Door: Nico Dijkshoorn » Meer columns van Nico Dijkshoorn 
Gepubliceerd: donderdag 18 maart 2010 21:35
Update: vrijdag 19 maart 2010 10:07
Het is boekenweek. Bij een gekocht boek krijgen de lezers nog een ander boekje cadeau, waar ze een dag gratis mee kunnen reizen. Zo doet Joost Zwagerman, die dit jaar het boekenweekgeschenk schreef, veel goed werk voor de gezinshereniging. Met een boekje van Joost en een zak vuil wasgoed van de laatste drie weken naar je ouders in Groningen. Handig.
Zo banaal kan het zijn. Ik had de neiging het signeren van boeken te romantiseren. Het binnenzwieren van de kunstenaar, het doodsbange gefluister om hem of haar heen, de nederige vraag of de kunstenaar nog koffie blieft. Ik heb het nooit gedurfd, een boek laten signeren.
Ooit heb ik mijn moeder naar V&D gestuurd, omdat Jan Wolkers daar zijn nieuwe boek, De Doodshoofdvlinder, signeerde. Ze was er niet helemaal gerust op. ‘Gaat hij dan niet aan me zitten?’ Ik dacht van niet. Toen wist ik nog niet wat ik nu door zijn dagboeken wel weet, dat Jan Wolkers copuleerde zoals wij zegeltjes inplakken. Toen mijn moeder thuiskwam griste ik het boek uit haar handen. ‘Leuke man’, zei ze. ‘Hij had zijn vrouw bij zich. Iets met Ina. Oh ja. Hij heeft er iets in getekend.’
Op het voorblad had Wolkers, in drie verschillende kleuren, een prachtige haan getekend. ‘Omdat Nico een jongen is’, deed mijn moeder hem na. Jan had mij de hartelijke groeten gedaan en gezegd dat ik volgende keer niet zo’n laffe hond moest zijn en zelf moest komen.
Nu ik deze weken zelf veel signeer, omdat er net een nieuw boek uit is, snap ik iets beter de chemie tussen de koper van het boek en de signerende schrijver. Het voelt vreemd. Dat gaat nooit wennen. Signeren en kordaat achter je stapel boeken zitten, dat moet je kunnen. Ik leer langzaam.
Twee weken geleden was ik een van de deelnemers aan de schrijversmarkt in De Bijenkorf Amsterdam. Ik stond tussen Bart Chabot en Renate Dorrestein. Bart Chabot verkoopt boeken alsof hij in De Witte Kiloslager werkt. Boeken aanprijzen als magere hamlappen. ‘Mag het iets meer zijn, mevrouw? Hahahaha!’ Ik stond daar een beetje bedremmeld naast.
Dit is wat er steeds gebeurde. Toevallige bezoekers van de schrijversmarkt stopten voor mijn desk. Sommigen hadden een vaas of een dekbed onder hun arm. Ze keken me aan. Daarna keken ze naar mijn boek. Meneer was dus een schrijvertje. Nou nou. Ze keken nog eens naar me. Zo zag dat er dus uit. Daarna pakten ze mijn boek en bladerden het in. Alsof iemand je foetus met een harde handdoek afdroogt. Ze legden het terug, keken me nog een keer aan en liepen door, nageroepen door Chabot, dat ik mijn best zou doen om over twee jaar een echt leuk boek te schrijven.
Nico Dijkshoorn is dichter/schrijver/muzikant. Het liefst alle drie tegelijk. Op een podium.