Door: Arnold Karskens 
Gepubliceerd: zondag 25 april 2010 23:55
Update: maandag 26 april 2010 06:29
Nooit werd duidelijk hoe de Nederlandse fotograaf Pieter van Thiel in Vietnam aan zijn eind kwam. Werkte hij voor de CIA? Kwam het door zijn homoseksuele contacten? Pleegde hij zelfmoord? ‘Ik heb jaren gehoopt dat hij weer binnen zou stappen.’
Levend zag de familie Pieter-Roland van Thiel met Kerstmis 1964 voor de laatste keer. Zijn oudste broer Eduard: ‘Het afscheid verliep in stijl met een fles champagne. Hij zei: ‘In het Verre Oosten vind ik mijn einde’.’ De 31-jarige Pieter, blauwe ogen, donkerblond haar, koopt een Leica 35mm camera. Als fotograaf wil hij de Vietnamoorlog verslaan. Het belangrijkste conflict van het decennium, waarin uiteindelijk een miljoen Vietnamezen en ruim 58.000 Amerikanen sterven. De strijd escaleert als Pieter van Thiel begin 1965 in de Zuid-Vietnamese hoofdstad Saigon arriveert.

Fotograaf Horst Faas, mede-?samensteller van het boek Requiem,over alle omgekomen fotografen in Indochina, herinnert zich geen Pieter van Thiel uit die tijd. ‘In tegenstelling tot de meeste freelance fotografen stapte Van Thiel niet bij de persbureaus van AP en UPI binnen om zich voor te stellen.’ Niks verontrustends, want gedurende de oorlog verschijnen ‘rather strange characters’ in Vietnam, om allerlei vreemde persoonlijke redenen. ‘Ze waren vaak onvoorzichtig en een gevaar voor zichzelf.’ Het is onbekend of hij tijdens zijn maanden in Vietnam foto’s weet te verkopen.
Ongewoon
Regelmatig zoekt Van Thiel een mogelijkheid om op te trekken met de Vietnamse regeringstroepen. Die stropen in search and destroy-acties het platteland af op zoek naar communistische Vietcong-strijders. Bewaard gebleven zwart-wit contactafdrukken tonen Zuid-Vietnamese militairen die kamp maken ergens langs de weg. Verder maakt Van Thiel portretten van jonge soldaten en burgers, zoals vrouwen met grote rieten hoofddeksels.
Eind mei rijdt hij de stad uit in zuidelijke richting. Daar ligt de Mekong-delta; het lage, hete rivierengebied met rijstvelden en kleine bamboedorpen. In de provincie Phong Dinh, zo’n 125 kilometer ten zuidwesten van Saigon, komt Pieter van Thiel op donderdag 27 mei 1965, volgende maand 45 jaar geleden, om het leven.

Horst Faas: ‘Het verhaal dat de ronde deed, was dat hij iets ongewoons had gedaan. Hij had de Vietnamese militaire eenheid verlaten om een dorp te bezoeken. Er werd ook gedacht dat het pure moord was, een uit de hand gelopen roofoverval.’
Bij de Vietnamese militairen bevindt zich cameraman Tran Dai Minh. Hij getuigt in de Zwitserse krant Neue Zürcher Zeitung uit die tijd hoe Pieter van Thiel door soldaten werd opgemerkt toen hij bij een herberg stopte. ‘Bij het verlaten van het dorp in het gezelschap van enkele Vietnamezen werd hij voor het laatst levend gezien.’
Enige uren later wordt zijn gemartelde lijk in de bush teruggevonden. Broer Walter: ‘Zijn ogen waren uit zijn hoofd gestoken, zijn tong uit zijn mond gesneden en toen was hij doodgeschoten.’ De officiële Amerikaans versie is minder gruwelijk en luidt dat een onder zijn kin afgeschoten kogel zijn hoofd doorboorde.
De vraag rijst: wie heeft hem vermoord? En waarom? AP-fotograaf Horst Faas, werkzaam tijdens de hele oorlog: ‘Het was bekend dat de Vietcong Amerikaanse adviseurs in die tijd martelden en doodden. Maar in Vietnam zijn nooit correspondenten gedood na gevangenneming, alleen tijdens gevechten.’
En wat deed Pieter alleen buiten het dorp? Broer Walter, woonachtig in de Amerikaanse stad Seattle, acht het goed mogelijk dat Pieter naast fotograferen ook inlichtingen verzamelde voor de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. ‘Misschien is Pieter door dorpsbewoners uitgeleverd aan de Vietcong, die hem daarop vermoordde. De directeur van het Metropolitan Museum in New York was een kamergenoot van Pieter op Harvard University en suggereerde ook dat Pieter voor de CIA werkte.’
Een UPI-persbericht uit The New York Times van 30 mei 1965 versterkt het vermoeden: ‘Vietcong said to torture and kill Swiss cameraman’. Broer Walter: ‘Vreemd. Hij heeft nooit in Zwitserland gewoond en zo makkelijk krijg je dat paspoort niet.’
