanden had gelogeerd bij vrienden en familie, verwees de reclassering hem naar het spreekuur van Humanitas Amsterdam. De vrijwilligersorganisatie houdt in samenwerking met de reclassering en de Hogeschool van Amsterdam twee keer per week inloopspreekuur voor ex-gedetineerden. Ze kunnen daar terecht met hun vragen over werken, geld, wonen en andere zaken.
Domper
Zo kwam Simon in aanraking met vrijwilliger Daan. Hij helpt Simon zijn leven een beetje op orde te krijgen en spreekt ongeveer wekelijks met hem af. Opgetogen vertelt Simon dat hij binnenkort een woning kan bekijken in Beverwijk. Maar hij wil sowieso een postadres bij een hulporganisatie, omdat hij de deurwaarders vreest. ‘Ik heb liever niet dat ze mijn nieuwe adres weten.’
De domper is een week later groot als blijkt dat Simon voor de woning zeshonderd euro borg moet betalen en dat heeft hij niet. Bovendien heeft Daan wel een postadres geregeld, maar niet bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI) en dat is een voorwaarde als Simon een uitkering wil. Een ander probleem is dat DWI de adressen wil van de vrienden waar Simon de afgelopen maanden heeft geslapen. Dat is lastig, omdat die jongens illegaal hennep kweekten. Toch houdt Simon de moed erin. Hij werkt elke dag een paar uur zwart als stratenmaker. Met dat geld heeft hij de schulden aan zijn familie inmiddels afbetaald en als hij een uitkering heeft, kan hij de schuldhulpverlening in. ‘Ik denk dat ik een jaar nodig heb om al mijn schulden af te betalen.’
Humanitas Amsterdam is in 2004 begonnen met het coachingstraject ‘Een nieuwe start’ waarbij vrijwilligers ex-gedetineerden helpen bij hun reïntegratie. De gemiddelde ex-gedetineerde die projectleider Dew Koesal tegenkomt, is 27 jaar, heeft één tot anderhalf jaar vastgezeten en heeft schulden. ‘Een opvallend groot deel heeft in het buitenland vastgezeten voor drugssmokkel. Ze komen terug op Schiphol en hebben helemaal geen plek om naar toe te gaan.’
De vrijwilligers van Humanitas Amsterdam helpen ongeveer 185 ex-bajesklanten per jaar. De hoofdstad heeft de grootste uitstroom ex-gedetineerden, ruim 4.000. Koesal pleit ervoor dat deze groep zich nog maar bij één gemeentelijk loket hoeft te melden om hun zaken te regelen. ‘Nu moet je voor een woning naar het ene loket en voor een uitkering naar een ander loket. Wat ze vergeten is dat deze jongens vaak rondlopen met multiproblemen.’ De rol van de reclassering bij de re-integratie is bij de ‘gewone’ ex-gedetineerden helemaal uitgespeeld, en dat is volgens Koesal bij de meeste nog niet doorgedrongen. Alleen als een ex-gedetineerde zich na gevangenschap aan bepaalde voorwaarden moet houden die de rechter hem heeft opgelegd, blijft hij onder toezicht van de reclassering.
In het zuiden van Nederland weten de gevangenen maar al te goed wat tegenwoordig mogelijk is, want ze staan in de rij bij de gemeente Eindhoven. ‘We lopen voorop’, vertelt Koby Kooijmans, projectleider nazorg ex-gedetineerden trots. ‘Tien mensen houden zich met deze groep bezig. Bovendien kijken wij niet alleen naar de vijf basisvoorwaarden, zoals inkomen en onderdak, maar we onderzoeken ook iemands sociale leefomgeving. Mensen hebben altijd meer problemen dan op het eerste gezicht lijkt.’
Jaarlijks keren zo’n 650 mensen vanuit de bak terug naar Eindhoven. Het succes is al zichtbaar: de recidive is lager dan het landelijk gemiddelde, namelijk 46 procent. Natuurlijk gaat het ondanks de hulp weleens opnieuw fout. Kooijmans: ‘We pakken iemand altijd opnieuw op.’ Niet alle gemeenten gaan zo voortvarend te werk en dat merkt Kooijmans, want het geeft wel eens scheve ogen in de gevangenis. ‘Regelmatig vraagt een gedetineerde die niet uit Eindhoven komt, of wij hem kunnen opvangen. Maar dat kan niet. Iemand mag zich in principe vestigen waar hij wil, maar wij kunnen niet de hele wereld op onze nek nemen.’ Wel krijgt het programma uitbreiding in de regio Brabant Zuidoost en gaat het hulp bieden aan een kleine duizend ex-gedetineerden per jaar.
