Door: Nico Dijkshoorn » Meer columns van Nico Dijkshoorn 
Gepubliceerd: donderdag 17 juni 2010 23:44
Update: vrijdag 18 juni 2010 00:31
Enkele dagen geleden was ik in een museum. Het was gelukkig geen belevingsmuseum, waar kinderen schreeuwend in de rondte mogen hollen en in een aparte ruimte zelf iets mogen schilderen. Ik geloof daar niet in. Ik vind dat je bij kinderen het maken van kunst moet ontmoedigen. Volwassenen die een kind uitvoerig prijzen als het de honderdduizendste ovale kop met harken heeft getekend, daar heeft niemand iets aan.
Ik zeg juist dat ik het heel lelijk vind. ‘Daar klopt geen moer van. Ga maar overdoen, en nu een beetje beter je best doen, kind.’ Daar hebben ze meer aan. Dat domme gejuich langs de zandbak als een kind wat zand op elkaar stapelt. Je kunt beter eerlijk zijn. ‘Beetje lullig bouwwerkje hè, voor iemand van vier. En veeg je neus eens af als je kunst maakt.’
Hier, in dit museum, trokken de mensen doodstil langs de tentoongestelde werken. Dat vind ik het fijnst in musea, kijken hoe andere mensen naar kunst kijken. Vlak naast mij keek een man minutenlang naar een matras vol met fruit. Hij zweeg. Dacht deze man aan zijn zweterige nachten op een oud matras, of dacht hij aan scheurende netjes van sinaasappels? Nog zo’n mooi beeld, rollende sinaasappels.
Juist dat zwijgend kijken, het liefst met een lezende suppoost in een hoek van de zaal, maakt museumbezoek zo geweldig. De stilte, het kunstwerk en het gissen naar de gedachten van andere bezoekers. Samen kijken naar een schoen van staal met een theelepeltje er in. Veel intiemer wordt je contact met wildvreemde mensen niet.
Zo stond ik nu in een donkere ruimte naar een tafel te kijken. Aan deze tafel zat een van gips gemaakt jongetje, met zijn handen op het bovenblad. Door zijn handen staken twee potloden. Het jongetje was, als een puberende Jezus, aan zijn bureau getimmerd. Ik wilde net de titel van het werk lezen toen er twee vrouwen de ruimte betraden. Ze begonnen direct te praten. Hard en verongelijkt.
‘Gadverdamme. Gadverdegadverdegadverdamme. Wat een lul voor een kunstenaar ben je dan als je dit maakt. Het is nog een kind! Dit heeft geen reet met surrealisme te maken. Sadisme, dat is het. Dit doe je gewoon niet. Dan ben je ziek. Het is verdomme een jongetje! Kijk dan. Zijn handen zitten vast. Van mij mag hij de kogel krijgen. Echt hoor, die sicko. Wie verzint zoiets?’
Ze bleven maar om de tafel heel wandelen. Iedere keer als ze de kinderhanden zagen nam het volume toe. Een kunstwerk op zich. In de volgende zaal wachtte hun een nieuwe verrassing. Een op een metalen plaat gespijkerd heel lief eekhoorntje.
Nico Dijkshoorn is dichter/schrijver/muzikant. Het liefst alle drie tegelijk. Op een podium.