Door: Pieter Sabel
Gepubliceerd: donderdag 18 maart 2010 22:19
Update: vrijdag 19 maart 2010 10:49
Ze weten niet meer dan wij, maar kunnen toch verklaren waarom iemand moordt. De diagnose op afstand.
Terwijl bijna niemand nog van iets weet, buitelen de deskundigen over elkaar heen om iets te zeggen over de psyche van een mogelijke moordenaar. Ze weten van de situatie niet meer dan de argeloze burger, maar duiden alles. Durven hun vingers te branden aan de vraag waarom iemand met zijn auto op publiek inrijdt tijdens Koninginnedag, waarom iemand zorgvuldig voorbereid een crèche in België binnenloopt en daar aan het moorden slaat.
Er is een meisje dood gevonden in een tuin in Dordrecht, en Nederland wil weten hoe de dader tot zoiets heeft kunnen komen. Dus zitten psychologen in allerlei uitzendingen te vertellen hoe iemand tot zo’n daad kan komen. Als er een bank omvalt, vertelt een financieel deskundige hoe dat kan, als er een meisje wordt omgebracht vertellen deskundigen hoe iemand zoiets heeft kunnen doen. Of doen daartoe een poging.

De verklaringen vliegen ons om de oren. Het zou iets zijn in de relationele sfeer, de twee kenden elkaar, er was een vertrouwensband die verbroken werd, ga zo maar door. Kun je als psycholoog een diagnose stellen op afstand? Is het mogelijk om iets te zeggen over de psyche van een dader, een politicus, zonder dat je hem of haar in de spreekkamer hebt gehad? Nee, vindt een groep deskundigen al jaren. Toch zijn er psychologen die het wel doen.
Zoals forensisch psycholoog Ernst Ameling, voormalig hoofd van de afdeling psychologie van het Pieter Baan Centrum. Hij zat gisterochtend in een ontbijtprogramma om iets te verklaren over de psyche van Sander V., die ervan verdacht wordt de 12-jarige Milly Boele te hebben omgebracht. Er zou iets geweest kunnen zijn tussen Milly en de dader, zei Ameling, iets wat er niet meer is. Het resultaat is een moord, in zijn eigen huis. Dat doe je niet zomaar.
‘Ik heb bewust in algemeenheden gepraat’, zegt Ameling later. ‘Niet voor niets sloot ik af met de tekst dat de kans groot is dat het thema relatie er iets mee te maken heeft gehad.’ Ameling ziet het als zijn taak om verschijnselen zoals wat er in Dordrecht gebeurde, te verklaren. En probeert daarbij zoveel mogelijk het individu te mijden, en in algemene termen te spreken.
Dat lukt niet altijd.
Ernst Ameling werd ook gevraagd om commentaar nadat iemand in de bossen bij het Limburgse Helder vallen had gegraven, met grote metalen pinnen daarin. Hij heeft het in een uitzending over dat onderwerp over een gevaarlijke man, die er op uit is anderen bewust pijn te doen. Hij zou sadistische neigingen hebben.
Terwijl er nog geen verdachte was – man noch vrouw. Toch vindt Ameling dat je als psycholoog iets kunt zeggen over de vermoedelijke dader. ‘En later bleek de dader die sadistische neiging inderdaad te hebben.’
Corine de Ruiter is hoogleraar forensische psychologie, en wordt ook vaak om commentaar gevraagd bij geruchtmakende zaken. Over Joran van der Sloot zei ze na de uitzending van Peter R. de Vries dat hij ‘psychopathische trekken vertoonde’, en ‘behoorlijk antisociaal’ overkwam. Ze kon zich voorstellen dat Volkert van der G., moordenaar van Pim Fortuyn, lijdt aan een autistische stoornis.
Dat kan, vindt De Ruiter. Want over Van der Sloot en Van der G. was zo veel bekend, dat je als psycholoog een voorzichtige diagnose kunt stellen. ‘Bovendien hadden we Van der Sloot een flinke tijd op televisie gezien, gefilmd met een verborgen camera. Veel mooier kun je het als onderzoeker niet hebben.’
Ze zit niet alleen in de studio om gedrag te verklaren, maar ook om aandacht te vragen voor problemen waar mensen mogelijk mee kampen. ‘Een moordenaar van een gezin wordt al snel neergezet als beest. Ik zie dat soort mensen in de gevangenis, en zie hoopjes ellende.’ De Ruiter wil niets afdoen aan het drama, maar schetst een beeld van een dader die mogelijk lijdt aan een stoornis.
Rob Oudkerk, oud-politicus en huisarts, wist te vertellen dat voormalig SP-leider Agnes Kant een burn-out had. ‘Ik zei’, zegt Oudkerk, ‘dat ik dat tegen haar zou zeggen als ik haar als huisarts zou beoordelen.’
Tegelijkertijd vindt Oudkerk dat in Nederland wel erg snel met allerlei diagnoses wordt gesmeten, zoals in het geval van de vermoedelijke moordenaar van Milly Boele. ‘Je moet daar uitermate voorzichtig mee zijn en eigenlijk niets zeggen voordat je iemand onderzocht heb, vind ik.Omdat we simpelweg heel weinig weten. In dat licht had ik dat over Agnes Kant nooit op de radio mogen zeggen.’ ‘Veel mooier dan bij Joran van der Sloot kun je het niet hebben.’
Sander V.
De verdachte van de moord op Milly
Boele, Sander V., had in zijn jeugd zware psychische problemen. Hij had
toen zelfmoordneigingen en sneed met scheermesjes in zijn armen, zo
verklaart de mentor die V. tijdens zijn vbo-opleiding begeleidde in het
AD.
In De Telegraaf komt een ex-vriendin van V. over hem aan het woord;
ze beschrijft hem als seksueel gestoord en gewelddadig in bed. "Dat arme meisje in Dordrecht... Ik moet er niet aan denken wat Milly
heeft moeten doorstaan. Als hij tijdens de seks in extase raakt, is
Sander
onbeschrijflijk gewelddadig. Ik kon hem aan, was niet bang. Ik hield hem
altijd op tijd tegen. Maar hij had mijn keel dichtgeknepen tot ik
stikte,
als ik hem niet stopte", aldus de ex. "Maar ik heb nooit gemerkt
dat hij zich tot erg jonge meisjes voelde aangetrokken".
Privéleven
doorgespit
Wie
politieagent wil worden, moet er geen bezwaar tegen hebben dat
zijn of haar c
omplete
privéleven
wordt
doorgespit. Deskundigen komen
thuis op bezoek, praten met familie en vrienden en onderzoeken of de
kandidaat-agent of familieleden een strafblad hebben. Ook een
gesprek
met een psycholoog is verplich.
,,Iedereen die bij de politie wil
werken, moet van onbesproken gedrag zijn en mag geen strafblad hebben.''
Dat is volgens de selectienormen het uitgangspunt. Wie nog een
juridische procedure heeft lopen, of wie in een proeftijd zit na een
eerdere veroordeling, valt meteen af.
Aanwijzingen? Bij mensen die voor hun omgeving totaal
onverwacht
een ernstig misdrijf begaan, zoals de politieman is eigenlijk altijd al
eerder iets aan de hand. Grondig psychiatrisch onderzoek achteraf wijst
vrijwel altijd uit dat er wel eerder signalen waren, maar dat niemand
die heeft opgevangen omdat er ook geen reden was om daar speciaal op te
letten
Meer