Grote schaamte
De 63-jarige Anna had graag hulp gehad, maar ze heeft het vooral zelf en met hulp van een assertieve vriendin moeten uitzoeken. De geboren Arubaanse, die al lange tijd in Amsterdam woont, heeft vastgezeten voor drugssmokkel. Ze is erin geluisd, zoals ze zelf zegt. Na een verblijf op de Dominicaanse Republiek werd haar door een man die ze vaag kende, gevraagd of ze een tas wilde meenemen. Op Schiphol zouden zijn vrienden die ophalen. Dat gebeurde niet. Wel werd ze aangehouden en veroordeeld wegens de smokkel van cocaïne.
In haar verblijf in de vrouwengevangenis heeft ze tien maanden geen bezoek gehad. Haar familie heeft haar in die tijd wel gezocht, maar haar schaamte was te groot om ze in te lichten over haar detentie. Toen ze in 2008 vrijkwam, had ze geen plek om naar toe te gaan. ‘Als ik niet bij de dochter van een medegevangene op de grond had mogen slapen, had ik op straat gestaan.’ Geld kreeg ze niet, omdat de sociale dienst dacht dat ze daar illegaal woonde.
Anna’s geluk was dat ze een slimme medegevangene had die zich om haar bekommerde. Via deze vriendin belandde ze in het Tussenfasehuis in Amsterdam voor vrouwelijke ex-gedetineerden en kreeg ze een uitkering. Maar ook daar moest ze het verder zelf uitzoeken en duurde het ruim een jaar voordat Anna op medische urgentie haar eigen woning kreeg in Amsterdam Zuid-Oost. ‘Hier voel ik me thuis, ik voel me warm en slaap rustig. Hiervoor niet’, vertelt Anna snikkend.
Door alle gebeurtenissen is ze zwaar getraumatiseerd, maar psychische hulp is haar nooit aangeboden. Onbekende post durft ze niet open te maken. Daar helpt haar vriendin haar bij, die inmiddels ook uit de gevangenis is. Of Daan. Want ook Anna heeft haar weg naar Humanitas gevonden. ‘Bij Anna spelen weer hele andere problemen. Ze heeft een woning, een uitkering en ze doet vrijwilligerswerk, maar ze moet nog geholpen worden bij haar administratie en sociale contacten’, vertelt Daan.
Daarom gaat hij geregeld bij haar op bezoek. Hij is ook van plan Anna’s huisarts te bellen, vanwege haar slechte knie, maar ook om te vragen naar de mogelijkheden van psychische bijstand. Anna is Daan dankbaar voor zijn hulp. En dan te bedenken dat ze Humanitas bijna had gemeden. ‘Humanitas zit in het gebouw naast het politiebureau. Toen ik dat zag, was ik bang dat ze me weer zouden meenemen en ben ik snel weer de tram ingestapt.’
Huisvesting
Gevangenen hebben vaak moeite om hun woning aan te houden, bij verlies van baan of uitkering. Volgens het ministerie van Justitie verblijft de helft van de gedetineerden minder dan een maand in de cel en zou het een hoop gedoe schelen als iemand daarna meteen weer zijn huis in kan. In principe betalen gemeenten de kale huur van een woning door als een gedetineerde dat zelf niet kan. Amsterdam doet dat voor maximaal zes maanden en Rotterdam voor maximaal een jaar. Ook is er het fenomeen huisbewaring, zodat gedetineerden hun woning tijdelijk kunnen onderverhuren. Als ze niet zelf een huisoppasser kunnen vinden, kan Bonjo, de belangenvereniging voor gedetineerden, daarbij helpen. Niet alle woningcorporaties zijn hier blij mee. Twee jaar geleden stapte een Amsterdamse corporatie met succes naar de rechter. De eiser vond dat iemand die zijn woning voor meer dan een jaar ter beschikking stelt, geen echte huurder is.