Door: Peter Middendorp » Meer columns van Peter Middendorp 
Gepubliceerd: donderdag 11 maart 2010 23:23
Update: donderdag 11 maart 2010 23:42
Misschien is men vermoeid van weken opwinding, misschien maakt men zich op voor nieuwe opwinding, en moeten we deze weken beschouwen als een tussenperiode, een klein Haags interbellum; op de verdieping bij de vergaderzaal van de Tweede Kamer hing deze week een laf en demissionair sfeertje.
In de vergaderzaal zaten niet veel Kamerleden. Op de verdieping hingen weinig journalisten. In Zierikzee kon je nog verontwaardigd zijn over de rechterlijke macht, in Rotterdam over de wijze waarop de verkiezingen zijn verlopen, in Den Haag moesten we het met de ego-glossy Gerda doen.
We zagen de nieuwe SP-leider over de verdieping lopen, dat wel. Emile Roemer floot een deuntje, liet zijn vingers tijdens het wandelen zogenaamd gedachteloos langs een houten balie glijden. Hengelen naar aandacht van journalisten hoort bij zijn nieuwe functie, maar gewenning daaraan heeft nog niet opgetreden.
Verder was het stil op de verdieping. We keken wat, kletsten wat, lazen in de krant een beschouwing van H.J.A. Hofland. Nadat de NSB ‘de politieke voorraad aan rancune’ in de jaren dertig wist te mobiliseren op de wijze waarop Wilders dat nu lijkt te doen, noemde schrijver Menno ter Braak rancune in 1937 een typisch Nederlands cultuurverschijnsel.
‘Let wel,’ voegde Hofland er veiligheidshalve aan toe: ‘Het is in de verste verte niet mijn bedoeling de PVV met de NSB te vergelijken.’
De dirigent van de rancune liet zich ook weinig zien. Alleen op dinsdagmiddag kon je Wilders even over de verdieping zien lopen. Meer nog dan zijn goede humeur viel op hoeveel kilo’s hij is kwijtgeraakt. Wilders is op dieet. Hij heeft er smalle schouders en kleine billetjes van gekregen.
Het is vreemd om over de achterkanten van politici te beginnen, dat zie ik ook wel, maar toch: van iemand met zijn opvattingen verwacht je toch wat meer volume. Mussert had een enorme reet. Die stond daarom bekend. Zodat nog maar eens is aangetoond dat behalve angst ook historische feiten ons dwingen voorzichtig te zijn de huidige politici met die uit het interbellum te vergelijken.