Het Vietnam War Memorial, een bronzen plaquette op de muur van de Memorial Church van de Harvard Universiteit in Cambridge suggereert ook een CIA-connectie. Hoewel niet actief in dienst prijkt Pieters naam toch temidden van gevallen militairen.
’TO THE ENDURING MEMORY OF
THE HARVARD MEN
WHO GAVE THEIR LIVES
IN THE VIETNAM WAR.’
De familie Van Thiel, die via Nederlands-Indië en Nederland in de jaren vijftig in de Verenigde Staten belandde, heeft het gerucht proberen te bevestigen. Tevergeefs. De oudste broer Eduard. ‘Zelfs met onze hoge contacten in het US State Department is dat nooit gelukt.’
Homo
Pieter van Thiel had wel iets met Defensie. Hij genoot een opleiding bij een van de best getrainde Amerikaanse legeronderdelen, de Marines, waar hij opklimt tot kapitein. Zijn oudste broer Eduard: ‘De militaire dienst was de gelukkigste tijd van zijn leven. Dat heeft-ie mij altijd vertelt.’ Een vriend uit die tijd zegt: ‘Hij vond het prachtig tankcommandant te zijn en in de geschutskoepel te staan waarbij zijn sjaal in de wind wapperde.’
Juist in deze periode komt Pieter er achter dat hij homo is.
Broer Walter: ‘Op een avond kwam-ie binnen met een fles whisky onder zijn arm. We moesten praten, zei-ie. ‘Ik ben gay en ik moet mijn mind opmaken. Schijt of kom van de wc-pot af.’ Pieter was volgens zijn broer niet kieskeurig in relaties en wellicht zou een direct verzoek hem noodlottig zijn geworden. ‘Misschien was Pieter op zoek naar seks en benaderde hij de verkeerde.’
Blijft nog één optie open. Namelijk dat Pieters afscheiding van de Vietnamese troepen een uitgelokte zelfmoord was. De vervulling van een hardnekkig verlangen. In het bericht aan zijn ouders dat voorjaar schreef Pieter: ‘Dit zal de laatste brief die jullie ooit van mij krijgen. Ik zal de wereld verlaten. Niemand moest zich schuldig voelen voor mijn dood.’ Een jaar eerder, in Parijs, probeert Pieter al zelfmoord te plegen. Hij slikt pillen, maar zijn vriend waarschuwt op tijd artsen die zijn maag leegpompen. Broer Walter: ‘Hij had een doodswens. Tegen mij zei hij eens: waarom zou ik langer leven? Ik heb alles gezien. De geurigste bloemen geroken.’
Pieter lijdt aan een posttraumatische stress-stoornis, opgelopen tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Hij is getuige van vliegtuigbeschietingen. Zijn moeder Elisabeth wordt gemarteld door de gevreesde Japanse geheime dienst, de Kempetai. Elf jaar oud ervaart hij de verschrikkingen van het Jappenkamp. Het grenzeloze sadisme van de kampleiding laat een onuitwisbare indruk bij hem achter. Broer Walter: ‘Pieter wist niet wat liefde was door zijn vele extreme ervaringen.’
Jeugdvriend Peter Cooper: ‘Hij sprak er altijd over dat hij jong zou sterven. Hij wilde niet oud en gebrekkig worden.’
Ondanks zijn proclamatie van een aangekondigde dood slaat het overlijdensbericht keihard in bij het gezin Van Thiel. Moeder is in stukken. Pieter is haar lievelingskind. Vader staart zwijgzaam door het raam. Walter hoort hem zeggen: ‘Het is allemaal mijn schuld.’ Walter: Hij was nooit een ‘lieve’ vader. Je ging naar de beste school, maar hij omhelsde je nooit.’
Ouders en broers reizen af naar de villa van een graaf in Frankrijk, met wie Pieter een lange relatie had gehad. Zijn laatste wens is begraven te worden aan de voet van de Alpen.
Op de begraafplaats van Annecy staat op zijn roze granieten grafzerk een tekst van Joseph Conrad, schrijver van Heart of Darkness: ‘Evening came as a benediction’ – ‘De avond kwam als een weldaad’. De bestseller dient later als basis voor de hallucinerende Vietnamfilm Apocalypse Nowvan regisseur Francis Ford Coppola, waarin een doorgedraaide kolonel Kurtz de schuld van zijn gedrag legt bij de ‘horror, de horror’. Broer Eduard: ‘Hij had eindelijk de rust gevonden die hij zijn hele leven zocht.’
Het lichaam heeft de familie nooit kunnen identificeren. De Amerikaanse autoriteiten hebben het lijk in Saigon gecremeerd. Walter: ‘Daar hebben we nooit toestemming voor gegeven.’ Normaliter worden omgekomen buitenlanders teruggevlogen of ter plaatse begraven. Maar een diplomatenauto van de Amerikaanse ambassade uit Genève brengt een urn met as.
Jarenlang heeft Walter gedacht dat de dood van Pieter van Thiel een geplande ontsnapping was, georganiseerd door de CIA. Een tijdelijk afscheid dus. ‘Vurig heb ik gehoopt dat hij op een dag zo maar weer binnen zou stappen. Het is helaas nooit gebeurd.’