Door: Merel van Leeuwen 
Gepubliceerd: zondag 14 maart 2010 22:23
Update: zondag 14 maart 2010 22:23
Korpschef Frans Heeres, die wordt getipt als nieuwe
politiebaas van Rotterdam, is geen softie. Overvallers moeten een
enkelband dragen en voor de aanpak van kinderporno moet je digitaal
kunnen infiltreren.
Waar Frans Heeres de tijd vandaan haalt, is een
raadsel. De korpschef van Midden- en West-Brabant is een half jaar
geleden begonnen met zijn promotie in de bestuurskunde. Het onderwerp,
‘de donkere kant van de politieorganisatie’, zal hem niet populair
maken binnen de politie, denkt hij zelf. Heeres wil onderzoeken hoe het
zit met de competentie en integriteit van politiemensen. ‘En hoe ga je
daar als organisatie mee om? Dat is belangrijk. Ik denk dat ik in mijn
positie alle informatie over dit onderwerp goed kan verzamelen.’

Binnen vier jaar hoopt hij klaar te zijn met zijn
studie. Maar de 52-jarige Heeres doet meer. Namens de Nederlandse
politie zit hij in de Taskforce (een modern woord voor werkgroep)
Overvallen, de Taskforce Kinderporno, de Taskforce Hennep en de
Taskforce Veilig Openbaar Vervoer.
Waarom heeft de politie taskforces nodig om kinderporno of overvallen te bestrijden?
‘Soms heb je een impuls nodig. Ieder voetbalelftal
kan voetballen, maar niet iedereen voetbalt in de eredivisie. Daar heb
je betere mensen, betere middelen en een ander stadion voor nodig. Je
kunt dit soort criminaliteit per regio aanpakken, maar als je echt een
slag wil maken, moet je dat met een extra impuls doen. Een taskforce
staat vaak onder leiding van bestuurders en met mensen met mandaat op
de ministeries. Ook publiek private partners doen mee, zoals
internetproviders en de detailhandel, dat is belangrijk.’
Waarom is kinderporno op internet zo lastig te bestrijden?
‘Een crimineel bereidt zich technisch goed voor om
niet gepakt te worden. Hij gaat versleutelen en de plaatjes verstoppen
op het internet. Daarom is het een goede zaak dat de straffen
behoorlijk zijn verhoogd, tot acht jaar voor sommige delicten.’
Heeft u voldoende mensen om kinderporno te
bestrijden? De klacht is altijd dat er veel zaken op de plank blijven
liggen, omdat er te weinig mankracht is.
‘We zijn met man en macht bezig om de zaken die we
hebben te behandelen. Maar dat vraagt om specialisme. Niet alleen op
digitaal gebied, maar ook op gebied van zeden, want wanneer is een
plaatje kinderporno en wanneer niet? Dat kun je niet zomaar
constateren. We hebben nu 72 rechercheurs die zijn gespecialiseerd in
kinderporno, en vijftig digitale rechercheurs. In criminaliteit is
nooit een grens te stellen. Je kunt altijd meer opsporen. Ik vind dat
er meer digitale rechercheurs bij moeten, die kun je ook voor andere
dingen inzetten. Het is bovendien een speerpunt van de politie om ons
meer in de digitale wereld te laten zien.’
Criminelen proberen de politie altijd een stap voor te blijven. Zijn boeven niet gewoon veel slimmer in de digitale wereld?
‘Ik vind de crimineel over het algemeen niet slimmer
dan de politie. Maar wij hebben ons te houden aan de wet en moeten
daarover verantwoording afleggen aan de rechter. Dus ik kan niet
heimelijk afluisteren als ik geen bevel heb en ik kan niet onder
dekmantel werken als ik geen bevel heb. Criminelen doen dat wel.’
U heeft gezegd dat de politie meer bevoegdheden moet
krijgen voor de aanpak van kinderporno. Zo bent u voor infiltratie en
pseudokoop.
‘Zeker.’
Hoezo heeft u zulke zware middelen nodig?
‘Als het gaat om kinderporno heeft bijna iedereen op
internet een nickname. Als je transparant bent, moet je zeggen: ik ben
politieagent en ik kom nu bij je naar binnen. Dat gaat niet helpen op
internet. Dus je moet zorgen dat je nicknames mag gebruiken, je moet
zorgen dat je dingen kan doen waardoor je vertrouwen wekt van
criminelen, met het uiteindelijke doel ze op te rollen en voor het
hekje te brengen bij de rechtbank. Daar horen middelen bij die
criminelen ook gebruiken.’
Hoe zit dat bij pseudokoop?
‘Daarbij bied je foto’s aan die kinderporno zijn,
waarvan je weet dat ze later niet verspreid moeten worden op het net.
Daar kun je van tevoren afspraken over maken, om daarmee vijf, tien,
honderd criminelen achterover te drukken. Want ik vind wel dat het
mensen die zich met kinderporno bezighouden criminelen zijn.’
Justitieminister Hirsch Ballin liet anders weten dat hij die vergaande opsporingsbevoegdheden niet ziet zitten.
‘Hij heeft gezegd dat hij geen extra maatregelen
nodig heeft, omdat de wet die de bevoegdheden regelt, van toepassing is
op zedenmisdrijven. Dat klopt, maar ik wil een rechterlijke uitspraak
hebben dat in de digitale wereld – e-mail, surfen – dezelfde regels
gelden als in de virtuele werkelijkheid van bijvoorbeeld SecondLife.’
Want ook op Second Life wordt kinderporno
aangeboden. Moeten we verschil maken tussen de virtuele werkelijkheid
en de ‘echte’ digitale wereld, als het gaat om die zware
opsporingsmiddelen?
