Door: Peter Middendorp » Meer columns van Peter Middendorp 
Gepubliceerd: zondag 14 maart 2010 23:21
Update: zondag 14 maart 2010 23:21
Als ik aan Job Cohen denk, denk ik aan niets. Als ik mij even ontdoe van dweil en ramentrekker – eindelijk zijn de kinderen een momentje stil – en de nieuwe premierkandidaat aan mijn geestesoog voorlangs laat wandelen, zie ik weinig.
Cohen is zo iemand die je opmerkt nadat je even in gedachten weggezonken bent geweest, even bent weggedoezeld op de bank. Ineens denk je: verrek, Job Cohen, dat is ook zo. Sorry Job, zit je hier allang?
Hij kan in korte tijd wel erg vaak het woord ‘samenleving’ zeggen. In de toespraak waarin hij zich kandideerde voor het lijsttrekkerschap van de PvdA heeft hij minstens vijftig keer dat woord gebruikt.
Eigenlijk zei hij niet alleen ‘samenleving’, maar begon hij een hele rij zinnen achter elkaar met de woorden ‘een samenleving waarin’. Daarna kwam er telkens iets kwalitatiefs achteraan, iets positiefs. Een samenleving waarin iedereen meedeed, dezelfde taal sprak, zijn neus dezelfde richting op liet wijzen, een samenleving waarin het voor iedereen goed toeven was.
Het was vermoedelijk retorisch bedoeld. Iemand die iedere zin met de woorden ‘een samenleving waarin’ begint, zoekt bij zijn gehoor de bedwelming. Zo iemand wil begeesteren, optillen, wijzen – kijk jongens, daar, in de verte, sterker dan ooit tevoren, wenkt aan de horizon de samenleving waarin.
Bij mij thuis bleef de vervoering eerlijk gezegd een beetje uit. Er sprong niemand van de bank, er riep niemand ‘Yes!’ Maar er vroeg ook niemand om een emmertje, er keerde zich niemand af, er kreeg niemand ballen in zijn buik.
Dat is met Wouter Bos – ‘Ik moet nu naar die leraren, die agenten, die verzorgenden’ – ook wel eens anders geweest. Zeker als hij daarbij zijn ogen toekneep om de huichel te verhullen.
Ik vind niets van Job Cohen, kan nergens een mening vinden, behalve dan: ja, nee, zie maar, neem anders zelf maar een beslissing, ik vind alles goed. Dat zou zomaar eens de reden kunnen zijn waarom iedereen hem ineens zo leuk vindt. De verademing om niet meteen over je nek te hoeven gaan.