Door: Mariska van Dommelen-van der Lubbe » Meer columns van Mariska van Dommelen-van der Lubbe
Gepubliceerd: woensdag 17 maart 2010 01:04
Update: woensdag 17 maart 2010 01:29
Ik ben te vroeg voor mijn afspraak in het verzorgingstehuis van mijn tante, en besluit koffie te drinken in de gemeenschapsruimte. Het is er rumoerig en warm. Stuntelend loop ik met een kop koffie, mijn jas en tas tussen de drukbezette tafeltjes. Achter een pilaar vind ik een plaatsje.
Ik knik naar de man en vrouw aan het tafeltje naast me, ze gaan echter zo in elkaar op dat ze me niet eens opmerken. De vrouw is mooi gekleed, en haar spierwitte haar mooi gekapt. Ondanks dat de man er ziekelijk uitziet, valt ook bij hem de verzorgde aanblik op. Maar niet alleen het uiterlijk van deze twee mensen trekt mijn aandacht.
Hij zit voorovergebogen en maakt een verslagen indruk. Sussend herhaalt zij de woorden ‘ik weet het, ik weet het’, en streelt liefdevol zijn verrimpelde hand. Hevig hoestend probeert de man iets te zeggen. Onbeschaamd luister ik aandachtig. Met krakende stem zegt hij: ‘Lieverd, ik hou van je, maar ik kan niet meer.’
Ik wil niet staren dus kijk wat om me heen. Maar het beeld van het innige stel blijft aan me trekken. Het geeft me een warm gevoel. Ondanks het verdriet dat uit hun houding spreekt, is de liefde haast tastbaar.
Hoe zou het verleden van deze oude mensen zijn geweest? Overwegend gelukkig of met zware tegenslagen? Het bracht hen in ieder geval de band die ik zie en voel.
De meesten van mijn generatie zullen later niet op de lange geschiedenis die zij vermoedelijk hebben gedeeld, kunnen terugkijken. Ik besef ook dat een lang leven samen vaak niet een dergelijke intimiteit oplevert. Wat zou het geheim zijn?
Ik kijk nog eens opzij, en zie de man het gezicht van de vrouw naar zich toetrekken. Teder kust hij de tranen op haar wangen weg. Met een slok koffie probeer ik de brok in mijn keel weg te slikken.
Opgelucht zie ik de verpleegkundige met wie ik heb afgesproken, haastig aankomen. Ze ziet het stel naast me en knipoogt naar mij.
Ze richt zich tot de vrouw en zegt: ?‘Mevrouw Hartkamp, uw man vraagt zich af waar u blijft!’