Gepubliceerd: dinsdag 22 juni 2010 11:57
Update: dinsdag 22 juni 2010 12:42
De DNA-databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de grens van 100.000 personen doorbroken. Dat meldt het NFI dinsdag. Ongeveer 5 procent van de veroordeelden die in de databank worden opgenomen, geeft een overeenkomst met erfelijk materiaal dat gevonden is bij tot op dat moment nog onopgeloste zaken, zoals de Puttense moordzaak en onlangs in de zaak Andrea Luten.
De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden is sinds mei dit jaar volledig in werking. Het aantal profielen van veroordeelden dat jaarlijks in de databank wordt opgenomen zal daardoor naar verwachting van het NFI stijgen van ruim 18.000 naar 40.000 tot 50.000. De nieuwe wet heeft het namelijk mogelijk gemaakt dat DNA bij een grotere groep veroordeelden kan worden afgenomen.
Vanaf mei wordt van iedereen DNA afgenomen, die is veroordeeld voor een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is. Tot die tijd gebeurde dat alleen bij personen die waren veroordeeld voor gewelds- of zedenmisdrijven of te boek stonden als veelpleger.
De DNA-databank is bedoeld om sporen aan personen te koppelen. In 1997 werd begonnen met het vullen van de databank.
Volgens het NFI is DNA-onderzoek effectief en efficiënt gebleken. ,,Het levert regelmatig een belangrijke en relatief harde bijdrage aan het opsporen en vervolgen van daders. Ook pleit het onschuldigen vrij.'' Bovendien worden deze resultaten bereikt met een relatief beperkte inzet van mensen en middelen, constateert het NFI.
NFI
Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft ongeveer veertig matches per week in onopgeloste zaken.
Waarde
Technologie zorgt voor steeds meer doorbraken in misdaadzaken. Maar er is nog heel veel onderzoek nodig naar de waarde van zulk bewijs, zo waarschuwt het NFI.