‘Dat moeten we uitproberen. Er is een discussie in
de werkelijkheid gaande over de inzet van criminele infiltranten en
burgerinfiltranten. De vraag is, hoever ga je daar mee. Ik wil dezelfde
discussie voeren voor de digitale en de virtuele wereld.’
Denkt u dat het verschil zal maken voor een rechter?
‘Ik hoop van niet. Als dat verschil zou maken, zouden de regels aangepast moeten worden.’
Onder ‘dekmantel’ werken is een middel dat door de politie wordt gebruikt. Zet u dat ook in bij de aanpak van kinderporno?
‘We zijn daar nu mee bezig, bij een proef in
Rotterdam. We onderzoeken hoever we kunnen gaan met werken onder
dekmantel, of we worden ontdekt. Zijn ze slimmer dan wij, hoe groot is
het netwerk, waar zitten de echte daders, kom je bij de georganiseerde
criminaliteit uit? De proef loopt nu een maand of zes. We hebben een
aantal zaken die we voor de rechter willen brengen. Ik heb daar hoge
verwachtingen van, omdat die bijzondere opsporingsmiddelen volgens mij
het verschil kunnen maken.’
Het aantal overvallen is de afgelopen twee jaar met
27 procent gestegen. De politie wil het totale aantal dit jaar met
duizend verminderen. Gaat dat lukken?
‘Je zou met elke overval minder al tevreden moeten
zijn, maar daar ligt onze ambitie niet. Je ambitie moet altijd net
buiten je bereik liggen, anders doe je niks extra’s. Dus elke maand
presenteren we in de Raad van Hoofdcommissarissen de actuele
overvalcijfers. De voorlopige cijfers zijn dat er in januari 276
overvallen werden gepleegd en in februari 274, tegen 286 en 314
overvallen in dezelfde periode vorig jaar. Die daling vind ik te klein.
De boodschap aan de korpschefs was dus dat extra inspanning nodig is,
want als we zo doorgaan, halen we onze target van duizend niet.’
Hoeveel overvallen worden eigenijk opgelost?
‘Landelijk ligt dat op ongeveer 24 procent.’
Dat is heel weinig.
‘Het is een heel snel delict. Iemand roept: ‘je
geld, je geld’. Hij doet een greep in de kassa en rent weg. Onze
uitdaging is juist daarom om de heterdaadkracht te vergroten. Mensen
moeten dus niet meer bang zijn als ze een politiehelikopter horen, want
dan zijn we bezig met opsporen.’
U vindt dat notoire veelplegers onder de overvallers
ook ná hun detentie in de gaten moeten worden gehouden, bijvoorbeeld
met een enkelband. Wat is het voordeel?
‘Als er een overval is gepleegd en de manier waarop
dat is gebeurd lijkt op de modus operandi die bij een bepaalde dader
hoort, kunnen we via die enkelband nagaan of de betrokkene in de buurt
geweest. Zo ja, dan heeft hij wat uit te leggen, zo nee, dan is er niks
aan de hand. Ik vind dat het toezicht na detentie een meer verplichtend
karakter moet krijgen. Nu is het nog te vrijblijvend.’
Veiligheid staat hoog op de agenda. Politici doen
alsof het heel erg is gesteld met de criminaliteit in Nederland,
terwijl die over de hele linie is gedaald. Hoe kijkt u daar tegenaan?
‘Ik vind dat Nederland het niet zo slecht doet. Maar
ik vind het appèl om meer te doen aan veiligheid een terecht appèl.
Want je wilt het ook veilig hebben voor jezelf, met name als het gaat
om je woon- en leefomgeving. Maar moet je nou ongerust worden over het
hoge aantal lege cellen of moet je daar tevreden mee zijn? Ik weet het
antwoord wel, ik vind dat wij op een aantal punten heel effectief zijn,
als je kijkt naar resocialisatieprocessen en maatregelen om mensen niet
te laten terugvallen in crimineel gedrag.’
De criminaliteit daalt, maar de onveiligheidsgevoelens bij burgers zijn heel groot.
‘Dat snap ik wel. Als je ’s avonds op straat loopt
in het donker, hoeft er maar iets te gebeuren en je hebt een onveilig
gevoel. Al rijdt er maar een auto harder weg dan normaal, dan denk je
dat er iets aan de hand is. Terwijl je overdag denkt: die heeft haast.’
Is dat anders dan vijf of tien jaar geleden?
‘Nee, dat denk ik niet.’
Maar zouden politici niet veel meer moeten
benadrukken dat er minder misdaad is, in plaats van te roepen om meer
blauw op straat en stadscommando’s?
‘Ik kan u overtuigen dat spruitjes buitengewoon
gezond zijn, dat groen goed is voor uw cholesterol, maar als u
spruitjes niet lekker vindt, heeft het geen zin om u met cijfers te
overtuigen dat u spruitjes lekker moet vinden. Dus ik kan wel heel hard
roepen dat de cijfers ‘bewijzen’ dat het veiliger is geworden, maar als
mensen dat niet zo voelen, voelen ze het niet. Vandaar dat ik blij ben
met de Veiligheidsmonitor, want in dat onderzoek wordt het
veiligheidsgevoel van burgers gemeten.
De laatste monitor laat zien dat burgers in mijn
regio zich veiliger voelen en dat de criminaliteit is gedaald. Dat gaat
de goede kant op. Zou ik het sneller willen? Ja. Heb ik daar meer
mensen voor nodig? Ja. Helpt het? Ja, als de burgers zich maar meer
veiliger gaan voelen.’