Door: Remco Tomesen
Gepubliceerd: woensdag 10 maart 2010 23:43
Update: donderdag 11 maart 2010 07:39
Problemen met jongeren? Laat ze rappen. Bijna geen buurthuis of welzijnswerker die nog géén rapworkshop heeft georganiseerd.
Er wordt gerapt in het buurtcentrum in de Bijlmer, en in achterstandswijken van Utrecht of Rotterdam. Maar ook voor welzijnsclubs in stadjes als IJsselstein en Etten-Leur is rap de nieuwe probleemoplosser.
‘Rap en jongeren is eigenlijk altijd goed’, zegt Xiomara Loth (van evenementenbureau Done by X), die door de gemeente IJsselstein is ingehuurd voor een rapproject in achterstandswijk IJsselveld Oost. Daar is vorig jaar een buurthuis geopend waar nauwelijks jongeren op af komen. Met rap moet dat wel lukken, zegt Loth.
Zelfvertrouwen
Jongeren kunnen door te rappen hun problemen onder woorden brengen, zeggen welzijnswerkers. Iets dat ze op andere manieren niet lukt. En het zou goed zijn voor hun zelfvertrouwen, zeker als ze op school slecht presteren. ‘In rap kunnen jongeren heel veel frustratie kwijt’, zegt Dherl Deekman, hulpverlener in de Bijlmer. ‘Bij een psychiater kunnen ze ook over problemen praten, maar voor veel jongeren werkt dat niet.’
Maarten Geerlings van de Utrechtse rapgroep OVC wordt vaak ingehuurd voor een rapworkshop. Vrijwel altijd in achterstandswijken met veel allochtone jongeren, zoals Overvecht, Zuilen en Kanaleneiland.
Vaak hebben buurthuizen een rechtstreeks lijntje met een rapgroepje, soms loopt het contact via een speciaal bureau dat rapworkshops organiseert. Daarvan zijn er ongeveer vijf in Nederland, waaronder Rapfabriek, opgericht door Koen van Oorschot. ‘We zijn begonnen in de grote steden, maar we komen nu ook in dorpen.’ Welzijnsorganisaties willen bijvoorbeeld via rap problemen met hangjongeren bespreekbaar maken, zegt hij. ‘Maar het kan ook over drank- of drugsgebruik gaan. Of een groepje meisjes dat rapt over loverboys’.

Over een paar weken begint hulpverlener Deekman, zelf ook muzikant en rapper, met vijf probleemjongeren aan een project in de Bijlmer. Ze gaan rapnummers schrijven, muziek opnemen en ook optreden. ‘Vaak is behandeling gericht op praten. Nu doen we het met rap’.
Waar de jongeren het over hebben in hun raps? Maarten Geerlings: ‘Nee, het zijn vaak niet heel positieve dingen. De een heeft het over hangen, de ander over criminaliteit. Als je uit een achterstandswijk komt, is dat nou eenmaal de realiteit.’ Sommigen denken dat met rapworkshops veel problemen kunnen worden opgelost. Geerlings is daar nuchter over: ‘De echte probleemjongeren uit de wijken, die komen niet.’
Hoeveel rapsubsidies er in Nederland worden gegeven, is moeilijk te berekenen. De geldstromen zijn ondoorzichtig. Het stadsdeel Amsterdam Zuid-Oost geeft bijvoorbeeld anderhalf ton per jaar aan No Limit, dat verschillende workshops organiseert. Welk deel precies wordt besteed aan rap, kan het stadsdeel niet zeggen. De gemeente Rotterdam gaf tientallen miljoenen euro’s uit aan het Europees Jongerenjaar in de stad. Een deel daarvan ging naar urbanprojecten, waar rap onderdeel van is.
Chickies en dealen
Xiomara Loth had aan zevenduizend euro van de gemeente IJsselstein genoeg. Ze heeft kunnen bezuinigen, door onder meer samen te werken met studenten van de Filmacademie, die een videoclip opnemen. Aan censuur doet ze niet. ‘De jongeren hebben het gewoon over de dingen waar ze mee bezig zijn. Over chickies, over hoe ze geld verdienen met dealen.’
Nee, ze is niet bang voor de wethouder die op 1 mei een optreden bijwoont. ‘Ik kan me voorstellen dat de wethouder dan denkt: zit dit in mijn wijk? Maar het gaat om de kids, dat die zich uiten.’