Gepubliceerd: dinsdag 16 maart 2010 14:28
Update: dinsdag 16 maart 2010 17:17
De alarmeringsdienst Amber Alert voor ontvoeringen en onrustbarende
vermissingen is in het geval van het verdwenen meisje Milly Boele niet
snel genoeg in gang gezet. Vermissing Milly te laat gemeldZaak
Milly
in
Opsporing VerzochtMeisje op beelden is Milly nietVerdwijning
meisje
gefilmd
Dat is althans de voorlopige indruk van
minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie en Binnenlandse Zaken.
Het
systeem werkt het best, als het snel wordt ingezet, en daarom moet er
een norm voor gesteld worden van bijvoorbeeld twee uur, aldus de
bewindsman op vragen van Fred Teeven van de VVD. Het kan natuurlijk
blijven voorkomen dat een vermissing aanvankelijk niet als ernstig
genoeg wordt beoordeeld en dat later toch wordt besloten tot een Amber
Alert, overwoog de bewindsman.
Amber Alert is ,,goed en
waardevol'', vindt Hirsch Ballin, die dan ook wil dat de financiering
ervan wordt voortgezet. De minister zei dat ,,menselijkerwijs al
het mogelijke wordt gedaan''' om Milly Boele terug te vinden.
Te laat
De politie in Dordrecht had eerder landelijk alarm
moeten slaan na de vermissing van Milly Boele, zei directeur Frank Hoen van het
landelijk waarschuwingssysteem voor vermiste kinderen dinsdag. ,,Wij weten uit ervaring
dat een Amber Alert levensreddend kan zijn als het in de eerste uren na
een vermissing wordt ingezet'',
Het 12-jarig meisje uit Dordrecht verdween woensdag. Een etmaal
later
werd alarm geslagen via Amber Alert. Hoen vindt dat regionale
politiekorpsen moeten worden verplicht om direct na een vermissing van
een kind contact op te nemen met het Korps landelijke politiediensten
(KLPD). ,,Daar zitten de experts die kunnen beoordelen of er een Amber
Alert moet worden gegeven'', aldus Hoen naar aanleiding van
berichtgeving in het AD.
Minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin tijdens de lancering in Den Haag van de website
www.amberalertnederland.nl | Archieffoto: ANP
Zelden ontvoeringen
Als
iemand wordt vermist, gaat het maar zelden om een ontvoering. Het
overgrote deel van de 16.000 personen per jaar die als vermist worden
opgegeven, is heel snel weer terecht, blijkt uit informatie van het
Korps landelijke politiediensten (KLPD). Meestal is
een misverstand er de oorzaak van dat mensen als vermist worden
opgegeven. Andere veelvoorkomende oorzaken zijn ruzie tussen man en
vrouw, verdwaald raken en psychische problemen.
Tieners
Van de vermiste personen
zaten er 3500 in een instelling; de rest keerde korte of lange tijd
niet terug naar de eigen woning. Van die laatste groep worden tieners
het meest als vermist opgegeven, namelijk 45 procent. Twintig procent is
kind (jonger dan tien jaar) en 25 procent is tussen de 20 en 50 jaar
oud. Van de tieners tussen de 10 en 14 jaar is 83 procent binnen
een etmaal weer terecht. Voor de groep tussen de 15 en 19 jaar geldt dat
64 procent binnen een dag boven water is.
Spoorloos
In totaal zijn er van
alle vermisten die in Nederland worden gemeld, zevenhonderd tot
achthonderd langer dan drie weken spoorloos. In tien tot vijftien
gevallen blijken mensen langer dan een jaar niet te vinden. Slechts
enkelen worden nooit teruggevonden, aldus het KLPD.